Hartfalen met behouden pompkracht (HFpEF) is een veelvoorkomende aandoening, maar een effectieve behandeling ontbreekt nog steeds. Desondanks krijgen veel patiënten bètablokkers voorgeschreven, terwijl het bewijs voor hun effectiviteit beperkt is. Waarom blijven artsen deze medicijnen dan toch voorschrijven?
Geen duidelijke richtlijnen, toch vaak voorgeschreven
De Nederlandse richtlijnen adviseren geen bètablokkers bij HFpEF, tenzij er een specifieke indicatie is, zoals hartritmestoornissen. Toch krijgt een groot aantal patiënten met HFpEF deze medicatie voorgeschreven. Dit roept vragen op: gebeurt dit uit gewoonte, of speelt onzekerheid over alternatieve behandelingen een rol?
Wat zeggen de studies?
- Sommige onderzoeken suggereren dat bètablokkers mogelijk de sterfte bij HFpEF kunnen verlagen, maar het bewijs hiervoor is zwak.
- Andere studies tonen geen significante verbetering in ziekenhuisopnames of kwaliteit van leven.
- Bij ongeveer 50% van de patiënten zouden de bètablokkers niets opleveren.
- Er is geen overtuigend bewijs dat bètablokkers meer voordelen dan nadelen hebben bij HFpEF.
Zijn bètablokkers nuttig of juist schadelijk?
Bètablokkers verlagen de hartslag, maar dit kan juist problematisch zijn voor HFpEF-patiënten. Hun hart heeft vaak al moeite om zich aan te passen aan inspanning, en een lagere hartslag kan hun conditie verder verslechteren en klachten verergeren. Ook de bijwerkingen van deze medicijnen zoals duizeligheid, vermoeidheid en slaapproblemen kunnen erg veel hinder opleveren.
Tijd voor een kritische blik
Waarom blijven artsen een medicijn voorschrijven zonder sterk wetenschappelijk bewijs van effectiviteit? HFpEF-patiënten verdienen behandelingen die daadwerkelijk aantoonbaar helpen. En helaas ontbreekt het hier tot op heden aan. De Hartstichting ondersteunt dit jaar diverse onderzoeken naar betere behandelingen, en tijdens de Nationale Hartfalenweek in april zal hiervoor nog meer aandacht gevraagd worden.
Bron:
pmc
