Een onbekende bacterie uit de darm van een Japanse boomkikker liet bij muizen darmtumoren volledig verdwijnen. Eén injectie bleek genoeg. De bacterie zoekt de tumor zelf op, doodt kankercellen en zet het afweersysteem in de hoogste versnelling. In dit onderzoek presteerde ze beter dan twee veelgebruikte kankerbehandelingen.
Onderzoekers van het Japanse instituut JAIST gingen op een opvallende plek zoeken: de darmen van de Japanse boomkikker, de Japanse vuurbuiksalamander en de Japanse grashagedis. Die darmflora is nog bijna niet in kaart gebracht. Het leverde 45 bacteriestammen op, waarvan negen veelbelovend genoeg waren om te testen bij muizen met een darmtumor.
De oogst was rijk: vijf stammen remden de tumorgroei, drie lieten de tumor krimpen. Eén stal de show. Ewingella americana, afkomstig uit de kikker, liet na een enkele injectie in de bloedbaan de tumor bij álle behandelde muizen volledig verdwijnen. Alle dieren bleven in leven.
Nog opmerkelijker was wat daarna gebeurde. Kregen de genezen muizen opnieuw tumorcellen toegediend, dan groeide er geen nieuwe tumor. Hun afweersysteem had de kankercellen leren herkennen en hield ze maanden later nog buiten de deur.
Aanval op twee fronten
De bacterie heeft een handig trucje: ze gedijt bij weinig zuurstof. En een tumor is nu juist een zuurstofarme omgeving. Daardoor hoopt ze zich precies op de goede plek op en laat ze gezond weefsel met rust. Binnen één dag was het aantal bacteriën in de tumor zo’n drieduizend keer zo groot.
Vervolgens slaat ze twee keer toe. Ze doodt kankercellen rechtstreeks, en ze alarmeert het afweersysteem. T-cellen, B-cellen en neutrofielen kwamen in actie: witte bloedcellen die afwijkende cellen opruimen. Die combinatie verklaart waarom één dosis zoveel effect had.
Beter dan de standaardbehandeling
Andere muizen kregen immuuntherapie met een afweerremmer tegen PD-L1, of chemotherapie met doxorubicine. Beide remden de tumorgroei, maar lieten de tumor zelden helemaal verdwijnen. De bacterie deed dat bij elke muis, en dan nog met één dosis tegenover vier van de andere middelen.
Ook de veiligheid zag er goed uit. De bacterie verdween snel uit het bloed, hoopte zich niet op in lever, milt, longen, nieren of hart, en de ontstekingsreactie was mild en binnen drie dagen voorbij. In twee maanden observatie bleef blijvende schade uit.
De volgende onderzoeken zullen zich richten op andere soorten kanker. Hoewel het onderzoek nog in de kinderschoenen staat laat deze wel zien hoeveel geneeskracht er nog in de natuur schuilt.
