Een veelgebruikt middel tegen hoge bloeddruk kan mogelijk de achteruitgang van de nieren versnellen bij mensen met type 2-diabetes. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat werd gepresenteerd op een groot nefrologiecongres. De bevindingen roepen vragen op over de veiligheid van deze behandeling bij bepaalde patiënten.
Mensen met type 2-diabetes hebben vaak ook een hoge bloeddruk. Die combinatie verhoogt het risico op chronische nierschade aanzienlijk. Artsen proberen daarom niet alleen de bloedsuiker te verlagen, maar ook de bloeddruk goed onder controle te houden. Dat helpt om verdere schade aan de nieren te beperken en vermindert bovendien de kans op hart- en vaatziekten.
Een nieuwe studie, gepresenteerd tijdens het 63e congres van de European Renal Association in Glasgow, suggereert echter dat een veelgebruikde groep bloeddrukverlagers mogelijk ongunstige effecten heeft op de nierfunctie. Het gaat om dihydropyridine-calciumkanaalblokkers, vaak afgekort als DCCB’s.
Onderzoekers analyseerden gegevens van 31.041 volwassenen met type 2-diabetes tussen 2016 en 2021. Alle deelnemers gebruikten al twee standaardbehandelingen die de nieren beschermen: remmers van het renine-angiotensinesysteem (RAS-remmers) en SGLT2-remmers. Daarnaast kregen zij een extra middel tegen hoge bloeddruk.
Van de onderzochte groep gebruikten 11.841 mensen een DCCB. De overige 19.200 deelnemers kregen een andere bloeddrukverlager. De onderzoekers volgden de patiënten gemiddeld drieënhalf jaar.
Tijdens die periode ontwikkelden 482 deelnemers een ernstige niercomplicatie. Daarnaast overleden 2.066 mensen. Volgens de onderzoekers waren de meeste sterfgevallen niet direct het gevolg van nierziekte, maar van hart- en vaatziekten of infecties.
De analyse liet zien dat gebruikers van DCCB’s een 33% hoger risico hadden op ernstige nierproblemen dan mensen die een andere aanvullende bloeddrukbehandeling kregen. Het ging daarbij om zogenoemde majeure nieruitkomsten, zoals een sterke achteruitgang van de nierfunctie of nierfalen.
De onderzoekers benadrukken dat hun resultaten klinisch relevant kunnen zijn. Meer dan acht op de tien mensen met chronische nierschade hebben namelijk ook hoge bloeddruk. De keuze van een bloeddrukverlager kan daardoor invloed hebben op het tempo waarin nierziekte zich ontwikkelt.
Toch is voorzichtigheid geboden. Het onderzoek was observationeel. Dat betekent dat onderzoekers verbanden kunnen vaststellen, maar niet kunnen bewijzen dat het medicijn daadwerkelijk de oorzaak is van de verslechtering. Andere factoren kunnen mogelijk een rol hebben gespeeld.
Ook deskundigen wijzen op die beperking. Zij stellen dat de resultaten eerst moeten worden bevestigd in grotere onderzoeken voordat behandelrichtlijnen worden aangepast. Daarnaast zijn de gegevens nog niet gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift en hebben ze nog geen volledige collegiale beoordeling ondergaan.
De bevindingen lijken bovendien af te wijken van eerder onderzoek. Een studie uit 2022 suggereerde juist dat DCCB’s het risico op vergevorderde nierziekte mogelijk konden verlagen. Dat maakt aanvullend onderzoek extra belangrijk.
Voor mensen met type 2-diabetes blijft een gezonde leefstijl de basis van de behandeling. Gewichtsverlies, minder zout, voldoende beweging, matig alcoholgebruik en een voedingspatroon zoals het DASH-dieet kunnen helpen om de bloeddruk te verlagen. Wanneer medicijnen nodig zijn, kunnen artsen naast DCCB’s ook andere middelen overwegen, zoals thiazidediuretica. Daarbij is wel zorgvuldige controle van de nierfunctie en bloedwaarden nodig.
Patiënten wordt afgeraden om op eigen initiatief met medicatie te stoppen. Overleg met de behandelend arts blijft essentieel om de meest geschikte behandeling te bepalen.
Deze nieuwe gegevens zijn belangrijk, maar geven nog geen definitief antwoord. De studie is nog niet peer-reviewed. Verdere studies moeten uitwijzen of het waargenomen risico daadwerkelijk door deze bloeddrukmedicatie wordt veroorzaakt.
