Wetenschappers hebben een vroege, stille fase van Alzheimer geïdentificeerd, waarin hersencellen al beschadigd raken zonder dat symptomen optreden. Deze ontdekking biedt mogelijkheden voor eerdere diagnose en behandeling van Alzheimer.
Uit recent onderzoek, gepubliceerd in Nature Neuroscience, blijkt dat Alzheimer in twee fasen verloopt. In de eerste fase treedt schade op aan specifieke hersencellen zonder zichtbare symptomen. Pas in de tweede fase verschijnen de kenmerkende geheugen- en gedragsproblemen.
De onderzoekers gebruikten een geavanceerde celanalyse om deze vroege veranderingen te identificeren, waarbij vooral somatostatine-positieve neuronen – cellen die normaal kalmerende signalen afgeven – vroegtijdig afsterven, wat mogelijk verdere hersenveranderingen triggert.
In deze vroege fase zagen de wetenschappers een toename van ontstekingscellen, zoals microglia en astrocyten, en het begin van amyloïdeplaques, kenmerkende Alzheimer-eiwitophopingen.
Later in de ziekte is er een dramatische toename in de pathologische veranderingen, zoals de vorming van amyloïdeplaques en tau-kluwens, wat samenhangt met geheugenverlies en cognitieve achteruitgang.
De onderzoekers hopen dat deze bevindingen kunnen bijdragen aan nieuwe methoden voor vroegtijdige diagnose en behandelingen die gericht zijn op de stille fase van de ziekte.
