Diabetes verschilt tussen mannen en vrouwen

Mannen en vrouwen met diabetes type 2 ontwikkelen na hun diagnose niet altijd dezelfde bijkomende aandoeningen. Brits onderzoek onder bijna 29.000 mensen laat zien dat psychische aandoeningen vaker werden vastgesteld bij vrouwen. Mannen kregen juist vaker hart- en vaatziekten of eindstadium nierfalen.

Diabetes type 2 gaat niet alleen over een verhoogde bloedsuiker. Mensen met de aandoening hebben ook meer kans op andere gezondheidsproblemen. Britse onderzoekers onderzochten daarom of zulke bijkomende aandoeningen verschillen tussen mannen en vrouwen.

Voor het onderzoek gebruikten zij medische gegevens uit de Britse Clinical Practice Research Datalink. De studie omvatte 28.720 mensen die tussen 2010 en 2020 diabetes type 2 kregen. De resultaten verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS Medicine.

De onderzoekers volgden de deelnemers gemiddeld 6,8 jaar. Ze keken naar hoge bloeddruk, psychische aandoeningen, hart- en vaatziekten en eindstadium nierfalen. Mensen die vóór hun diabetesdiagnose al een van deze aandoeningen hadden, werden voor de betreffende analyse uitgesloten.

Ook verdeelden de onderzoekers deelnemers in drie leeftijdsgroepen: 16 tot 39 jaar, 40 tot 59 jaar en 60 jaar en ouder. Vervolgens bekeken ze wanneer en in welke volgorde andere aandoeningen na diabetes type 2 werden geregistreerd.

Tijdens de onderzoeksperiode ontwikkelde 39 procent minstens één van de onderzochte gezondheidsproblemen. Hoge bloeddruk kwam het vaakst voor en verschilde nauwelijks tussen mannen en vrouwen. Van de vrouwen kreeg 20,2 procent hoge bloeddruk, tegenover 21,1 procent van de mannen.

Bij psychische gezondheid waren de verschillen groter. Van de vrouwen ontwikkelde 8,1 procent angst, depressie of een somatoforme aandoening. Bij mannen was dat 5,3 procent. Vooral vrouwen die tussen hun 16de en 39ste diabetes type 2 kregen, hadden een grotere kans op deze diagnoses.

Bij hart- en nierproblemen was het beeld omgekeerd. Van de mannen ontwikkelde 8,4 procent een hart- en vaatziekte of eindstadium nierfalen. Bij vrouwen was dat 5,3 procent.

De onderzoekers vonden daarnaast dat patiënten met een psychische aandoening eerder overleden. De studie kan echter niet aantonen dat psychische problemen hiervoor de oorzaak waren.

Bronnen