Glucosamine mogelijk risicovol

Een veelgebruikt supplement tegen gewrichtspijn kan mogelijk de ziekte van Alzheimer versnellen. Nieuw onderzoek suggereert dat glucosamine bepaalde processen in de hersenen versterkt die samenhangen met zenuwschade, cognitieve achteruitgang en een verhoogde kans op overlijden bij mensen met dementie.

Artrose komt veel voor bij ouderen. Meer dan een derde van de mensen boven de 65 jaar krijgt te maken met pijnlijke, stijve en gezwollen gewrichten. Om deze klachten te verlichten gebruiken miljoenen mensen wereldwijd glucosamine, een voedingssupplement dat vrij verkrijgbaar is en vaak wordt voorgeschreven bij artrose.

Een nieuwe studie, gepubliceerd in Nature Metabolism, werpt echter vragen op over de veiligheid van glucosamine bij mensen met dementie. Onderzoekers ontdekten dat het supplement mogelijk een biologisch proces versterkt dat al overactief is bij de ziekte van Alzheimer.

De wetenschappers onderzochten hersenweefsel van overleden mensen met en zonder de ziekte van Alzheimer. Daarbij zagen zij dat hersenen van mensen met Alzheimer meer glycaanmoleculen aanmaakten. Glycanen zijn suikermoleculen die zich aan eiwitten hechten en hun functie kunnen veranderen. Hoe verder de ziekte was gevorderd, hoe sterker deze productie bleek.

Volgens de onderzoekers leidt dit tot zogenoemde hyperglycosylering. Hierbij hopen grote hoeveelheden suikermoleculen zich op in hersencellen. Dit kan de communicatie tussen zenuwcellen verstoren en schade veroorzaken in hersengebieden die belangrijk zijn voor geheugen en leren.

Om hun bevindingen verder te onderzoeken gebruikten de onderzoekers muismodellen van de ziekte van Alzheimer. Ook daar vonden zij verhoogde niveaus van hyperglycosylering, vooral in hersengebieden die betrokken zijn bij geheugen, denkvermogen en ontstekingsreacties.

Toen de vorming van glycanen bij deze dieren werd geremd, verbeterden hun prestaties op geheugentests. Dat suggereert dat het proces mogelijk een actieve rol speelt bij de ziekteontwikkeling.

Vervolgens onderzochten de wetenschappers de invloed van glucosamine. Omdat glucosamine gemakkelijk de bloed-hersenbarrière passeert, kan het worden opgenomen in de glycaanstructuren van de hersenen. Bij muizen met een genetische vorm van Alzheimer leidde glucosamine tot een hogere productie van glycanen en slechtere prestaties op geheugentaken.

Daarna analyseerden de onderzoekers gezondheidsgegevens van meer dan 50.000 mensen met aan Alzheimer gerelateerde dementie en milde cognitieve stoornissen. De deelnemers werden gemiddeld vijf jaar gevolgd.

Bij mensen met dementie die minstens een jaar glucosamine gebruikten, werd een 25 procent hoger sterfterisico vastgesteld dan bij vergelijkbare patiënten zonder glucosaminegebruik. Opvallend genoeg werd dit verhoogde risico niet gezien bij mensen met milde cognitieve klachten die nog geen dementie hadden ontwikkeld.

Deskundigen die niet bij het onderzoek betrokken waren, benadrukken dat de resultaten voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. De studie toont een verband aan, maar bewijst niet dat glucosamine daadwerkelijk de oorzaak is van een snellere ziekteprogressie of hogere sterfte.

Bovendien is aanvullend onderzoek nodig om vast te stellen of dezelfde effecten optreden bij verschillende vormen en stadia van dementie. Ook moet duidelijk worden welke doseringen mogelijk risico’s met zich meebrengen.

Voor mensen met dementie betekent dit onderzoek niet dat glucosamine direct moet worden gestopt. Wel onderstrepen de resultaten het belang van overleg met een arts voordat voedingssupplementen worden gebruikt of gewijzigd.

Bron: https://www.nature.com/articles/s42255-026-01538-4#Sec10