30-04-2024

Betere preventieve mondzorg voor álle kinderen

Kinderen met een lage Sociaal-Economische Status (SES) lopen een groter risico op gaatjes (cariës) dan kinderen met een hoge SES. Dit ondanks de volledige vergoeding van tandheelkundige zorg voor kinderen. Dat constateerde Ashley Verlinden in haar promotie-onderzoek.1

 Huishoudens met een lage SES consumeren meer sterk bewerkte, koolhydraatrijke voedingsmiddelen en frisdrank met suiker. Ook zijn ze minder bekend met preventieve gewoontes, zoals twee keer per dag tandenpoetsen.2 Verlinden liet met haar onderzoek zien dat er manieren zijn om de mondzorg voor alle kinderen te verbeteren. Dat lijkt veelbelovend.

Verlinden zocht in haar onderzoek naar manieren om de mondzorg voor alle kinderen te verbeteren en de verschillen tussen kinderen uit huishoudens met lage SES en hoge SES te verkleinen. Zo onderzocht ze of ouders eerder starten met tandheelkundige zorg wanneer ze daarnaar worden doorverwezen door een jeugdarts van het consultatiebureau.

Ze experimenteerde daarbij met een passieve en een actieve vorm van verwijzing. Bij de passieve vorm werd het initiatief om de eerste afspraak te maken met de tandarts bij de ouders gelaten, bij de tweede vorm nam de tandarts zelf contact op om de afspraak te plannen.

Verwijzing door het consultatiebureau leidde inderdaad tot een vroegere start van preventieve tandheelkundige zorg. Actieve verwijzing had een groter effect dan passieve verwijzing: ouders maakten vaker daadwerkelijk een afspraak voor een preventief consult als de tandarts het initiatief nam.

De jeugdarts van het consultatiebureau verwees de ouders door voor preventieve tandheelkundige hulp van hun baby bij de doorbraak van het eerste tandje. Deze kinderen bleken op vijfjarige leeftijd minder cariës te hebben dan hun leeftijdgenootjes die niet als baby waren doorverwezen.

Verlinden voerde in haar onderzoek nog een experiment uit. Op dit moment maakt mondzorg namelijk geen deel uit van de voorlichting op de consultatiebureaus. Om na te gaan of de kennis van ouders over mondhygiëne kan worden vergroot via het consultatiebureau zonder extra inzet van personeel, kreeg een deel van de ouders een voorlichtingsfilm van 8,5 minuten (gemaakt door onderzoeksorganisatie TNO) aangeboden en het andere deel niet.

De kennis van de ouders werd in beide groepen gemeten: bij de ouders die de film te zien kregen voor en na de film en na zes maanden. De kennis van de ouders die de film zagen nam toe ten opzichte van de andere ouders. Na zes maanden was de kennis wat afgenomen, maar nog altijd duidelijk hoger dan die van de ouders die de film niet hadden gezien.

Met deze positieve bevindingen pleit Verlinden dan ook voor de introductie van een nieuwe werkwijze waarin consultatiebureaus nauw samenwerken met mondzorgprofessionals. Zo worden ook de ouders van kinderen bereikt die momenteel wel de consultatiebureaus maar niet de tandarts bezoeken, en zodoende preventieve tandheelkundige zorg missen. Intensieve samenwerking tussen beide beroepsgroepen lijkt een effectieve en haalbare mogelijkheid om de mondgezondheid voor jonge kinderen te verbeteren.

Bronnen:

1 https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/951852363/Complete_thesis.pdf
2 Horowitz AM, Kleinman DV. Oral health literacy: a pathway to reducing oral health disparities in Maryland. J Public Health Dent. 2012; 72: 26–30.

Uit dezelfde categorie

Geen Resultaten Gevonden

De pagina die je hebt opgevraagd, kon niet worden gevonden. Probeer je zoekopdracht te verfijnen of gebruik de navigatie hierboven om het bericht te vinden.

No results found.

Het laatste nieuws

Neem je gezondheid in eigen hand

Word abonnee