Helpt koffie tegen depressie?

Nieuwe studies laten zien dat koffie mogelijk beschermt tegen depressie, maar dat cafeïne tegelijk bepaalde behandelingen kan verzwakken. Onderzoekers zoeken nu naar een manier om beide effecten te verenigen.

Sommige mensen met een depressie reageren goed op standaardmedicatie. Voor miljoenen anderen werkt die aanpak onvoldoende. Zij krijgen dan vaak ketamine of elektroconvulsietherapie (ECT). Onderzoekers melden nu dat deze behandelingen hun snelle antidepressieve werking te danken hebben aan plotselinge pieken van adenosine. Dat is een signaalstof die onder meer de bloeddruk, de stressreactie en de stemming helpt reguleren.

Die ontdekking leidt tot een opvallende vraag: welke rol speelt cafeïne hierin? Cafeïne blokkeert namelijk adenosinereceptoren. Toch tonen grote bevolkingsonderzoeken aan dat mensen die regelmatig koffie drinken minder kans hebben op depressie. Dat lijkt tegenstrijdig en wordt door wetenschappers inmiddels de koffieparadox genoemd.

In het recente onderzoek, gepubliceerd in Nature, onderzochten onderzoekers dit mechanisme bij muizen. Ze dienden een lage, antidepressieve dosis ketamine toe en gebruikten speciale sensoren om veranderingen in adenosine te meten. Kort na de injectie steeg de hoeveelheid adenosine in twee hersengebieden die sterk betrokken zijn bij depressieve klachten: de prefrontale cortex en de hippocampus.

Wanneer de onderzoekers adenosine weghaalden of de receptoren blokkeerden, verdween het antidepressieve effect van ketamine volledig. Dit toont aan dat adenosine een essentiële schakel vormt in deze vorm van behandeling. Een andere methode, acute intermitterende hypoxie (aIH), waarbij korte periodes van zuurstofverlaging worden toegepast, liet een vergelijkbaar adenosine-effect zien.

Dat maakt cafeïne opnieuw interessant. Omdat cafeïne adenosinereceptoren tijdelijk blokkeert, kan het sommige behandelingen mogelijk afzwakken. Dit is vooral relevant voor mensen met therapieresistente depressie die ketamine, ECT of aIH krijgen. Toch lijkt dagelijkse koffieconsumptie juist langdurig bescherming te bieden. Dat kan komen doordat regelmatige cafeïne-inname leidt tot meer actieve adenosinereceptoren, waardoor het lichaam op de lange termijn gevoeliger wordt voor adenosine.

Onderzoekers stellen daarom voor dat mensen hun cafeïnegebruik vóór een behandeling aanpassen. Wie dagelijks koffie drinkt, hoeft daarmee waarschijnlijk niet te stoppen. Maar cafeïne in de uren voorafgaand aan ketamine of ECT kan mogelijk de werking verminderen. Definitieve richtlijnen bestaan echter nog niet.

De onderzoekers benadrukken dat vervolgonderzoek noodzakelijk is. Vooral studies bij mensen moeten uitwijzen hoe cafeïne en adenosine precies samenwerken en welke invloed persoonlijke factoren, zoals stofwisseling of genetische verschillen, hebben.

De bevindingen tonen in ieder geval aan dat leefstijlkeuzes, waaronder iets ogenschijnlijk eenvoudigs als een kop koffie, een grotere rol kunnen spelen in het succes van depressiebehandelingen dan tot nu toe werd gedacht. Wie een behandeling overweegt, kan dit onderwerp daarom het beste bespreken met de eigen behandelaar.

Bron
DOI:10.61373-bm025c.0134.xml