Tijdens de coronacrisis moesten we onze handen ‘stuk’ wassen. Bij elke winkel wachtte het pompje met handgel. Er waren ook professionals die op de rem trapten, zoals microbioloog Jasper Buikx. In de zomer van 2020 waarschuwde hij voor overmatig gebruik van hygiënische middelen. Hij pleitte ervoor om na de coronacrisis terug te keren naar het ‘oude’ normaal. ‘Te schoon leven heeft ook effect op de eigen goede microben en kan een lui immuunsysteem veroorzaken, met als gevolg auto-immuunziekten en allergieën’, zei hij.
Ook vóór de coronacrisis klonken dit soort waarschuwingen al. Zo legde de Amerikaanse kinderneuroloog Maya Shetreat-Klein in haar boek Goed vies, het nieuwe gezond uit hoe belangrijk de rol van onze bacteriën is. Het is haar overtuiging dat bewerkte voeding, overdreven aandacht voor hygiëne en veelvuldig gebruik van antibiotica onze darmen schaden, en daarmee onze gezondheid. Echt eten, gekweekt op een voedingsrijke bodem, en contact met de natuur zijn volgens haar een natuurlijke remedie tegen de oprukkende chronische kinderziekten.
Deze visie staat bekend als de ‘hygiënehypothese’, die de forse toename van eczeem, astma en allergieën in de geïndustrialiseerde wereld zou kunnen verklaren. Volgens deze hypothese leert het immuunsysteem niet meer rustig te reageren op relatief onschuldige prikkels door de opgeschroefde hygiëne en het niet meer doormaken van kinderziekten. Met andere woorden: de ‘opvoeding’ van het immuunsysteem schiet tegenwoordig tekort.
Shetreat-Klein adviseert: ‘Schop je kinderen naar buiten (zonder zonnebrand). Moedig ze aan in de viezigheid te spelen. Doe eventueel mee! Bouw moddertaarten en zandkastelen, neem er maar een hapje van. Breng dagelijks tijd door in het bos of het park, laat je van een heuveltje af rollen en ga sporten op grasvelden in plaats van op kunstgras.’
Dit citaat herinnert aan een opmerkelijk experiment in Finland, waarbij onderzoekers ‘bosomgevingen’ creëerden in de speeltuinen van vier stedelijke kinderdagverblijven. Ze werden bedekt met bosgrond, mossen, weidegras, kabouterheide en bessen. De kinderopvangmedewerkers lieten de kinderen gedurende een maand tweemaal per dag buitenspelen, in de bosgrond en bladstapels. De gemiddelde tijd buiten bedroeg dagelijks 1,5 uur. Vóór en na het experiment werden de darm- en huidmicroben van de kinderen geanalyseerd en vergeleken met die van kinderen van reguliere stedelijke kinderdagverblijven met steriele speeltuinen. Na 28 dagen bleek de diversiteit van de darm- en huidbacteriën van de ‘boskinderen’ sterk toegenomen, net als hun T-cellen en andere belangrijke biomarkers voor het immuunsysteem.
De uitkomsten ondersteunen de hypothese dat een lage biologische diversiteit in de moderne leefomgeving kan leiden tot een ‘ongeschoold’ immuunsysteem.
Bron:
Science Advances 2020; 6 (42):eaba2578
