ADHD’ers hebben hoger sterfterisico

ADHD hangt samen met een ongeveer 70 procent hoger sterfterisico, blijkt uit een groot overzichtsonderzoek. Bij mensen met ADHD die medicatie gebruikten, lag dat risico lager. De resultaten onderstrepen het belang van passende behandeling en ondersteuning gedurende het leven.

Onderzoekers van University College London en de Universiteit van Liverpool bestudeerden negentien onderzoeken, met samen bijna zestien miljoen deelnemers. De gegevens kwamen uit Noord-Amerika, Europa en Azië. Hun analyse verscheen op 19 oktober in JAMA Network Open.

Voor de berekening van de totale sterfte konden zij negen studies combineren. Het gevonden verschil van ongeveer 70 procent gaat over het relatieve risico tijdens de onderzochte periodes. Iemands persoonlijke risico hangt onder meer af van leeftijd en gezondheid.

Verschillende doodsoorzaken

Het verband bleef niet beperkt tot ongevallen. Mensen met ADHD hadden een ongeveer 90 procent hoger risico op overlijden door zelfdoding. Voor overlijden door letsel lag het risico 55 procent hoger. Bij natuurlijke doodsoorzaken, zoals ziekten, ging het om 27 procent.

De onderzoekers wijzen op verschillende mogelijke verklaringen. Mensen met ADHD hebben vaker bijkomende problemen, zoals depressie en problematisch middelengebruik. Ook verschillen in aandacht en impulsbeheersing kunnen bijdragen aan gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld in het verkeer. Sociale uitsluiting en beperkte toegang tot passende hulp kunnen de kwetsbaarheid verder vergroten.

Daarnaast wijzen de onderzoekers op lichamelijke gezondheid. Roken, slaapproblemen en ongezonde voeding kunnen een rol spelen. Moeite met plannen en organiseren kan het lastiger maken om afspraken na te komen of een behandeling vol te houden.

Lager risico bij medicatie

Drie studies onderzochten ook het gebruik van ADHD-medicatie. Binnen de groep mensen met ADHD hing medicatiegebruik samen met een 25 procent lager sterfterisico. De vergelijking werd gemaakt met mensen met ADHD die geen medicatie gebruikten.

Dat is een aanwijzing voor een mogelijk voordeel, maar geen bewijs dat de medicijnen het verschil veroorzaken. Medicatiegebruikers kunnen bijvoorbeeld betere toegang tot zorg hebben of verschillen in bijkomende aandoeningen. De onderzoeken volgden bestaande groepen; deelnemers kregen niet door loting wel of geen medicatie toegewezen.

Ondersteuning blijft nodig

De uitkomsten verschilden sterk tussen de studies. Daardoor zijn de percentages geen vaste voorspelling voor iedereen met ADHD. Het onderzoek laat evenmin zien dat ADHD op zichzelf de oorzaak is van de hogere sterfte.

Volgens de onderzoekers vraagt dit om langdurige, brede ondersteuning. Daarbij gaat het om behandeling van ADHD én aandacht voor psychische klachten, lichamelijke gezondheid en dagelijkse problemen. Hulp bij werk, relaties en het organiseren van zorg kan ook op volwassen leeftijd belangrijk blijven. De auteurs pleiten daarom voor toegankelijke diagnostiek, zodat mensen die hulp nodig hebben die ook kunnen krijgen.

Bespreek met je behandelaar of arts welke ondersteuning bij jouw situatie past. Kijk daarbij naar medicatie, psychische en lichamelijke gezondheid en praktische hulp in het dagelijks leven.