Vrouwen melden op alle onderzochte lichaamsdelen vaker pijn dan mannen. Dat blijkt uit een wereldwijde analyse van zelfgemelde pijn bij ruim 6 miljoen mensen uit 118 landen. Bij mannen en vrouwen neemt het aantal mensen met pijn het snelst toe vóór het 55e levensjaar. De studie zegt niet wat de oorzaak van het verschil is.
Onderzoekers van McGill University in Montreal (Canada) publiceerden de analyse in Nature Medicine. Ze bundelden gegevens van 6.125.459 deelnemers over pijn op elf plekken: hoofd, gezicht, nek en schouders, handen en polsen, ellebogen, voeten en enkels, knieën, borst, rug, buik en heupen. Rugpijn kwam het meest voor, bij 40 procent van de deelnemers.
Op elke plek vaker bij vrouwen
Op alle elf plekken meldden vrouwen vaker pijn dan mannen. De grootte van het verschil liep wel sterk uiteen per type pijn. Dat wijst erop dat er waarschijnlijk niet één verklaring is. Het verschil lijkt het grootst bij gezichtspijn, buikpijn, hoofdpijn en ernstige klachten. Bij migraine, kaakgewrichtspijn en pijn in organen in de buikholte speelt vermoedelijk mee dat deze klachten vooral in de vruchtbare jaren voorkomen.
Mogelijke verklaringen
Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van biologische en sociale factoren. De onderzoekers noemen geslachtshormonen, afweer, de verwerking van pijn in het zenuwstelsel, stress, zwangerschap en bevalling, beroepsrisico’s en zorggebruik. Ook kunnen mannen en vrouwen klachten verschillend melden. Aandoeningen als pijnlijke menstruaties, endometriose en bekkenpijn kunnen bijdragen aan buikpijn. Ook fibromyalgie komt vaker bij vrouwen voor.
Proeven met knaagdieren laten bovendien zien dat mannetjes en vrouwtjes verschillende afweerroutes gebruiken bij overgevoeligheid voor pijn. Bij zenuwpijn lijken in mannetjes vooral microglia betrokken, afweercellen in de hersenen en het ruggenmerg. Bij vrouwtjes gaat het vaker om T-cellen, een type witte bloedcel. Die bevindingen komen uit dierproeven en zijn nog niet bij mensen bevestigd.
Snelste toename vóór 55 jaar
Het aantal mensen met pijn nam bij beide seksen het snelst toe tussen 20 en 55 jaar. Dat betekent niet dat de pijn dan het ergst is. De meeste pijn werd gemeld rond of na het 75e levensjaar. Bij rug-, heup- en knieklachten bleef het aantal mensen met pijn ook op hoge leeftijd stijgen.
Veel risicofactoren beginnen zich op jonge en middelbare leeftijd op te stapelen. Het gaat om zwaar lichamelijk werk, blessures, gewichtstoename, stofwisselingsziekten, stress, slaapproblemen en herhaalde belasting. Het zenuwstelsel kan pijn in de loop der tijd gevoeliger verwerken. Een enkele leeftijdsgebonden oorzaak is er dus waarschijnlijk niet.
Beperkingen van de studie
De gegevens zijn grotendeels een momentopname. Ze laten leeftijdspatronen binnen bevolkingsgroepen zien, maar niet hoe pijn zich bij één persoon ontwikkelt. De cijfers gaan bovendien over pijn in het algemeen en niet alleen over chronische pijn. Daarnaast ontbraken gegevens uit landen met een lagere ontwikkelingsgraad, vooral uit delen van Afrika ten zuiden van de Sahara en Zuidoost-Azië.
Wat kun je zelf doen?
Chronische pijn accepteren of alleen met medicijnen onderdrukken is geen goed idee. Laat eerst onderzoeken wat de pijn veroorzaakt. Daarna kunnen bewegen, fysiotherapie, gedragstherapie of mindfulness helpen, soms aangevuld met medicijnen. Welk type beweging je kiest, maakt weinig uit zolang je het volhoudt. Slaap, roken, gewicht en stemming spelen ook mee.
Gedragstherapie betekent niet dat de pijn ‘tussen de oren zit’. Ze beïnvloedt hoe het zenuwstelsel pijn verwerkt. Richt je daarbij op doelen als beter bewegen en weer kunnen werken, in plaats van op volledige pijnvrijheid. Heb je langdurige pijn? Bespreek die met je huisarts.
