Een hoge dosis psilocybine leek bij één vrouw met vergevorderde ziekte van Alzheimer tijdelijk klachten te verminderen. De patiënt sprak meer, bewoog beter en werd minder incontinent. Toch bewijst deze casus niet dat psilocybine dementie kan behandelen.
Een opvallende casus uit Brazilië zorgt voor discussie binnen het dementieonderzoek. Een vrouw van in de tachtig met vergevorderde ziekte van Alzheimer verbeterde tijdelijk na het innemen van psilocybinehoudende paddenstoelen. Psilocybine is de hallucinerende stof in zogenoemde paddo’s.
De vrouw had al ongeveer tien jaar dementie. Voor de behandeling sprak zij vooral in losse lettergrepen. Ze had hulp nodig bij lopen, eten en aankleden. Ook was zij al jaren incontinent en reageerde zij nauwelijks emotioneel op haar omgeving.
Met toestemming van haar wettelijke vertegenwoordigers kreeg zij in een privésituatie een hoge dosis paddenstoelen met psilocybine. De eerste dosis bedroeg 5 gram. Dat is fors: bij recreatief gebruik kan 1 tot 2 gram al een sterke roes veroorzaken.
Na de inname leek de vrouw oververhit te raken. Ook kwam zij in een langdurige slaapachtige toestand. Ongeveer 19 uur later begon zij spontaan over haar eigen leven te praten. Volgens de casus hield dat meerdere uren aan.
In de weken daarna zagen de behandelaars meer veranderingen. De vrouw werd minder incontinent, liep beter en maakte meer contact. Enkele dagen na de eerste toediening kon zij zonder hulp lopen en zichzelf aankleden. Een maand later kreeg zij een tweede, lagere dosis van 3 gram.
De onderzoekers vermoeden dat psilocybine tijdelijk bepaalde hersennetwerken kan beïnvloeden. De stof wordt in het lichaam omgezet in psilocine. Die stof werkt op serotoninereceptoren, vooral de 5-HT2A-receptor. Serotonine is een boodschapperstof die betrokken is bij stemming, waarneming en hersencommunicatie.
Mogelijk verhoogt psilocybine tijdelijk de flexibiliteit van hersennetwerken. Daardoor zouden nog aanwezige, maar slecht bereikbare functies kortdurend weer actief kunnen worden. Dat blijft voorlopig een hypothese. De studie laat geen herstel van de ziekte zelf zien.
Voorzichtigheid is daarom essentieel. Het gaat om één patiënt, zonder controlegroep. De diagnose werd niet met nieuwe hersenscans bevestigd. Ook kunnen dementieklachten soms schommelen. Het is dus onzeker of de verbetering volledig door psilocybine kwam.
Deskundigen waarschuwen bovendien voor grote risico’s. Ouderen met dementie zijn kwetsbaar voor vallen, verwardheid, angst, hartproblemen, verslikken en wisselwerkingen met medicijnen. Zelf experimenteren met psilocybine bij dementie is daarom gevaarlijk.
De casus is vooral een aanleiding voor beter onderzoek. Grotere studies moeten nagaan of psilocybine veilig is, bij wie het mogelijk werkt en hoe lang eventuele effecten duren. Tot die tijd blijft bewezen dementiezorg de basis.
Bespreek zorgen over dementie altijd met een arts of geheugenpoli, en probeer geen psilocybine op eigen initiatief.
