Immunotherapie vóór operatie

Een korte behandeling met immunotherapie vóór een operatie kan darmkanker mogelijk beter onder controle houden. In een nieuwe studie kreeg geen enkele deelnemer opnieuw kanker binnen bijna drie jaar na de behandeling. De resultaten gelden vooral voor een specifieke genetische vorm van darmkanker.

Onderzoekers van University College London hebben hoopgevende resultaten gemeld bij mensen met stadium 2 of 3 darmkanker. De deelnemers kregen negen weken immunotherapie vóór hun operatie. Daarna werd de tumor verwijderd. Na gemiddeld 33 maanden bleek bij geen van de patiënten de kanker teruggekeerd.

De studie richtte zich op mensen met zogenoemde MMR-deficiënte of MSI-hoge darmkanker. Dat is een genetische variant die voorkomt bij ongeveer 10 tot 15 procent van de patiënten met dikkedarmkanker in stadium 2 of 3. Deze tumoren reageren vaak minder goed op standaard chemotherapie.

Aan het onderzoek deden 32 patiënten mee. Zij kregen het geneesmiddel pembrolizumab, een vorm van immunotherapie die het afweersysteem helpt om kankercellen beter te herkennen en aan te vallen. In plaats van eerst een operatie en daarna maanden chemotherapie, kregen de deelnemers eerst negen weken behandeling met dit middel.

De resultaten waren opvallend. Bij 59 procent van de deelnemers vonden artsen na de behandeling en operatie helemaal geen kankercellen meer terug. Ook patiënten bij wie nog kleine restjes tumor aanwezig waren, kregen geen terugkeer of verspreiding van de ziekte tijdens de opvolgperiode.

Normaal gesproken krijgt ongeveer een kwart van de mensen met stadium 3 darmkanker opnieuw kanker binnen enkele jaren na de standaardbehandeling met operatie en chemotherapie. Dat maakt de nieuwe uitkomsten extra opvallend.

Immunotherapie werkt waarschijnlijk goed bij deze vorm van darmkanker omdat de tumor veel afwijkende eiwitten bevat. Daardoor kan het afweersysteem de kankercellen makkelijker herkennen. Pembrolizumab haalt als het ware de rem van het immuunsysteem af, zodat afweercellen de tumor beter kunnen aanvallen.

Volgens de onderzoekers kan behandeling vóór de operatie extra krachtig zijn. De tumor zit dan nog in het lichaam, waardoor het afweersysteem veel kankermateriaal kan “zien” en leren herkennen. Dat zou kunnen zorgen voor een sterkere en langdurigere afweerreactie tegen de kanker.

De onderzoekers gebruikten daarnaast bloedtesten om kleine hoeveelheden tumor-DNA op te sporen. Daarmee konden zij volgen hoe goed patiënten reageerden op de behandeling. Zulke testen kunnen artsen in de toekomst mogelijk helpen om behandelingen beter af te stemmen. Sommige patiënten zouden dan minder chemotherapie nodig hebben, terwijl anderen juist extra controle krijgen.

De resultaten zijn nog voorlopig. Het gaat om een fase 2-studie met een relatief kleine groep patiënten. Grotere onderzoeken moeten bevestigen of deze aanpak echt beter werkt dan de huidige standaardbehandeling. Toch zien deskundigen hierin mogelijk een belangrijke stap naar persoonlijkere en minder belastende zorg bij darmkanker.

Mensen met darmkanker kunnen hun arts vragen of onderzoek naar genetische kenmerken van de tumor zinvol is. Dat kan helpen bepalen welke behandeling mogelijk het beste past.

Bron: https://aacrjournals.org/cancerres/article/86/8_Supplement/CT170/782810/Abstract-CT170-Neoadjuvant-pembrolizumab