Dagelijkse stemming zegt meer dan vragenlijsten
Probiotica kunnen negatieve stemmingen bij gezonde mensen verminderen, blijkt uit een nieuwe studie van 88 vrijwilligers. Maar opvallend: dit effect werd vooral zichtbaar via dagelijkse zelfrapportages, niet via de gebruikelijke psychologische vragenlijsten.
De onderzoekers gebruikten een dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoeksopzet. De helft van de deelnemers kreeg vier weken lang dagelijks een poeder met een mix van negen bacteriestammen, waaronder Lactobacillus en Bifidobacterium. De andere helft kreeg een placebo met dezelfde kleur, geur en smaak.
Elke dag beoordeelden deelnemers hun stemming op een schaal van 0 tot 100. Deelnemers in de probioticagroep voelden zich na twee weken duidelijk minder negatief. Er was geen vergelijkbare verbetering in de controlegroep. Positieve gevoelens bleven in beide groepen ongeveer gelijk.
Vragenlijsten blijven achter
Hoewel de deelnemers ook vooraf en achteraf gangbare vragenlijsten invulden, zoals de CES-D voor depressie en STAI voor angst, lieten deze nauwelijks verschillen zien tussen de groepen. Alleen op enkele onderdelen van vragenlijsten over lichamelijke gewaarwording en piekeren waren lichte verschuivingen merkbaar, maar deze waren niet overtuigend genoeg om als bewijs te dienen.
Ook in computertesten waarbij deelnemers gezichtsuitdrukkingen moesten herkennen of reageren op emotionele prikkels, kwamen slechts kleine effecten naar voren. Zo waren probiotica-gebruikers iets beter in het herkennen van emoties, maar dit effect was zwak.
Wie profiteert het meest?
De onderzoekers analyseerden of bepaalde psychologische kenmerken samenhingen met het effect van probiotica. Daaruit bleek dat mensen met een hoge ‘risico-aversie’ – een eigenschap die verband houdt met kwetsbaarheid voor depressie – het sterkst profiteerden.
Het effect op stemming trad pas na ongeveer twee weken op. Dat tijdsverloop lijkt op dat van antidepressiva, al werken die via een andere route. Beide beïnvloeden waarschijnlijk het zenuwstelsel via ontstekingsremming of de nervus vagus, een hersenzenuw die het brein met de darmen verbindt.
Veel studies naar psychologische effecten vertrouwen alleen op metingen vóór en ná een interventie. Deze studie toont aan dat zulke momentopnames belangrijke effecten kunnen missen. Dagelijkse stemming bijhouden, hoe simpel ook, biedt een krachtiger blik op veranderingen in gemoedstoestand.
