De Nederlandse Staat wordt voor het eerst aansprakelijk gesteld voor de lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. Actiegroep Stichting Recht op GGZ stelt dat duizenden mensen met ernstige psychische aandoeningen daardoor te lang moeten wachten op passende hulp, met ingrijpende gevolgen.
De dagvaarding is dinsdag uitgebracht, na een voorbereiding van ongeveer twee jaar. Volgens Stichting Recht op GGZ is de gang naar de rechter een uiterste stap. De groep zegt dat eerdere oproepen, politieke aandacht en afspraken met het kabinet te weinig hebben opgeleverd.
De kern van de zaak is dat de Staat volgens de stichting tekortschiet in zijn wettelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht, maar de overheid moet ingrijpen als die plicht niet wordt nagekomen, stelt de stichting. Daarmee zou ook het recht op toegang tot goede zorg onder druk staan.
Het probleem draait vooral om de specialistische ggz voor volwassenen. Op dit moment wachten volgens Stichting Recht op GGZ ongeveer 55.000 tot 56.000 volwassenen langer dan de toegestane norm van veertien weken op behandeling. Juist mensen met de zwaarste en meest ingewikkelde psychische klachten lijken het langst te moeten wachten.
Die wachttijden zijn niet nieuw, maar houden al jaren aan. De Nederlandse Zorgautoriteit meldde begin 2025 opnieuw dat de wachttijden voor veel ggz-behandelingen te hoog blijven. Voor sommige aandoeningen, zoals persoonlijkheidsstoornissen en eetstoornissen, loopt de wachttijd verder op. Daarmee groeit de druk op patiënten, hun families en behandelaren.
Volgens de stichting blijven de gevolgen niet beperkt tot verslechterende gezondheid. Mensen raken soms hun werk kwijt, verliezen inkomen of wonen minder stabiel. Ook voor partners, ouders en kinderen neemt de belasting toe. De actiegroep noemt dat onaanvaardbaar, zeker omdat het vaak gaat om mensen die al in een kwetsbare positie zitten.
De stichting verwijst ook naar signalen over suïciderisico onder wachtenden. 113 Zelfmoordpreventie onderzoekt landelijk wie overlijdt door zelfdoding en welke factoren daarbij een rol spelen. Dat onderstreept volgens betrokken organisaties hoe ernstig uitstel van passende hulp kan zijn, al is niet elke zelfdoding direct tot één oorzaak te herleiden.
Op de achtergrond speelt mee dat het ministerie van Volksgezondheid de afgelopen jaren meerdere akkoorden en plannen heeft ondersteund waarin het terugdringen van wachttijden een expliciet doel was. De rechtszaak zet daardoor extra druk op de vraag wat zulke afspraken in de praktijk hebben opgeleverd.
De zaak kan een belangrijk moment worden in het debat over toegang tot geestelijke gezondheidszorg. Wie de ontwikkelingen wil volgen, kan de stukken en updates van de betrokken organisaties nauwlettend in de gaten houden.
