Snellere veroudering gelinkt aan dementie

Vrouwen van wie het lichaam biologisch sneller verouderde dan hun kalenderleeftijd deed vermoeden, hadden in een langlopend Amerikaans onderzoek ongeveer twee keer zoveel risico op dementie. Bij mannen werd dit verband niet gevonden. Versnelde biologische veroudering hing bij beide geslachten wel samen met hart- en vaatziekten en overlijden.

Onderzoekers volgden 3.046 deelnemers aan de Amerikaanse Framingham Offspring Study. Zij waren bij aanvang gemiddeld 55 jaar en 55 procent was vrouw. De studie verscheen op 10 augustus 2026 in Scientific Reports.

De onderzoekers maakten onderscheid tussen kalenderleeftijd en biologische leeftijd. Kalenderleeftijd is simpelweg het aantal jaren sinds de geboorte. Biologische leeftijd is een schatting van hoe sterk het lichaam op basis van verschillende lichamelijke kenmerken is verouderd.

Voor die berekening gebruikten de wetenschappers onder meer lichaamsmetingen en waarden uit bloedonderzoek. De gegevens waren afkomstig uit drie onderzoeksrondes tussen 1991 en 2001. Met een statistische methode bepaalden ze vervolgens of deelnemers biologisch sneller, ongeveer even snel of juist langzamer verouderden dan op basis van hun kalenderleeftijd verwacht werd.

De verschillen konden aanzienlijk zijn. Bij mannen met versnelde biologische veroudering lag de geschatte biologische leeftijd gemiddeld ongeveer vier jaar boven hun werkelijke leeftijd. Bij vrouwen bedroeg dat verschil gemiddeld ongeveer 2,5 jaar.

Daarna onderzochten de wetenschappers gedurende tientallen jaren wie hart- en vaatziekten of dementie ontwikkelde en wie overleed. De mediane opvolgduur bedroeg 26 jaar voor dementie en sterfte. Voor hart- en vaatziekten was dat 23 jaar.

In totaal registreerden de onderzoekers 713 gevallen van hart- en vaatziekten, 265 gevallen van dementie en 1.105 sterfgevallen. Versnelde biologische veroudering bleek duidelijk samen te hangen met verschillende ongunstige gezondheidsuitkomsten.

Mannen met een versnelde biologische leeftijd hadden 1,6 keer zoveel risico op hart- en vaatziekten als mannen die biologisch relatief langzaam verouderden. Bij vrouwen was dat risico 1,8 keer zo hoog. Het overlijdensrisico was respectievelijk 2,3 en 1,8 keer zo hoog.

Bij dementie kwam een opvallend verschil tussen mannen en vrouwen naar voren. Vrouwen met versnelde biologische veroudering hadden ongeveer 2,1 keer zoveel risico op dementie als vrouwen die biologisch langzamer verouderden. Het betrouwbaarheidsinterval liep van 1,03 tot 4,32. Dat brede bereik wijst op behoorlijke onzekerheid over de precieze grootte van het verband.

Bij mannen vonden de onderzoekers geen statistisch overtuigend verband tussen versnelde biologische veroudering en dementie. Waarom het verschil tussen mannen en vrouwen ontstond, kan deze studie niet verklaren. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of biologische verschillen tussen de geslachten een rol spelen of dat andere factoren de uitkomst beïnvloeden.

Biologische leeftijd is bovendien geen rechtstreeks meetbare eigenschap zoals lichaamsgewicht of bloeddruk. Het is een berekende maat waarin verschillende kenmerken worden samengevoegd. Er bestaat momenteel geen algemeen aanvaarde standaard voor de beste manier om biologische leeftijd vast te stellen.

Dat beperkt ook de praktische betekenis van de resultaten. De berekende biologische leeftijd voorspelde de gezondheidsrisico’s maar beperkt beter wanneer bekende factoren zoals leeftijd, bloeddruk, diabetes, roken, cholesterol en lichaamsgewicht al werden meegenomen.

Het onderzoek bewijst daarnaast niet dat sneller biologisch verouderen dementie of hart- en vaatziekten veroorzaakt. Het gaat om een observationele studie. Niet-gemeten verschillen in bijvoorbeeld leefomgeving of andere gezondheidskenmerken kunnen de resultaten mede verklaren.

De deelnemers waren bovendien overwegend wit en van Europese afkomst. Daardoor is nog onzeker of dezelfde verbanden gelden voor andere bevolkingsgroepen. Ook kunnen andere methoden om biologische leeftijd te berekenen tot andere uitkomsten leiden.

Toch sluiten de bevindingen aan bij ander onderzoek. Een studie onder ruim 6.000 oudere vrouwen vond in 2026 eveneens een verband tussen bepaalde maten van versnelde biologische veroudering en het ontstaan van lichte cognitieve stoornissen of waarschijnlijke dementie. Daarbij werd biologische veroudering op een andere manier gemeten, namelijk via veranderingen in het DNA.

De nieuwe resultaten betekenen nog niet dat mensen hun ‘biologische leeftijd’ routinematig moeten laten bepalen. Er bestaat ook geen behandeling die specifiek een verhoogde biologische leeftijd behandelt. Bekende beïnvloedbare risicofactoren, zoals hoge bloeddruk, roken, diabetes en overgewicht, blijven daarom belangrijk.

Snellere biologische veroudering kan wijzen op een verhoogd gezondheidsrisico, vooral bij vrouwen wat betreft dementie. Of meting ervan werkelijk helpt bij preventie, moet verder onderzoek uitwijzen.

Wilt u gezond ouder worden? Bespreek bekende risicofactoren zoals bloeddruk, bloedsuiker, roken, beweging en gewicht met uw huisarts in plaats van uitsluitend op commerciële biologische-leeftijdstesten te vertrouwen.

Bronnen:
DOI: 10.1038/s41598-026-64591-9
PMID: 41721741; DOI: 10.1111/acel.70424