Wetenschappers hebben een eiwit in de hersenen gevonden dat mogelijk invloed heeft op hoe het lichaam ouder wordt. Het gaat om het eiwit Menin. In onderzoek met muizen zagen zij dat de hoeveelheid van dit eiwit afneemt bij het ouder worden. Die daling ging samen met ontstekingen in de hersenen, geheugenproblemen en lichamelijke achteruitgang.
Toen de onderzoekers het eiwit bij oude muizen weer aanvulden, verbeterden verschillende klachten. De dieren leerden beter, onthielden meer en bewogen stabieler. Ook zagen de onderzoekers verbeteringen aan de huid en botten. Daarnaast bleek een aminozuur, D-serine, een positief effect te hebben op het geheugen van oudere muizen.
De studie richt zich op een klein gebied diep in de hersenen: de hypothalamus. Dit gebied werkt als een soort regelkamer van het lichaam. Het helpt onder meer bij het regelen van honger, temperatuur, slaap, stress en hormonen. Steeds meer onderzoekers denken dat dit deel van de hersenen ook invloed kan hebben op veroudering.
De onderzoekers keken vooral naar Menin, een eiwit dat ontstekingen in de hersenen helpt afremmen. Ontstekingen zijn niet altijd slecht. Ze helpen het lichaam bijvoorbeeld om infecties te bestrijden. Maar langdurige, lichte ontstekingen kunnen schade veroorzaken. Die worden ook in verband gebracht met ouderdomsklachten.
Bij oudere muizen bleek de hoeveelheid Menin duidelijk lager te zijn dan bij jonge muizen. Om te testen wat dat betekent, verlaagden de onderzoekers het eiwit bij jonge muizen. De gevolgen waren opvallend. De dieren kregen meer ontstekingen in de hersenen, een dunnere huid, zwakkere botten, een slechter evenwicht en geheugenproblemen. Ook leefden ze korter dan muizen waarbij het eiwit niet was verlaagd.
Daarna deden de onderzoekers het omgekeerde. Ze zorgden ervoor dat oude muizen weer meer Menin aanmaakten in de hypothalamus. Binnen een maand zagen zij verbeteringen. De muizen deden het beter bij testen voor leren en geheugen. Ook hun evenwicht, huid en botten gingen vooruit.
Een tweede ontdekking ging over D-serine. Dat is een aminozuur. Aminozuren zijn bouwstoffen die het lichaam gebruikt voor allerlei processen. D-serine speelt ook een rol bij de communicatie tussen hersencellen. Die communicatie is belangrijk om te leren en dingen te onthouden.
Toen Menin afnam, daalde ook de hoeveelheid D-serine in de hersenen. De onderzoekers gaven oudere muizen vervolgens extra van dit aminozuur. Daardoor verbeterde hun geheugen. De lichamelijke tekenen van veroudering, zoals een dunnere huid en zwakkere botten, verdwenen daardoor niet. Dat wijst erop dat Menin waarschijnlijk op meerdere manieren invloed heeft op het lichaam.
De resultaten zijn interessant, maar er is voorzichtigheid nodig. Het onderzoek is gedaan bij muizen, niet bij mensen. Het is dus nog niet duidelijk of hetzelfde proces bij mensen op dezelfde manier werkt. Ook is nog niet bekend of het veilig is om Menin of D-serine bij mensen te gebruiken tegen ouderdomsklachten.
De studie laat vooral zien dat veroudering mogelijk minder willekeurig verloopt dan vaak wordt gedacht. Ouderdom is niet alleen slijtage van spieren, botten en organen. De hersenen lijken mogelijk ook een rol te spelen in hoe het lichaam verandert bij het ouder worden.
Vervolgonderzoek moet duidelijk maken waarom Menin afneemt en of dit ook bij mensen gebeurt. Als dat zo is, kan de ontdekking op termijn helpen bij onderzoek naar geheugenverlies en andere ouderdomsklachten. Voorlopig is het vooral een veelbelovende stap naar beter begrip van hoe het lichaam veroudert.
