Cyberpesten blijkt bij jongeren sterke traumatische gevolgen te hebben, ongeacht of het gaat om bedreigingen, buitensluiten of roddelen, blijkt uit grootschalig Amerikaans onderzoek.
Cyberpesten zou voortaan erkend moeten worden als een traumatische jeugdervaring, vergelijkbaar met andere ernstige gebeurtenissen uit de kindertijd. Dat adviseren Amerikaanse onderzoekers na analyse van gegevens van bijna 2.700 middelbare scholieren tussen 13 en 17 jaar. Het onderzoek, dat begin 2023 is uitgevoerd, bevestigt dat jongeren die online worden gepest vaak dezelfde symptomen ervaren als bij posttraumatische stressstoornis (PTSS), zoals ernstige angstklachten, slapeloosheid, concentratieproblemen en negatieve gedachten over zichzelf.
Opvallend is dat álle onderzochte vormen van cyberpesten even schadelijk bleken voor het mentale welzijn van jongeren. Zo bleken uitsluiting uit een groepsapp of online roddels net zulke ernstige traumatische effecten te veroorzaken als directe bedreigingen of het delen van gevoelige persoonlijke informatie. Deze uitkomst is verrassend omdat traditioneel wordt gedacht dat openlijke bedreigingen erger zijn dan subtielere vormen van online treiteren. Het onderzoek toont juist aan dat zelfs schijnbaar onschuldige acties grote emotionele schade kunnen veroorzaken.
De onderzoekers ontdekten daarnaast dat meisjes vaker en heviger traumaklachten ervaren dan jongens na online pestgedrag. Ook jongere tieners (13-14 jaar) hadden meer last van psychische klachten dan oudere jongeren. Volgens de wetenschappers laat dit zien hoe kwetsbaar juist jonge adolescenten zijn voor negatieve ervaringen via sociale media en andere digitale platforms.
Veel voorkomend probleem
Cyberpesten blijkt inmiddels breed verspreid: ruim 87% van de jongeren die in het onderzoek werden bevraagd, ervoer minstens één vorm van cyberpesten in de afgelopen maand. De meest voorkomende vorm was het plaatsen van kwetsende opmerkingen (56%), gevolgd door het verspreiden van geruchten (53%) en buitensluiten uit online groepen (53%). Bedreigingen van geweld kwamen minder vaak voor, maar bleken even traumatisch te zijn.
Op basis van hun bevindingen pleiten de onderzoekers voor een betere aanpak binnen scholen. Zij adviseren scholen om voortaan ‘trauma-sensitief’ te handelen. Dat betekent dat leraren en andere begeleiders worden getraind in het herkennen en verminderen van trauma veroorzaakt door cyberpesten.
Volgens hen moet vooral aandacht zijn voor het versterken van een veilig gevoel bij leerlingen en het aanleren van praktische vaardigheden, zoals omgaan met stressvolle situaties en het bespreekbaar maken van gevoelens.
Het weren van smartphones uit de scholen kan ook een handige tool zijn om het cyberpesten tijdens schooltijd te voorkomen, en de gelegenheid tot pesten te beperken.
Wat kunnen ouders doen?
Ouders kunnen proberen meer inzicht te krijgen in de digitale gedragingen van hun kinderen, en de psychise gesteldheid van hun kinderen te monitoren. Ook hierin geldt dat voorkomen betere is dan genezen.
Bron: https://doi.org/10.1186/s12889-025-22692-6
