Wie regelmatig laat op de avond eet, kan moeite krijgen met het goed reguleren van de bloedsuikerspiegel, blijkt uit Duits onderzoek. Vooral mensen die kort voor bedtijd eten, zijn mogelijk gevoeliger voor schommelingen in hun bloedglucosewaarden.
Ons lichaam verwerkt voedsel anders afhankelijk van het moment van de dag. Zo werkt onze stofwisseling ’s ochtends over het algemeen beter dan later op de avond. Onderzoekers van het Duitse Instituut voor Humane Voeding (DIfE) hebben onderzocht hoe het eten van maaltijden laat op de avond precies invloed heeft op de bloedsuikerspiegel.
Het onderzoek werd uitgevoerd onder 92 tweelingen, die vijf dagen lang hun eetgewoonten bijhielden in een dagboek. Daarnaast werd bij hen een uitgebreide medische check gedaan, waaronder metingen van hun bloedsuikerspiegel en insulinegevoeligheid. Insulinegevoeligheid geeft aan hoe goed het lichaam reageert op insuline, het hormoon dat bloedsuiker helpt te verlagen.
Uit de resultaten bleek dat mensen die dichter bij hun bedtijd aten, gemiddeld minder gevoelig waren voor insuline. Dit betekent dat hun lichaam minder goed in staat was om suiker uit het bloed op te nemen. Volgens de onderzoekers komt dit omdat het menselijk lichaam een interne klok heeft, ook wel het circadiaanse ritme genoemd. Dit ritme zorgt ervoor dat onze organen, zoals de lever en de alvleesklier, op bepaalde tijden van de dag beter functioneren dan op andere momenten. Als we laat eten, raakt dit ritme mogelijk verstoord.
De onderzoekers benadrukken dat hun studie laat zien hoe belangrijk timing van maaltijden kan zijn voor de gezondheid. Hoewel eerdere studies al suggereerden dat laat eten verband houdt met overgewicht en hartziekten, maakt dit onderzoek duidelijker waarom laat eten specifiek nadelig kan zijn voor de regulatie van bloedsuiker.
Gezonde mensen hoeven zich over het algemeen geen zorgen te maken over de timing van hun maaltijden. Alleen bij mensen met diabetes of metabool syndroom is het verstandig om rekening te houden met hoe laat men eet, omdat zij al minder goed reageren op insuline. Daarnaast speelt ook genetica een rol. Niet iedereen reageert hetzelfde op laat eten; sommige mensen zijn hier gevoeliger voor dan anderen. De onderzoekers hopen met vervolgonderzoek verder inzicht te krijgen in hoe persoonlijke verschillen, zoals genetische aanleg of leefstijl, invloed hebben op de relatie tussen maaltijdtiming en bloedsuikerspiegel.
Voorlopig is het advies van deskundigen vooral gericht op het eten van voedzame maaltijden met veel vezels, volkoren granen en eiwitten, omdat deze helpen bloedsuikerschommelingen te beperken. Dit kan uiteindelijk bijdragen aan een betere gezondheid op de lange termijn.
Bron: thelancet.com
