Autisme komt vaker voor dan gedacht: onderzoek in Zuid-Thames onthult hoge prevalentie
Autisme en aanverwante stoornissen (ASD) komen veel vaker voor dan eerder werd aangenomen. Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek onder kinderen in Zuid-Thames, VK. Volgens de onderzoekers van het Special Needs and Autism Project (SNAP) heeft 1 op de 100 kinderen een vorm van autisme. Dit roept vragen op over onderdiagnoses en de noodzaak van betere ondersteuning.
Onderzoek bij bijna 57.000 kinderen
De studie onderzocht een populatie van 56.946 kinderen van 9-10 jaar. Daarvan hadden 255 kinderen al een officiële ASD-diagnose. Daarnaast werden nog 1.515 kinderen geïdentificeerd als mogelijk onopgemerkte gevallen. Een deel van deze groep onderging een uitgebreide diagnostische beoordeling, waaronder observaties, ouderinterviews en tests voor taal en intelligentie.
Op basis van de resultaten werd de geschatte prevalentie van klassiek autisme vastgesteld op 38,9 per 10.000 kinderen. Andere vormen van autisme kwamen nog vaker voor: 77,2 per 10.000. Dit betekent dat in totaal 116,1 per 10.000 kinderen – oftewel ongeveer 1% van de kinderen – een ASD-diagnose zou moeten hebben.
Veel kinderen blijven onder de radar
Opvallend is dat veel kinderen met autisme niet door het zorgsysteem werden herkend. Vooral kinderen van ouders met een lagere opleiding bleken minder vaak een diagnose te hebben. Dit wijst erop dat sociaaleconomische factoren een rol kunnen spelen bij de herkenning en diagnose van autisme.
Daarnaast stellen de onderzoekers dat de toename van het aantal gevallen niet per se betekent dat autisme vaker voorkomt dan vroeger. Mogelijke verklaringen zijn:
- Betere herkenning en meer bewustzijn bij professionals.
- Ruimere diagnostische criteria, waardoor meer kinderen in het spectrum vallen.
- Werkelijke toename van het aantal kinderen met autisme.
Welke factor de grootste rol speelt, blijft nog onduidelijk.
Wat betekent dit voor de toekomst?
De onderzoekers benadrukken dat zorg, onderwijs en sociale voorzieningen beter moeten inspelen op de behoeften van kinderen met autisme. Aangezien 1% van de kinderen een vorm van ASD heeft, is de vraag naar gespecialiseerde ondersteuning groot.
Dit onderzoek onderstreept de noodzaak om vroege signalering te verbeteren, vooral bij gezinnen met minder toegang tot diagnostiek. Ouders en leerkrachten spelen hierin een cruciale rol. Door tijdige herkenning kunnen kinderen sneller de hulp krijgen die ze nodig hebben.
De resultaten van dit onderzoek dragen bij aan een beter begrip van autisme en de impact ervan op kinderen en hun families. Ze roepen ook op tot verdere studies om te achterhalen waarom het aantal diagnoses blijft stijgen en hoe de zorg hierop kan inspelen.
Bron:
Lancet, 2006; 368: 210-215
