Mensen die bij de geboorte blind zijn door aangeboren cataract houden blijvende veranderingen in hun verwerking van fijne beelddetails, maar herkennen later toch vrijwel normaal gezichten, objecten en woorden. Dat blijkt uit nieuw hersenonderzoek.
Aangeboren staar komt voor wanneer baby’s worden geboren met troebele ooglenzen. Deze troebelheid verhindert de doorgang van licht, waardoor jonge kinderen de eerste maanden nauwelijks visuele prikkels ontvangen. Een operatie herstelt het zicht meestal binnen het eerste levensjaar. Toch was lang onduidelijk welke invloed die periode zonder zicht heeft op de ontwikkeling van de hersenen.
Nieuw onderzoek van UCLouvain, samen met universiteiten in Gent, Leuven en Canada, geeft daar nu meer inzicht in. De onderzoekers vergeleken volwassenen die in hun babytijd een staaroperatie ondergingen met mensen die vanaf de geboorte goed zagen. Ze gebruikten hersenscans om te achterhalen hoe het visuele systeem zich later gedraagt.
De resultaten vallen op. Het hersengebied dat verantwoordelijk is voor het waarnemen van kleine details, zoals contouren en contrasten, blijkt blijvend anders te werken. Deze vroege visuele beperking laat dus sporen na in de basale bewerking van beeldinformatie.
Verderop in het visuele systeem ligt de situatie anders. Gebieden die te maken hebben met het herkennen van gezichten, voorwerpen en geschreven woorden functioneren bijna normaal. Dat betekent dat hogere visuele verwerkingslagen zich sterk kunnen herstellen, zelfs als de eerste levensmaanden zonder zicht verlopen. Computermodellen met kunstmatige neurale netwerken bevestigen dit onderscheid tussen blijvend veranderde en goed herstelde hersengebieden.
Volgens de onderzoekers laat dit zien dat het kinderbrein opmerkelijk flexibel is. Zelfs wanneer het in de beginfase weinig bruikbare visuele signalen ontvangt, kan het later leren om de wereld te interpreteren. Tegelijk toont het onderzoek dat niet alle hersengebieden even veerkrachtig zijn. Sommige zones zijn gevoeliger voor vroege verstoring en herstellen minder volledig.
Deze kennis kan de zorg voor kinderen met aangeboren cataract verbeteren. In de toekomst kunnen behandelaars mogelijk visuele training aanbieden die gericht is op de functies die het meest kwetsbaar blijken. Denk aan therapieën die zich specifiek richten op het versterken van detailwaarneming, wanneer andere aspecten van het zicht al goed functioneren.
Het onderzoek nuanceert bovendien het idee van één vaste ontwikkelingsfase die alles bepaalt. De hersenen blijken deels kwetsbaar, maar ook verrassend herstelbaar. Dat biedt uitzicht op betere ondersteuning voor kinderen die in de eerste levensmaanden zonder goed zicht beginnen.
Bronnen:
pnas.org
www.uclouvain.be
