Wie dagelijks minimaal één glas frisdrank drinkt, heeft al significant meer kans op leverkanker of sterfte als gevolg van andere leveraandoeningen.1 Dit blijkt uit Amerikaans onderzoek.
In het onderzoek werden gegevens gebruikt van een grootschalige Amerikaanse cohortstudie waaraan meer dan 98.000 vrouwen deelnamen. Bij aanvang van de studie, in de periode van 1993 tot 1998, waren ze in een leeftijd van 50 tot 79 jaar. Aan het begin van het onderzoek werd de inname van frisdrank geschat. Drie jaar later werd nagegaan in hoeverre ze lightdranken (drankjes met minder of geen suiker) consumeerden.
Tijdens de volgperiode van gemiddeld 21 jaar kregen 207 vrouwen leverkanker en stierven 148 vrouwen aan een chronische leverziekte zoals (niet-)alcoholische leververvetting ([N]AFLD), leverfibrose en -cirrose en hepatitis.
Bijna 7% van de vrouwen dronk dagelijks minimaal één glas frisdrank. Voor lightdrank bedroeg dit percentage 13%. Vrouwen die iedere dag minstens één glas ‘gewone’ frisdrank consumeerden, hadden vergeleken met vrouwen die nauwelijks frisdrank dronken (maximaal 3 glazen per maand) met 85% significant meer kans op leverkanker. Ook hadden vrouwen die dagelijks frisdrank consumeerden met 68% significant meer kans om te overlijden als gevolg van een leverziekte. De consumptie van lightdrank ging niet gepaard met een hoger risico op leverkanker of sterfte.
Bron:
1 JAMA 2023; 330(6):537-546
