Amerikaanse onderzoekers wilden weten of het menselijk brein suiker en kunstmatige zoetstoffen verschillend verwerkt. Eerder onderzoek bij dieren suggereerde dat dit zo is, maar harde gegevens bij mensen ontbraken nog. In dit onderzoek kregen twaalf gezonde vrouwen water met suiker (sucrose) of met een kunstmatige zoetstof (sucralose) toegediend terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten met een functionele MRI.
Beide smaken activeren primaire smaakgebieden
Zowel suiker als zoetstof activeerden de belangrijkste hersengebieden die betrokken zijn bij het proeven, zoals de primaire smaakcortex. De proefpersonen gaven bovendien aan beide smaken even aangenaam te vinden. Toch zagen de onderzoekers opvallende verschillen in hersenactiviteit.
Suiker stimuleert beloningssysteem sterker
Suiker zorgde voor een sterkere activiteit in meerdere hersengebieden, waaronder de insula, het striatum en de voorste cingulate cortex. Dit zijn gebieden die belangrijk zijn voor het ervaren van genot en beloning. Vooral opvallend was dat alleen suiker het dopaminesysteem in de middenhersenen stimuleerde, het systeem dat een belangrijke rol speelt bij motivatie en verslavingsgedrag.
Wat het brein weet, voelt het lichaam niet
Hoewel de proefpersonen het verschil in smaakbeleving niet merkten, ‘wist’ het brein het dus wel degelijk. De hersenen reageren op suiker als een waardevolle voedingsstof, maar niet op kunstmatige zoetstoffen. Dit kan verklaren waarom zoetstoffen het verlangen naar zoet niet volledig onderdrukken en mogelijk zelfs eetgedrag beïnvloeden.
Het brein reageert sterker op echte suiker dan op zoetstof, zelfs als we het verschil niet bewust proeven.
