Nogal wat mensen lijden aan onbegrepen buikklachten. De laatste twee decennia heeft onderzoek uitgewezen dat FODMAP-suikers symptomen kunnen veroorzaken die we kennen van het prikkelbare darmsyndroom (PDS). Dat komt doordat het lichaam niet in staat is om die suikers af te breken, waardoor als reactie die klachten optreden. Toch werkt een laag FODMAP-dieet niet bij iedereen even goed. Verlagen van de inname van tryptofaan in combinatie met een laag FODMAP-dieet blijkt effectiever, volgens nieuw onderzoek. Tryptofaan is een eiwit dat van belang is voor de aanmaak van de neurotransmitter serotonine.
Wat is FODMAP
De afkorting FODMAP verwijst naar Fermenteerbare Oligosachariden, Disachariden, Monosachariden en Polyolen. Bij oligosachariden moet je denken aan fructanen en galacto-oligosachariden, zoals die te vinden zijn in bijvoorbeeld tarwe, ui, knoflook en bonen. Disachariden vinden we in onder meer melk en roomijs, in de vorm van lactose. Fructose is een monosacharide in fruit. En polyolen zijn suikeralcoholen, zoals sorbitol en mannitol (paddenstoelen, abrikozen, kauwgum). Voor de studie werden tachtig personen met PDS willekeurig in groepen verdeeld.1 Ze hadden vooral last van diarree. In beide groepen volgden de deelnemers het laag FODMAP-dieet gedurende acht weken. In een van de groepen werd bovendien de inname van tryptofaanrijke voeding beperkt.
Tryptofaanbeperking en maagdarmklachten
In de tryptofaanbeperkte groep nam de inname van tryptofaan significant meer af dan in de groep waarbij de deelnemers enkel laag FODMAP aten (afname van 34 versus 17%). Dit ging gepaard met een significant beter effect op maagdarmklachten dan enkel het volgen van het laag FODMAP-dieet.
Een verlaging van de inname van tryptofaan kan dus zinvol zijn bij mensen met PDS waarbij diarreeklachten op de voorgrond staan. Het effect komt mogelijk door een verminderde vrijgave van serotonine in de darm. Deze neurotransmitter stimuleert namelijk de beweeglijkheid van de darm. Voedingsmiddelen rijk aan tryptofaan zijn onder andere melk, kaas, gedroogde salami, gevogelte, pinda’s, chocolade en haver.
Bron:
1 Nutrients 2023; 15(8):1837
