Een experimenteel geneesmiddel heeft in twee grote fase 3-onderzoeken bij ongeveer één op de vijf mensen met chronische hepatitis B geleid tot een zogeheten functionele genezing. De resultaten bieden hoop op een behandeling die niet levenslang hoeft te worden voortgezet, al is aanvullend onderzoek nog nodig.
Chronische hepatitis B treft wereldwijd naar schatting 250 miljoen mensen en blijft een belangrijke oorzaak van levercirrose, leverfalen en leverkanker. De huidige standaardbehandeling met antivirale middelen remt de vermenigvuldiging van het virus effectief af, maar verwijdert het virus meestal niet volledig uit het lichaam. Daardoor moeten veel patiënten hun medicatie jarenlang of zelfs levenslang blijven gebruiken.
Nieuwe resultaten van de fase 3-onderzoeken B-Well 1 en B-Well 2 laten zien dat het experimentele middel bepirovirsen hierin mogelijk verandering kan brengen. De studies zijn gepubliceerd in The New England Journal of Medicine en omvatten meer dan 1.800 volwassenen met chronische hepatitis B uit 29 landen. De deelnemers hadden geen levercirrose en gebruikten al minstens zes maanden een standaard antivirale behandeling.
De deelnemers kregen gedurende 24 weken wekelijks een injectie met 300 milligram bepirovirsen of een placebo, naast hun bestaande medicatie. Daarna volgde nog 24 weken standaardbehandeling. Vervolgens werd de antivirale therapie gestopt en werden de deelnemers nog 24 weken gevolgd.
Het belangrijkste doel was het bereiken van een functionele genezing. Dat betekent dat het hepatitis B-oppervlakteantigeen (HBsAg) uit het bloed verdwijnt én dat het virus niet meer aantoonbaar is, zonder dat verdere behandeling nodig is. HBsAg is een viraal eiwit dat aangeeft dat het virus nog actief aanwezig is.
Na 72 weken bleek ongeveer 20 procent van de patiënten die bepirovirsen kregen een functionele genezing te hebben bereikt. In de placebogroep werd dit resultaat bij niemand gezien. Bij deelnemers die vóór de behandeling al relatief lage HBsAg-waarden hadden, liep het succespercentage zelfs op tot ongeveer 26 procent.
Bepirovirsen werkt anders dan de huidige geneesmiddelen. Het behoort tot de groep van antisense-oligonucleotiden. Deze middelen richten zich op het boodschapper-RNA van het virus. Daardoor maakt het virus minder eiwitten aan, waaronder HBsAg. Onderzoekers denken dat een lagere hoeveelheid HBsAg het afweersysteem weer beter in staat stelt geïnfecteerde levercellen te herkennen en onder controle te houden.
Een functionele genezing wordt al jaren gezien als een van de belangrijkste doelen binnen het hepatitis B-onderzoek. Hoewel het virus daarbij niet volledig uit het lichaam verdwijnt, blijft het langdurig onder controle zonder voortdurende behandeling. Dat kan het risico op ernstige leverziekten verder verlagen en de kwaliteit van leven verbeteren.
Toch benadrukken de onderzoekers dat het middel nog geen oplossing is voor iedereen met chronische hepatitis B. Ongeveer vier op de vijf deelnemers bereikten geen functionele genezing. Daarnaast moet vervolgonderzoek uitwijzen hoe lang het behaalde effect aanhoudt en of de behandeling ook even goed werkt bij andere patiëntengroepen, zoals mensen met levercirrose of hogere HBsAg-waarden.
De resultaten worden daarom gezien als een belangrijke doorbraak, maar nog niet als het eindpunt van de ontwikkeling. Mogelijk kan bepirovirsen in de toekomst worden gecombineerd met andere nieuwe therapieën om het aantal mensen dat een functionele genezing bereikt verder te vergroten.
Bronnen:
https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2515131
https://clinicaltrials.gov/study/NCT04856085
https://clinicaltrials.gov/study/NCT04856098
