Een meer plantaardig voedingspatroon kan gezondheids- en milieuvoordelen bieden, maar vraagt om een zorgvuldige samenstelling. Een Nederlands modelonderzoek laat zien dat bepaalde vitamines, mineralen en eiwitten anders onvoldoende kunnen worden ingenomen, vooral door ouderen, jongeren en vrouwen.
Steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om minder dierlijke producten te eten. Dat is gunstig voor het milieu en kan bijdragen aan een gezonder voedingspatroon. Toch laat een nieuwe Nederlandse studie zien dat een overstap naar meer plantaardige voeding ook nadelen kan hebben als de voeding niet goed wordt samengesteld.
Voor het onderzoek gebruikten de onderzoekers gegevens van 3.570 deelnemers aan de Nederlandse Voedselconsumptiepeiling uit 2019 tot en met 2021. Met behulp van voedingsmodellen berekenden zij wat er gebeurt wanneer dierlijke producten worden vervangen door plantaardige alternatieven. Daarbij werden twee situaties onderzocht: een zorgvuldig samengesteld plantaardig voedingspatroon en een minder doordachte overstap.
In beide scenario’s daalde de totale eiwitinname. Vooral bij ouderen tussen de 71 en 79 jaar was die afname duidelijk zichtbaar. Ook de hoeveelheid essentiële aminozuren nam af. Dit zijn bouwstoffen die het lichaam niet zelf kan maken en die nodig zijn voor onder meer spieropbouw, herstel van weefsels en een goed werkend afweersysteem.
Daarnaast bleek dat de inname van verschillende vitamines en mineralen terugliep. Vooral vitamines uit het B-complex en vitamine A werden minder goed gehaald. De inname van vitamine D was al laag en verbeterde niet door een plantaardiger voedingspatroon.
Ook bij mineralen zagen de onderzoekers knelpunten. Calcium, ijzer, jodium, selenium en zink kwamen in meerdere leeftijdsgroepen lager uit dan gewenst. Vooral vrouwen en adolescenten liepen volgens de berekeningen een groter risico op een ontoereikende inname. Deze voedingsstoffen zijn belangrijk voor onder meer sterke botten, de schildklier, de weerstand en het zuurstoftransport in het lichaam.
De studie betekent niet dat een plantaardig voedingspatroon ongezond is. Wel laat zij zien dat bewuste voedingskeuzes belangrijk zijn. Door verschillende plantaardige eiwitbronnen te combineren en zo nodig gebruik te maken van verrijkte producten of supplementen kunnen veel tekorten worden voorkomen.
Omdat het om een modelstudie gaat, is niet onderzocht wat mensen daadwerkelijk aten of welke gezondheidseffecten op lange termijn optreden. De berekeningen geven wel een goed beeld van mogelijke knelpunten wanneer grote groepen mensen overstappen op meer plantaardige voeding.
Wie vaker plantaardig wil eten, hoeft dat dus niet te laten. Een gevarieerd voedingspatroon met voldoende aandacht voor eiwitten, vitamines en mineralen blijft volgens de onderzoekers de sleutel tot een gezonde overstap.
