Zorginstituut Nederland heeft bepaalde kankermedicijnen uit het basispakket geschrapt. Nieuwe onderzoeken tonen onvoldoende aan dat deze zogenaamde PARP-remmers bij sommige patiëntgroepen daadwerkelijk het leven verlengen of de kwaliteit van leven verbeteren.
Het besluit van het Zorginstituut geldt specifiek voor patiënten met gevorderde eierstokkanker zonder de genetische afwijking BRCA en patiënten met uitgezaaide borstkanker. Bij patiënten met de BRCA-mutatie blijkt de medicatie wél effectief en blijft daarom vergoed. Voor huidige gebruikers van PARP-remmers verandert er niets; zij mogen hun behandeling afronden op kosten van de verzekeraar.
De maatregel vloeit voort uit het Integraal Zorgakkoord waarin afspraken staan over het beperken van stijgende uitgaven aan kankermedicijnen. In tien jaar tijd verdubbelden deze kosten bijna. Waar in 2021 de totale medicijnkosten nog 1,1 miljard euro bedroegen is dit nu opgelopen tot ruim 5,7 miljard euro. De grootste kostenstijgers zitten in kankermedicatie welke in totaal goed is voor 27% van de totale kosten.
Jaarlijks krijgen ongeveer 1000 Nederlandse patiënten PARP-remmers voorgeschreven, wat neerkomt op zo’n 30 miljoen euro aan uitgaven. Door het schrappen van vergoeding voor bepaalde groepen halveert dit aantal patiënten. Het vrijgekomen budget kan vervolgens worden ingezet voor effectievere behandelingen.
Hoewel veel oncologen het belangrijk vinden dat dure medicijnen kritisch worden beoordeeld, klinkt er ook kritiek. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie zijn de internationale studies waarop het Zorginstituut zich baseert kwalitatief niet sterk genoeg. Het ontbreken van specifieke Nederlandse patiëntgegevens maakt het bovendien lastig om de effectiviteit goed te beoordelen.
Het Zorginstituut erkent dat deze gegevens ontbreken, maar geeft aan geen keuze te hebben omdat registraties versnipperd zijn. Ook stelt het instituut dat onderzoeken geen verbetering tonen op het gebied van levenskwaliteit bij het gebruik van PARP-remmers ten opzichte van chemotherapie of placebo.
Patiëntenorganisaties vinden dat het Zorginstituut onvoldoende rekening houdt met individuele effecten op levenskwaliteit. Zij pleiten voor betere kaders bij toekomstige beoordelingen om te voorkomen dat patiënten ten onrechte effectieve behandelingen mislopen.
Ondanks de zorgen benadrukt het Zorginstituut dat deze beslissingen noodzakelijk zijn om het zorgstelsel betaalbaar te houden. Het instituut roept zorgverleners op samen te zorgen voor betere gegevensregistratie, zodat toekomstige beslissingen beter onderbouwd kunnen worden.
