Nieuw onderzoek gepubliceerd in JAMA Neurology laat zien dat er duidelijke verschillen zijn tussen mannen en vrouwen in hoe bepaalde biologische processen verlopen die verband houden met de vroege ontwikkeling van alzheimer.
Wetenschappers keken bij ruim 1 200 volwassenen zonder dementie naar een bloed-eiwitmarker genaamd p-tau217, samen met een andere bekende alzheimer-biomarker, amyloïde-β (Aβ). Deze markers kunnen al jaren voor de eerste geheugenproblemen veranderingen in de hersenen aangeven, en worden steeds belangrijker als biologische signalen van de ziekte.
Uitslagen tonen dat vrouwen bij hogere amyloïde-β-waarden ook hogere p-tau217-waarden hebben dan mannen en dat bij dezelfde p-tau-waarden vrouwen grotere ophoping van het ziekteveroorzakende tau-eiwit en sneller cognitieve achteruitgang laten zien. Met andere woorden: dezelfde biologische signalen lijken bij vrouwen sneller of meer uitgesproken samen te gaan met veranderingen in de hersenen die passen bij alzheimer.
De studie volgt deelnemers gemiddeld bijna 4 jaar en de resultaten suggereren dat biologie — niet alleen leeftijd of gedrag — kan verschillen tussen mannen en vrouwen als het gaat om veranderingen in de hersenen. Dat kan belangrijk zijn voor diagnostiek, risicobeoordeling en ontwikkeling van medicijnen, omdat het benadrukt dat sekse een rol kan spelen in hoe alzheimer ontstaat en vooruitgang boekt.
Experts wijzen erop dat dit soort bevindingen kan bijdragen aan meer persoonsgerichte diagnostiek — bijvoorbeeld het gebruik van bloedmarkers om te bepalen wie een hoger risico heeft — en dat het verder onderzoek nodig is naar waarom deze verschillen bestaan en hoe ze kunnen worden gebruikt om vroege interventies te verbeteren.
Wat betekent dit voor vrouwen? Mensen — en vooral vrouwen op middelbare en oudere leeftijd — die zich zorgen maken over geheugenproblemen of familiegeschiedenis van dementie kunnen met hun huisarts praten over vroege screeningsmogelijkheden en risicofactoren. Hoewel er nog geen behandeling bestaat die alzheimer stopt, kan vroegtijdige herkenning helpen bij plannen voor zorg en leefstijladvies.
Bron:
