Nieuw onderzoek suggereert dat de snelle evolutie van het menselijk brein heeft bijgedragen aan het ontstaan van autisme en andere vormen van neurodiversiteit.
Ons brein onderscheidt de mens van alle andere diersoorten. Het stelt ons in staat om te spreken, te plannen, te voelen en te creëren. Toch blijkt uit een nieuwe studie dat juist deze uitzonderlijke hersenontwikkeling ook nadelen kan hebben. Bepaalde genen die samenhangen met autisme zijn bij mensen minder actief dan bij andere zoogdieren. Volgens onderzoekers kan autisme daardoor een onbedoeld gevolg zijn van de snelle cognitieve evolutie van de mens.
Het onderzoek
De studie, gepubliceerd in Molecular Biology and Evolution, vergeleek hersencellen van zes zoogdiersoorten, waaronder mensen en muizen. Met geavanceerde genetische technieken zagen wetenschappers dat alle soorten dezelfde typen hersencellen hebben. De verschillen zitten niet in het soort cel, maar in hoe actief bepaalde genen in die cellen zijn.
Die subtiele, maar krachtige verschillen in genexpressie verklaren mogelijk waarom het menselijk brein zo complex is geworden – en waarom sommige mensen autisme ontwikkelen.
Zeldzame hersencellen
De onderzoekers ontdekten dat zeldzame hersenceltypen tijdens de menselijke evolutie het snelst veranderden. Vooral de zogenoemde L2/3 intratelencefalische neuronen – cellen die informatie tussen hersengebieden verbinden – evolueerden opvallend snel.
In deze cellen werden veel autisme-gerelateerde genen juist minder actief. Omdat deze neuronen cruciaal zijn voor taal, sociale interactie en abstract denken, kan een verstoring in hun werking bijdragen aan kenmerken van autisme.
Autisme als evolutionaire bijwerking
Veel genen die verband houden met autisme liggen in zogeheten human-accelerated regions (HAR’s): stukken DNA die bij andere zoogdieren nauwelijks veranderden, maar bij mensen razendsnel evolueerden. Deze snelle genetische aanpassing zorgde waarschijnlijk voor ons uitzonderlijke denkvermogen, maar verhoogde mogelijk ook de kwetsbaarheid van hersennetwerken.
Volgens deskundigen past dit idee binnen een breder evolutionair perspectief: de eigenschappen die ons mens maken, zoals taal, empathie en creativiteit, kunnen tegelijkertijd de kans op neurodiversiteit hebben vergroot.
De rol van energie in het brein
Andere onderzoekers wijzen op een mogelijke link met energieverbruik. Ons brein verbruikt maar liefst 20% van alle energie in het lichaam. Een snelgroeiend brein legde grote druk op ons metabolisme. Kleine afwijkingen in de mitochondriën – de energiefabrieken van onze cellen – kunnen daardoor leiden tot verstoringen in de hersenontwikkeling. Mild verminderde energieproductie komt volgens meerdere studies vaak voor bij mensen met autisme.
Nieuwe kijk op neurodiversiteit
De studie benadrukt dat autisme geen ‘fout’ is, maar onderdeel van de natuurlijke variatie binnen de menselijke hersenontwikkeling. De eigenschappen die onze soort zo bijzonder maken, brengen ook kwetsbaarheden met zich mee. Door verder te onderzoeken hoe specifieke hersencellen zich ontwikkelen en communiceren, hopen wetenschappers meer inzicht te krijgen in wat de menselijke hersenen tegelijk zo krachtig én gevoelig maakt.
Bronnen:
academic.oup.com
pmc.ncbi
pmc.ncbi/PMC11406188/
