Nieuw onderzoek suggereert dat kaas, inclusief vette kazen zoals brie, cheddar en Gouda, mogelijk geassocieerd is met een lager risico op dementie op latere leeftijd. De studie, die werd gepubliceerd in het open-access tijdschrift Nutrients, analyseerde dieetpatronen en gezondheid over meerdere jaren bij een grote groep oudere volwassenen en vond een bescheiden, maar statistisch significant verband tussen kaasconsumptie en de kans op dementie.1
De studie volgde ongeveer 7.900 Japanse volwassenen van 65 jaar en ouder zonder dementiediagnose aan het begin.
Onder deelnemers die minstens één keer per week kaas aten, ontwikkelden 3,4 % dementie binnen drie jaar. Dit vergeleken met 4,5 % bij degenen die geen kaas aten. Dat komt neer op een ongeveer 24 % lager risico op dementie bij de kaaseters. Na statistische aanpassing voor leeftijd, geslacht, sociaaleconomische status en andere gezondheidsfactoren bleef dit verband bestaan.
Hoewel het risico per individu relatief klein is (ongeveer 1,06 procentpunt verschil), kan dat op populatieniveau toch betekenisvol zijn, vooral in een vergrijzende samenleving.
Welke kaas en waarom?
Het onderzoek keek niet naar één specifieke kaassoort, maar algemene kaasconsumptie; het grootste deel van de geconsumeerde kazen in deze groep bestond uit smeltkaas en smeerkaas met een kleinere groep die ook zachte kazen zoals brie at.
Wetenschappers suggereren dat kaas voedingsstoffen bevat zoals vitamine K2, eiwitten, aminozuren, antioxidanten en mogelijk probiotica uit gefermenteerde producten, die een rol kunnen spelen bij:
- Bescherming van de bloedvaten, belangrijk voor een goede bloedtoevoer naar de hersenen,
- Ondersteuning van neurale gezondheid en ontstekingsremming,
- En mogelijk verbetering van de darm-hersen-as, een steeds belangrijker onderwerp in neurowetenschappelijk onderzoek.
Wat betekent dit voor je gezondheid?
Belangrijk om te benadrukken is dat het hier gaat om een observationeel onderzoek. Dat wil zeggen dat het een ‘associatie’ toont en geen direct bewezen oorzaak-gevolg. Het is dus niet bewezen dat kaas dementie voorkomt. Andere factoren zoals dieetpatroon, fysieke activiteit, rookgedrag, sociale betrokkenheid en genetische risico’s blijven invloedrijker op dementie dan één voedingsmiddel alleen. Deskundigen adviseren daarom een gezond en gevarieerd dieet, gecombineerd met een gezonde levensstijl, als de meest effectieve strategie om cognitieve achteruitgang te verminderen, meer dan alleen focussen op kaas.2
De Japanse studie toont dus wel aan dat volwassenen die minstens één keer per week kaas aten een iets lager risico hadden op het ontwikkelen van dementie over drie jaar, vergeleken met mensen die dat niet deden. Hoewel deze resultaten interessant zijn, is verder onderzoek nodig om te begrijpen waarom dat verband er is en of het causaliteit weerspiegelt.
Bronnen
