Een nieuw onderzoek laat zien dat een laat ontbijt verband houdt met depressie, gebitsproblemen en zelfs een hoger overlijdensrisico. Het tijdstip van eten blijkt belangrijker dan gedacht.
We worden wereldwijd steeds ouder. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is de gemiddelde levensverwachting gestegen naar ruim 73 jaar. Gezonde leefstijlkeuzes, zoals voldoende bewegen, niet roken en gevarieerd eten, dragen hieraan bij. Maar uit een recente studie blijkt dat niet alleen wát we eten telt, maar ook wannéér we eten.
Onderzoekers van Massachusetts General Hospital analyseerden gegevens van bijna 3.000 Britten tussen de 42 en 94 jaar. Zij namen deel aan een langlopend onderzoek naar ouder worden en gezondheid, waarbij hun eetpatronen en medische gegevens meer dan 20 jaar werden gevolgd. De resultaten zijn gepubliceerd in Communications Medicine.
De wetenschappers richtten zich op zogeheten chronovoeding – de invloed van maaltijdmomenten op onze biologische klok. Terwijl eerder onderzoek vooral keek naar jongere volwassenen of nachtwerkers, lag de nadruk nu op ouderen, die vaak te maken krijgen met veranderde eet- en slaappatronen.
De onderzoekers zagen dat mensen naarmate zij ouder werden hun maaltijden, en vooral hun ontbijt, later gingen nuttigen. Dat bleek samen te hangen met een reeks gezondheidsproblemen. Personen die later ontbeten, rapporteerden vaker depressieve klachten, vermoeidheid en mondgezondheidsproblemen. Ook hadden zij een iets hoger overlijdensrisico dan leeftijdsgenoten die vroeg op de dag aten.
Volgens de onderzoekers kan een later ontbijt zowel een gevolg zijn van achterliggende gezondheidsklachten als een signaal van beginnende problemen. Wie moeite heeft met kauwen, weinig energie voelt of psychische klachten ervaart, schuift de eerste maaltijd van de dag vaak vooruit. Daarmee kan een vicieuze cirkel ontstaan waarin voedingstekorten en verminderde levenskwaliteit elkaar versterken.
Belangrijk is dat de bevindingen gebaseerd zijn op observaties. Er is dus geen bewijs dat later ontbijten rechtstreeks ziekten veroorzaakt. Toch sluit de studie aan bij groeiend bewijs dat het afstemmen van eetmomenten op het natuurlijke dag-nachtritme gunstig is voor de stofwisseling en de algehele gezondheid.
Experts adviseren om ontbijt binnen één à twee uur na het opstaan te nemen en een vast eetschema aan te houden: ontbijt rond 7–8 uur, lunch rond het middaguur en een vroege avondmaaltijd. Dit ondersteunt niet alleen de energiebalans en spieropbouw, maar ook de stemming en het slaapritme.
Kleine aanpassingen in maaltijdmomenten lijken zo een eenvoudige manier om gezond ouder te worden.
Bron: www.nature.com
