04-06-2026

Geboortecijfer blijft laag

In Nederland worden nog altijd weinig kinderen geboren. In 2024 kwamen er volgens voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek 165.404 kinderen levend ter wereld. Dat zijn er iets meer dan in 2023, toen het aantal op 164.487 lag. Toch verandert die kleine stijging weinig aan het grotere beeld: het geboortecijfer in Nederland is al jaren laag en is sinds 2010 verder teruggelopen.

Vooral in grote steden krijgen vrouwen minder kinderen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS over de periode 2014 tot en met 2024. In bijna alle gemeenten, 94 procent, kregen vrouwen in 2024 gemiddeld minder kinderen dan tien jaar eerder. De daling is dus niet beperkt tot enkele plaatsen, maar zichtbaar in vrijwel het hele land. Wel springt de afname in stedelijke gebieden extra in het oog.

In 2024 kreeg een vrouw in Nederland gemiddeld 1,43 kinderen. Tien jaar eerder waren dat er nog 1,68. Dat verschil lijkt op het eerste gezicht klein, maar op landelijke schaal heeft het grote gevolgen. Minder geboorten werken door in de samenleving. Denk aan het aantal kinderen op scholen, de vraag naar kinderopvang en de verhouding tussen jongere en oudere generaties.

De lichte stijging van het aantal levend geboren kinderen in 2024 betekent daarom niet dat er sprake is van een echte omslag. Eerder lijkt het aantal geboorten de laatste jaren wat te schommelen. Tussen 2020 en 2021 was er voor het eerst in lange tijd weer een toename. Sinds 2022 daalde het aantal opnieuw, waarna in 2024 weer een kleine stijging volgde.

Tegelijkertijd worden vrouwen steeds later moeder. In 2024 waren vrouwen gemiddeld 30,4 jaar toen zij hun eerste kind kregen. Een jaar eerder was dat 30,3 jaar. Ook dat past in een ontwikkeling die al tientallen jaren gaande is. In 1970 kregen vrouwen hun eerste kind gemiddeld nog op 24,3-jarige leeftijd. In 2000 was dat gestegen naar 29,1 jaar. Inmiddels ligt de gemiddelde leeftijd dus ruim boven de 30 jaar.

In grote steden ligt die leeftijd nog hoger. In Amsterdam is een vrouw gemiddeld 32,5 jaar bij de geboorte van haar eerste kind. Dat laat zien dat het uitstellen van ouderschap vooral in stedelijke gebieden sterk zichtbaar is.

Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor deze ontwikkeling. Veel mensen studeren langer, beginnen later aan een vaste baan of wachten langer met samenwonen. Ook de woningmarkt speelt een rol. Zeker in steden is het voor jonge volwassenen lastig om een betaalbare en geschikte woning te vinden. Voor mensen die een gezin willen stichten, kan dat een belangrijke drempel zijn.

Daarnaast zijn keuzes rond werk, vrijheid en gezin veranderd. Vrouwen en mannen maken vaker bewust een afweging over het moment waarop zij kinderen willen. Soms leidt dat tot uitstel. Soms blijft het bij minder kinderen dan eerder gewenst.

Ook vaders zijn gemiddeld ouder bij de geboorte van hun eerste kind. Zij zijn op dat moment gemiddeld 2,5 jaar ouder dan moeders. Daarmee begint het ouderschap voor beide ouders later dan vroeger.

De nieuwe cijfers zijn belangrijk voor gemeenten en landelijke beleidsmakers. Een lager geboortecijfer kan gevolgen hebben voor scholen, zorg, woningbouw en voorzieningen voor gezinnen. Vooral steden staan voor de vraag hoe zij aantrekkelijk en haalbaar blijven voor jonge gezinnen. De komende jaren moet blijken of de lichte stijging van 2024 doorzet, of dat Nederland blijft bewegen rond een laag geboorteniveau.

Uit dezelfde categorie

Geen Resultaten Gevonden

De pagina die je hebt opgevraagd, kon niet worden gevonden. Probeer je zoekopdracht te verfijnen of gebruik de navigatie hierboven om het bericht te vinden.

No results found.

Het laatste nieuws

Neem je gezondheid in eigen hand

Word abonnee