Een nieuw ontwikkeld hulpmiddel kan al bij de diagnose inschatten hoe mannen met uitgezaaide hormoongevoelige prostaatkanker op behandeling reageren. De methode herkent vroeg welke patiënten een hoog risico lopen op een slechte respons en kan behandelkeuzes direct sturen.
Onderzoekers hebben een eenvoudig model ontwikkeld voor mannen met uitgezaaide hormoongevoelige prostaatkanker, ook wel mHSPC genoemd. Het hulpmiddel voorspelt of de prostaat-specifieke antigeenwaarde, kortweg PSA, snel en sterk daalt na start van de behandeling. Zo’n vroege PSA-daling geldt als een belangrijke aanwijzing voor een gunstig verloop van de behandeling.
PSA is een eiwit dat door prostaatcellen wordt aangemaakt en wordt gebruikt om het effect van therapie te volgen. Bij mHSPC krijgen patiënten vaak een combinatie van hormoontherapie en zogeheten androgeenreceptor-route-remmers. Deze medicijnen blokkeren de werking van mannelijke hormonen die tumorgroei stimuleren. Ondanks verbeteringen in behandeling blijft het lastig om vooraf te voorspellen wie goed reageert. Tot nu toe delen artsen patiënten vaak in op basis van de hoeveelheid uitzaaiingen. Dat zegt echter weinig over de daadwerkelijke behandelrespons.
Voor het nieuwe model gebruikten de onderzoekers gegevens uit drie grote geneesmiddelenstudies: LATITUDE, TITAN en ARASENS. In totaal werden gegevens van 1.030 mannen gebruikt om het model te bouwen. De uitkomsten zijn daarna getest en gecontroleerd bij nog eens 688 deelnemers. Volgens de onderzoekers kan met dit model sneller de juiste behandeling worden ingezet op basis van persoonlijke uitslagen, waardoor patiënten een op de persoon afgestemde behandeling kunnen volgen.
De onderzoekers zijn inmiddels gestart met vervolgonderzoek. Daarbij testen zij het model in andere grote studies en in dagelijkse zorggegevens. Dat moet bevestigen of het hulpmiddel ook breed inzetbaar is.
De bevindingen onderstrepen dat gepersonaliseerde zorg bij uitgezaaide prostaatkanker dichterbij komt. Vroege, nauwkeurige voorspelling kan het verschil maken tussen standaardzorg en maatwerk. Met betere kansen voor patiënten. Maar meer onderzoek is nog nodig voordat het breed ingezet kan worden.
Bron:
