Mensen die regelmatig langer dan 8,5 uur per nacht slapen, hebben vaker verhoogde waarden van een bloedeiwit dat samenhangt met de ziekte van Alzheimer. Dat blijkt uit nieuw onderzoek. De bevinding betekent niet dat veel slapen de ziekte veroorzaakt, maar kan mogelijk wijzen op vroege veranderingen in de hersenen.
Wie structureel lang slaapt, hoeft zich niet direct zorgen te maken. Toch kan de slaapduur volgens nieuw onderzoek een aanwijzing zijn voor veranderingen die al jaren vóór de eerste geheugenklachten beginnen. De studie verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Alzheimer’s & Dementia.
Onderzoekers analyseerden gegevens van 2.410 deelnemers aan de bekende Framingham Heart Study. De deelnemers waren gemiddeld 70 jaar oud. Zij gaven aan hoeveel uur zij gewoonlijk sliepen en stonden bloed af voor onderzoek naar verschillende eiwitten die in verband worden gebracht met neurodegeneratie, het geleidelijke afsterven van zenuwcellen.
De onderzoekers bekeken onder meer het eiwit p-tau181. Dit is een aangepaste vorm van het tau-eiwit, dat een belangrijke rol speelt bij de ziekte van Alzheimer. Hogere concentraties van dit eiwit in het bloed worden steeds vaker gebruikt als aanwijzing voor onderliggende ziekteprocessen.
De resultaten lieten zien dat de concentratie p-tau181 het laagst was bij mensen die ongeveer zeven tot acht uur per nacht sliepen. Vanaf ongeveer 8,5 uur slaap begon de waarde geleidelijk toe te nemen. Bij mensen die tien uur of langer sliepen, was de stijging het duidelijkst zichtbaar. Voor andere onderzochte biomarkers bleek geen vergelijkbaar sterk verband overeind te blijven nadat rekening was gehouden met factoren zoals leeftijd, geslacht, depressie, nierfunctie, slaapapneu en een genetische risicofactor voor Alzheimer.
De onderzoekers benadrukken dat het om een observationeel onderzoek gaat. Daardoor kan niet worden vastgesteld of lang slapen de oorzaak is van de verhoogde biomarker. Het omgekeerde is minstens zo goed mogelijk. De eerste veranderingen in de hersenen kunnen namelijk de gebieden aantasten die het slaap-waakritme regelen. Daardoor kunnen mensen ongemerkt steeds langer gaan slapen, nog voordat geheugenproblemen ontstaan.
Ook de kwaliteit van de slaap kan een belangrijke rol spelen. Iemand die negen of tien uur in bed ligt, slaapt niet automatisch beter. Een onrustige nacht met veel korte onderbrekingen kan ervoor zorgen dat iemand langer in bed blijft zonder voldoende diepe slaap te krijgen. Juist tijdens die diepe slaap ruimt het brein afvalstoffen op via het zogenoemde glymfatische systeem.
De onderzoekers wijzen erop dat de resultaten niet betekenen dat mensen bewust minder moeten gaan slapen. Wel suggereren de bevindingen dat een duidelijke verandering in de slaapduur een reden kan zijn om dit met een arts te bespreken, zeker wanneer er ook andere klachten of risicofactoren aanwezig zijn. Langdurig meer dan negen uur slapen kan dan aanleiding zijn om de slaapkwaliteit en de algemene hersengezondheid verder te beoordelen.
Een eenvoudige verandering in het slaappatroon kan dus mogelijk een vroeg waarschuwingssignaal zijn. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of een langere slaapduur daadwerkelijk helpt om mensen met een verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer eerder op te sporen.
Bron: https://alz-journals.onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/alz.71499
