Elektrovervuiling

Zichtbaar, hoorbaar of voelbaar zijn ze niet, maar toch zijn we er 24 uur per dag in ondergedompeld. Op de lucht om ons heen na, vormen elektromagnetische velden (EMV’s) onze meest invasie omgevingsfactoren. Desondanks besteeds bijna niemand er veel aandacht aan.De meeste mensen lijken niet veel te merken van het brede scala elektromagnetische velden dat ons omgeeft. Voor een kleine groep mensen is de straling echter ziekmakend: de zogeheten ‘elektrosensitieve’ mensen. Voor hen zijn de velden die alledaagse elektrische apparaten genereren, dermate invaliderend dat ze de grootste moeite hebben een normaal leven te leiden. De symptomen die ze kunnen krijgen, variëren van hoofdpijn tot chronische vermoeidheid.

Hoe vaak komt het probleem voor? Gezien de minieme publiciteit die eraan wordt gegeven, is het begrijpelijk dat elektrohypersensitiviteit (ES) hen niet veel zegt. Maar het zou best kunnen dat maar liefst 3 procent van alle mensen hevige overgevoeligheidsreacties vertoont voor EMV’s, aldus een Zweeds onderzoek van het prestigieuze Karolinska Instituut1. Zweden vormt een uitzondering. Dit land neemt het probleem namelijk serieus, in tegenstelling tot de meeste andere landen waar de medische stand het probleem vaak ontkent en waar elektrosensitieve mensen voor hypochonders worden aangezien.

Is het ES inderdaad slechts een denkbeeldig probleem? Of zijn degenen die er nu aan lijden te vergelijken met de kanaries die vroeger vooruitgestuurd werden in de mijnen, en dus op te vatten als een waarschuwing aan ons allen voor de gevaren van een wereld met steeds meer elektromagnetische velden? De evolutie van de mensen is miljoenen jaren oud, maar alleen al in de afgelopen vijftig jaar zijn we steeds sneller blootgesteld aan steeds grotere hoeveelheden kunstmatige elektromagnetische straling. Toegegeven, we zijn geëvolueerd in een elektromagnetische omgeving (vooral door straling van de zon en het elektromagnetische veld van de aarde), maar die natuurlijke velden zijn heel anders dan de EMV’s die door elektrische energie ontstaan.

Elektromagnetische gevaren

De eerste ‘kanaries’ die ons waarschuwden voor de verborgen gevaren van EMV’s waren de arbeiders in industrieën die met elektriciteit te maken hadden. Tot verbazing van overheden bleken er significante beroepsrisico’s te kleven aan regelmatige blootstelling aan hoge doseringen elektromagnetische straling. Ook hier nam Zweden het voortouw toen in dit land onderzoek werd gedaan naar verbanden tussen blootstelling aan EMV’s en ziekten.

Reeds meer dan tien jaar geleden werd aan het Zweeds Nationaal Instituut voor Bedrijfsgeneeskunde een negentien jaar durend onderzoek afgerond naar de risicoverhoging van verschillende ziekten onder elektriciteitsarbeiders. Daaruit kwam een duidelijk patroon naar voren. Deze arbeiders bleken consequent een verhoogd risico te hebben van twee soorten kanker: hersentumoren en leukemie (een kwaadaardige bloedkanker).

Tevens bleek er een relatief consistente dosisrespons te bestaan: grofweg was het risico van kanker groter naarmate de blootstelling aan EMV’s hoger was. Onder elektrotechnici en elektriciens was het risico van leukemie bijvoorbeeld met 30 procent gestegen, maar onder mensen die op hoogspanningslijnen werkten, was het risico tot wel twee keer zo hoog als normaal. Lassers bleken een toename van 30 procent te hebben aan hersentumoren, maar assembleurs van tv-toestellen en radio’s, die meer continu blootgesteld zijn, hadden een bijna drie keer zo hoog risico als normaal om dergelijke tumoren te ontwikkelen2.

Toen diezelfde twee vormen van kanker opdoken bij bestuurders van elektrische trams besloten de Zweedse bedrijfsgeneeskundigen te onderzoeken hoe dat kwam. Hun conclusie was behoorlijk verontrustend. Het bleek dat vier van de vijf bestuurders ‘significante afwijkingen’ in hun chromosomen hadden. Maar nog verontrustender was dat die reeds bij een relatief laag stralingsniveau optraden, namelijk van slechts 2 microtesla (zie kader). Blijkbaar, zo luidde hun conclusie, kunnen zelfs laag gedoseerde EMV’s ‘genotoxische eigenschappen’ hebben3.

Later is dat bevestigd door Amerikaans onderzoek aan de Universiteit van Washington in Seattle, waar in cellen van ratten ‘breuken in DNA-strengen veroorzaakt door elektromagnetische velden’ werden aangetroffen4. Maar niet alleen mensen werkzaam in de elektriciteitsindustrie blijken een verhoogd risico te lopen. Aan het eind van het afgelopen jaar meldde een onderzoeksteam van de universiteit van Oxford de resultaten van een onderzoek naar de effecten van elektrische stroomdraden op de gewone bevolking en met name op kinderen. Na vergelijking van meer dan 35.000 patiëntendossiers bleek dat kinderen die binnen een straal van 100 meter van hoogspanningskabels wonen, een bijna tweemaal zo hoog risico liepen leukemie te krijgen5.

De bio-elektromagnetische mens

Dergelijke resultaten vormen geen verrassing voor wetenschappers uit het relatief nieuwe veld van de bio-elektromagnetica. Reeds veertig jaar geleden toonde de Amerikaanse wetenschapper Robert Becker als één van de eersten aan dat het menselijk lichaam zijn eigen, zeer laaggedoseerde, natuurlijke EMV’s heeft en dat die velden een functie hebben bij veel zelfgenezende lichaamsprocessen.

Zijn ontdekking werd later kracht bijgezet door het werk van de Duitse natuurkudige Fritz-Albert Popp en de Franse bioloog wijlen Jacques Benveniste. Onafhankelijk van elkaar toonden zij aan dat alle lichaamscellen met elkaar communiceren door middel van zeer kleine elektromagnetische en kwantummechanische frequenties. Die bevindingen lijken erop te wijzen dat wij in essentie elektromagnetische wezens zijn, wat het alleen maar begrijpelijker maakt dat we van externe EMV’s nadelige invloeden ondervinden.

Tot nu toe echter is die aanslag op de gezondheid niet duidelijk zichtbaar, waardoor nog maar weinigen van ons de neiging hebben de 21ste eeuw af te wijzen. Toch wijzen de kwaadaardige aandoeningen die ontstaan wanneer mensen in een bepaalde mate aan EMV’s worden blootgesteld, erop dat die velden in essentie giftig zijn. Ze moeten dus op z’n minst ieder van ons enige schade berokkenen, ook al kan die te klein zijn om te meten of wegvallen in de ‘ruis’ van alle andere aanslagen op ons immuunsysteem.

Om die reden zijn die 3 procent van de mensen die uitzonderlijk sensitief zijn voor EMV’s zo belangrijk. Voor hen valt de 21ste eeuw te vergelijken met leven in een bijna constante ‘elektromagnetische smog’6. Met name in vroege stadia van de aandoening zijn de symptomen moeilijk te onderscheiden van gewone gevoelens zoals ‘zich uitgeput voelen’. Alasdair Philips, die aan ES lijdt, beschrijft het begin als ‘een algemeen gevoel alsof er een griepje aan zit te komen dat steeds maar niet doorzet’7.

Symptomen

In 1998 werd door een Zweedse vakbond een onderzoek uitgevoerd naar de belangrijkste ES-symptomen8. Boven aan de lijst stonden oogklachten, beschreven als een pijnlijk, irriterend gevoel van ‘zand in de ogen’, soms in combinatie met fotofobie (aversie voor licht). Deze werden op de voet gevolgd door huidaandoeningen: gevoelens van irritatie, warmte, jeuk, droogheid en tintelen; ook wordt de huid vaak rood of ontstaan zelfs uitslag of pukkels9.

Het vaakst zijn de neus, mond en het gezicht aangedaan, maar in principe kan het overal optreden. Andere klachten op de lijst waren hoofdpijn, vermoeidheid, concentratieverlies en verlies van het korte termijn geheugen, depressie, ademtekort, overmatige dorst, een doof gevoel en ‘steken in’ of zwakte van de gewrichten met uiteindelijk ernstige chronische pijn zoals bij fibromyalgie.

Volgens dr. Robert Becker is er een duidelijke parallel tussen ES en de symptomen van multiple chemical sensitivity (MCS) ofwel meervoudige chemische overgevoeligheid, eveneens een omgevingsziekte, die steeds vaker voorkomt als gevolg van blootstelling aan giftige chemicaliën zoals pesticiden. Bij beide treden dezelfde kenmerken op die horen bij stoornissen van het immuunsysteem door toxische overbelasting10.

Volgens dr. William Rea, een arts die zelf lijdt aan zowel MCS als ES en die duizenden mensen met omgevingsziekten heeft behandeld, is het zelfs zo dat de patiënt vaak het verschil niet weet te maken tussen de symptomen van ES en MCS. Het feit dat veel patiënten melden dat hun ES begon na een toxische chemische belasting, is een duidelijke aanwijzing dat er een verband bestaat.

Zit ES ‘tussen de oren’?

Uiteraard maakt dit alles niet veel indruk op de conventionele medische stand, waar zowel MCS als ES meestal worden afgedaan als ingebeelde ziekten die ‘tussen de oren’ zitten. Die opvatting wordt echter weersproken door bewijzen uit de afgelopen 25 jaar. Zo werd enkele jaren geleden in Zweden aangetoond dat patiënten met ES duidelijke fysiologische verschillen vertonen met niet-patiënten, bijvoorbeeld in polssnelheid en galvanische huidrespons (dit zegt iets over de zweetproductie).

Volgens de onderzoekers hebben ‘ES-patiënten een tamelijk specifieke fysiologische predispositie (aanleg) voor gevoeligheid voor fysieke en psychosociale omgevingsfactoren’11. Verder zijn door twee onderzoeksteams geblindeerde trials gedaan met ES-patiënten, die willekeurig werden verdeeld in een groep die aan echte, en een groep die aan nep-EMV’s werd blootgesteld. In de jaren tachtig werkten de allergoloog dr. Jean Monro en de natuurkundige dr. Cyril Smith samen aan een serie blootstellingstests.

Uit hun bevindingen bleek dat ES-patiënten reageerden wanneer EMV-apparatuur werd aangezet, en niet reageerden als deze uit stond12. Dezelfde resultaten werden begin jaren negentig gemeten door de eerder genoemde dr. Rea, pionier op het gebied van behandelingen voor omgevingsziekten, bij zijn dubbelblinde trials. Daarbij wisten noch de artsen noch de patiënten wanneer de EMV’s werden gegenereerd. Van de honderd ES-patiënten reageerden er zestien op de aanwezigheid van EMV’s13.

Meer recent is in de Verenigde Staten aangetoond dat zelfs wanneer niet-ES-patiënten ’s nachts in hun slaap aan EMV’s worden blootgesteld, er een significant effect optreedt in hun variatie in polssnelheid. Hiermee kun je hartaandoeningen voorspellen. Nu wordt aangenomen dat dit effect van EMV’s erop wijst dat er op de lange termijn schade aan het hart optreedt14. Bij dierexperimenteel onderzoek bleken ratten die erin waren getraind uit doolhoven te ontsnappen significant slechter te presteren na blootstelling aan EMV’s, zelfs aan relatief zwakke velden15.

Een ander teken dat ES een werkelijk bestaande aandoening is, is de ontdekking dat sommige ES-patiënten zelf EMV’s uitstralen die zo intens zijn dat elektrische apparaten ervan gaan haperen. In hun aanwezigheid gaan er heel vaak apparaten als tv’s en broodroosters kapot en raken lichtpeertjes vaker ‘op’ dan normaal16.

Verklaringen

Een van de problemen die een algehele acceptatie van EMV-gerelateerde aandoeningen in de weg staat, is het gebrek aan een samenhangende medische verklaring voor schade door EMV’s, vooral in het geval van ES. Volgens één theorie ligt de verklaring in het hormoon melatonine, dat een krachtige natuurlijke stof tegen kanker is.

Bij Duits proefdieronderzoek dat lang geleden werd uitgevoerd, bleek dat zelfs bij matige gedoseerde EMV’s het melatonine al behoorlijk onderdrukt kon worden, wat een plausibele verklaring oplevert voor de link tussen kanker en EMV’s. Maar uit onderzoek met mensen zijn nooit dergelijke duidelijke resultaten naar voren gekomen. Door een recent overzicht van alle bewijzen wordt die theorie zelfs in twijfel getrokken, omdat de gegevens ‘inconsistent’ bleken17.

Onlangs deden Zweedse wetenschappers echter een interessante ontdekking: EMV’s kunnen een soort allergische respons oproepen door lichaamscellen tot hetzelfde soort veranderingen aan te zetten die de allergenen bij hooikoorts (pollen) uitlokken, met als gevolg vrijmaking van histamine18. Hoe het ook zij, sommige deskundigen vinden het niet zo belangrijk wat nu precies het achterliggende mechanisme is, aangezien de biologische basis van het probleem overduidelijk is. ‘Het menselijk brein heeft een elektrisch veld en als je daar bronnen van EMV’s vlakbij brengt, is het niet verwonderlijk dat er verstoringen ontstaan, interacties tussen systemen en schadelijke effecten aan cellen en moleculen,’ aldus professor Olle Johansson van het Karolinska Instituut in Stockholm, reeds twintig jaar een wereldberoemde autoriteit op het gebied van ES.

Wetenschappers als Johansson zijn helaas nog roependen in de woestijn. Toch zijn er in de afgelopen tien jaar wel belangrijke verschuivingen opgetreden in de officiële opvatting over de risico’s van EMV’s. Steeds meer wordt erkend dat, hoewel het wetenschappelijk bewijsmateriaal nog niet toereikend is, er genoeg alarmerende tekenen zijn die tot bezorgdheid manen. Overal ter wereld stellen overheden nu de aanbevolen maxima aan blootstelling aan EMV’s naar beneden bij (zie het kader).

De niveaus die in het verleden veilig werden geacht, worden nu officieel gevaarlijk verklaard. De parallel met röntgenstraling is overduidelijk. Vijftig jaar geleden ging men ervan uit dat die zo goedaardig was dat je er in schoenwinkels de voetmaat van kinderen mee mocht opmeten. Inmiddels weten we dat geen enkele blootstelling aan röntgenstraling, hoe klein ook, volledig ongevaarlijk is.

Eén decennium geleden, in 1995, schreven ambtenaren van de Amerikaanse National Council on Radiation Protection and Measurements (NCRP) een rapport over de gevaren van EMV’s, dat werd afgesloten met een afgewogen doch ferme waarschuwing. ‘Een significant deel van de wereldbevolking is wellicht blootgesteld aan een lage mate van risico,’ zo schreven ze, ‘maar [dat is] een risicofactor met belangrijke consequenties op maatschappelijk gebied vanwege de invasieve aard en de ernstige gevolgen voor getroffen personen.’

Die bewering is echter nooit officieel gepubliceerd. De enige reden dat u haar hier kunt lezen is, dat ze uitgelekt is naar de Amerikaanse campagnepublicatie Microwave News. Nog belangrijker informatie, achtergehouden door de Amerikaanse autoriteiten, was de aanbeveling van de NCRP om het toegestane maximum voor blootstelling aan EMV’s te verlagen met een factor 500: van 100 microtesla naar slechts 0,2.

Tony Edwards

BRONNEN:
1 Johansson O, Liu P-Y. ‘Electrosensitivity’, ‘electrosupersensitivity’ and ‘screen dermatitis’: preliminary observations from ongoing studies in the human skin. In: Simunic D, ed., Proceedings of the COST 244: Biomedical Effects of Electromagnetic Fields. Workshop over elektromagnetische hypersensitiviteit EU (DG XIII). Brussel/Graz, 1995: 52-57.
2 Br J Indust Med, 1991; 48: 597-603.
3 Bioelectromagnetics, 2001; 22 306-315.
4 Environ Health Perspect, 2004; 112: 687-694
5 Nog niet gepubliceerd rapport van Draper G et al. ‘Childhood cancer and electromagnetic field exposures from powerlines’, gemeld in The Times, 30 oktober 2004.
6 Saunders, T. The Boiled Frog Syndrome. Chichester: Wiley-Academy, 2002.
7 Philips A., Philips J. Electrical Hypersensitivity : A Modern Illness. Powerwatch, 2004.
8 Zweedse bond van kantoor- en technisch personeel. Hypersensitivity in IT Environments. Stockholm, 1998.
9 Med Hypoth, 2000; 54: 663-671.
10 Becker RO. Cross Currents: The Perils of Electropollution. Londen: Bloomsbury Publishing, 1990.
11 Bioelectromagnetics, 2001; 22: 457-462.
12 Clin Ecol, 1990; 6: 119-128.
13 J Bioelectr, 1991; 10: 241-256.
14 Bioelectromagnetics, 1998; 17: 494-496.
15 Bioelectromagnetics, 1996; 17: 494-6.
16 Philips A, Philips J. Electrical Hypersensitivity: A Modern Illness. Powerwatch, 2004.
17 Cook M, Wood A. Clinical Studies and Electromagnetic Hypersensitivity. EMFRAPID Symposium 3: Epidemiology Findings, april 1998.
18 Med Hypoth, 2000; 54: 663-671.


 Hoe hoog is uw dagelijkse blootstelling aan EMV’s?

– de hoogte daalt met de afstand – veilige grenzen lager dan we denken
Er zijn verschillende maten voor de sterkte van een elektromagnetisch veld (EMV). De meest voorkomende is de ‘microtesla’ (T). In Nederland wordt het Europese beleid gevolgd aangaande maxima voor blootstelling aan elektromagnetische velden. De EU stelt als acceptabel niveau van blootstelling voor de algemene bevolking alles onder 100 T. Ter vergelijking: in het rapport van het Zweedse Nationaal Instituut voor Environmental Health Sciences (NIEHS) werd een veilige bovengrens aanbevolen van 0,2 T: één 500ste deel van wat in Nederland acceptabel is.
Toch blijkt uit medische onderzoeken ‘consistent’ dat het aantal gevallen van leukemie bij kinderen grofweg verdubbelt bij 0,2 T en verdriedubbelt boven de 0,35 T. Die niveaus liggen ver onder de Europese, en dus Nederlandse, richtlijnen1.
EMV’s nemen snel in sterkte af naarmate de afstand tot hun bron toeneemt. Maar uit onderstaande tabel blijkt dat sommige alledaagse huishoudelijke apparaten stralingsniveaus uitzenden die niet alleen boven de Zweedse maxima uitkomen, maar zelfs boven de Europese richtlijnen.
Dichtbij Een meter afstand
Elektrisch scheerapparaat 2000 0,3
Föhn 2000 0,3
Stofzuiger 800 2,0
Televisietoestel 50 0,2
Wasmachine 50 0,2
Wekker 50 0,02
Koelkast 2 0,01
Elektrische deken 3 —

1Annu Rev Public Health, 2004; e-pub, nog niet in druk.


Ervaringen van elektrosensitieve personen

John, voormalig directeur van een IT-adviesbureau ‘Zeven jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met elektrosensitiviteit. Ik werkte toen dicht bij een basisstation voor satellietcommunicatie. Die opdracht duurde elf maanden en in die tijd had ik vaak last van concentratieproblemen en een slecht korte termijn geheugen. Een jaar of drie geleden heb ik thuis en op mijn werk een draadloos netwerk geïnstalleerd. Daardoor werd ik anderhalf jaar bijna continu blootgesteld aan een draadloos netwerk van laptops, computers en DECT (digital enhanced cordless telecommunication) en mobiele telefoons.

In die tijd merkten mijn collega’s en ik dat mijn werkcapaciteit duidelijk veranderde: mijn concentratie/focus was slecht, mijn korte termijn geheugen was slecht en ik had vaak hoofdpijn. Tevens merkte ik dat ik kon voelen of het draadloze netwerk aanstond, doordat ik een bepaald gevoel op de huid van mijn gezicht kreeg. Daarom heb ik alle draadloze apparatuur uitgezet en ben ik een hangertje van Q-link gaan dragen. Dat had iemand mij aangeraden.

Van beide veranderingen ondervond ik verbetering, maar de problemen waren niet over. Ik verhuisde naar een semi-landelijke omgeving, maar ik hield problemen met concentratie/motivatie/geheugen. Ik moest bijvoorbeeld eens per week naar het Instituut van Leidinggevenden in Londen voor de wekelijkse vergadering. Maar telkens als ik daar naartoe ging, verergerden mijn symptomen duidelijk, zodat ik die dagen volledig kon afschrijven. Ik kwam erachter dat ze in dat gebouw draadloze breedbandtechnologie hadden.
Toen moest ik ontslag nemen.’

Jason, een 33-jarige veelgebruiker van zijn mobiele telefoon, die ongeveer zeven jaar geleden voor het eerst symptomen kreeg van ES ‘Mijn voorhoofd begint te tintelen en mijn hoofd te branden. Als ik vervolgens niet wegga van de bron, kan de linkerkant van mijn hoofd gevoelloos worden en van binnen aanvoelen alsof die kant aan het wegbranden is. Uiteindelijk wordt ik extreem lethargisch en raak in een zombieachtige toestand. Ik voel de behoefte om te gaan liggen en slapen, maar van slaap knap ik niet op. Voor mijn gevoel kan ik elk moment flauwvallen.

Mijn korte termijn geheugen is tegenwoordig een ramp. Ook raak ik zeer verward, kan ik niet goed beslissingen nemen en raak ik gedesoriënteerd. Ik heb al heel veel dokters bezocht, maar nog niemand heeft me een verklaring of hulp kunnen bieden. De afgelopen twee jaar heb ik twee keer moeten verhuizen en in elk huis heb ik de bedrading compleet laten vervangen in afgeschermde hoofdkabels om elektrische velden uit te sluiten.

Ook kan ik niet meer autorijden en geen gebruik meer maken van openbaar vervoer vanwege de sterke magnetische velden in de voertuigen en doordat mensen mobiele telefoons gebruiken. Het afgelopen jaar ben ik tevens gevoelig geworden voor bepaalde chemicaliën, waarop ik reageerde met tekenen van een beginnende MCS (multiple chemical sensitivity ofwel meervoudige chemische overgevoeligheid). De symptomen zijn vrijwel identiek aan die van mijn gevoeligheid voor elektriciteit.

Dit verhaal heb ik gedicteerd, aangezien ik niet meer kan schrijven op papier of papier kan aanraken. Bezoek kunnen we niet meer ontvangen, omdat ik het waspoeder in hun kleren kan ruiken. Ik zit altijd in de schemering omdat mijn ogen te gevoelig voor zonlicht zijn geworden.’


Leven en werken met EMV’s

– Meet uw blootstelling zelf – zet de hoofdleidingen ’s nachts uit – aard alle elektrische apparatuur
Op Nederlandse websites (zie www.electroallergie.org/leveranciers.htm) is meetapparatuur en beschermingsmateriaal te koop, maar omdat in Engeland ook de mogelijkheid bestaat om te huren, volgen hierna enkele Engelse adressen:
• EMF Professional Electric and Magnetic Field meter te huur voor ₤ 25 per week (www.healthy-house.co.uk).
• Powerwatch verkoopt (en verhuurt, maar alleen in het VK) meters voor straling van elektriciteit en magnetrons (www.powerwatch.org.uk; tel +44 1353 778 814).
• Coghill Research Laboratories biedt soortgelijke apparaten aan, maar ook beschermende ‘netten’ (www.cogreslab.co.uk; tel +44 1495 752 122).
• Bij Tom’s Gadgets zijn allerlei apparaten te koop vanaf ₤ 28 tot ₤ 150 (www.tomsgadgets.com; tel +44 845 456 2370).

Soms is een energiebedrijf bereid uw huis door te meten op EMV’s of bieden andere bedrijven dit aan (bijv. www.straling.nl), maar daarbij worden de metingen niet ’s nachts voortgezet, terwijl dan de EMV’s sterker kunnen zijn dan overdag.

EMV’s in huis

Het grootste deel van de blootstelling aan EMV’s komt van ondergrondse elektrische bedradingen en apparatuur. De gemiddelde woning bevat EMV’s van 0,01 tot 0,2 T. Volgens de deskundigen kunt u het best de plaatsen nakijken waar u de meeste tijd doorbrengt: voor de meeste mensen is dat hun bed.
• Zorg dat uw elektrische wekker niet te dicht bij uw hoofd staat.
• Als er bedrading door de muur loopt, zet uw bed dan iets van de muur af.
• Gebruik geen metalen bedden of binnenveringmatrassen, aangezien die EMV’s kunnen versterken.
• Laat een elektrische deken niet aanstaan wanneer u in bed ligt.
• Als er hoge waarden worden gemeten voor EMV’s onder de vloer, haal dan de vloerbedekking weg, plaats er aluminiumfolie onder en leg hem weer terug. De folie moet in overlappende lagen en ‘geaard’ worden geplaatst (in verbinding met een waterleiding of een aarde).
• Zet ’s nachts alles uit. Gewoon alle lichten en apparaten uitzetten, is daarvoor echter niet voldoende, want vanuit de bedrading zullen er dan nog steeds EMV’s zijn. Door echter alle circuits uit te zetten in de stoppenkast worden wel alle EMV’s uitgeschakeld, maar heeft u ook geen stroom of licht meer in geval van een noodsituatie. De moderne technologie heeft daar gelukkig wat op gevonden: de zogeheten netvrij-automaat ofwel netvrij-schakelaar. Deze schakelt alle stroom in de stoppenkast uit zodra het laatste licht is uitgezet in huis. Zodra er echter weer een licht aangedaan wordt, registreert de schakelaar dat er weer stroomvraag is en zal hij na enkele seconden het circuit weer aanzetten, zodat het licht aangaat. Kleine stroomverbruikers zoals waaklampjes en opladers kunnen bij sommige modellen gewoon blijven functioneren. De netvrijschakelaars kosten 150 tot 200 euro en zijn in een halfuur te installeren.

Volgens Frank Wiewel van People Against Cancer kunnen alle kankerpatiënten het best proberen hun blootstelling aan EMV’s te verminderen om zo de belasting van hun immuunsysteem zo laag mogelijk te houden.

EMV’s op het werk
• Mijd TL-verlichting, de grootste boosdoener volgens ES-patiënten. Dergelijke lampen kunnen, indien niet geaard, een scala aan EMV-frequenties uitzenden, aldus Alasdair Philips van Powerwatch. Vroeger was een tweede probleem het flikkeren van de lampen, maar gelukkig doen de moderne TL-buizen dat bijna niet meer.
• Voor EMV’s uit computerschermen (monitors) bestaan geen officiële beperkingen; ooit waren ze wel ernstig verdacht. Tegenwoordig conformeren echter alle fabrikanten zich in de praktijk aan de Zweedse regelgeving, die inhoudt dat de output aan EMV’s niet hoger mag zijn dan 2,5 milligauss (ongeveer 0,2 T) op een halve meter afstand. ‘Voor de meeste mensen zijn de hedendaagse beeldschermen geen probleem meer,’ aldus EMV-expert dr. Roger Coghill, ‘en met de huidige opkomst van de LCD-schermen (liquid crystal dysplay) is de computer in principe geen risicofactor meer.’ Bij sommige ES-patiënten treden echter nog steeds problemen op bij welk scherm dan ook.
• Laptops zijn niet gevaarlijk, als ze tenminste op een accu lopen. Worden ze echter met een adapter op het elektriciteitsnet aangesloten, dan kunnen ze volgens Alasdair Philips ‘enorme’ EMV’s uitzenden. De oplossing daarvoor is de laptop te aarden door hem met een krokodilklem via een snoer te verbinden met de aarde van een stopcontact. De bluetooth-technologie en breedbandtechnologie lijken veilig, al wijst een adviserend EU-orgaan erop dat ‘de richtlijnen gebaseerd zijn op de resultaten van onderzoeken met frequenties die tot nu toe vaak zijn gebruikt, en die zijn geëxtrapoleerd naar andere frequenties. Bij nieuwe technische toepassingen kunnen die resultaten echter twijfelachtig blijken omdat de signalen op meer eigenschappen van de gebruikelijke kunnen verschillen’1. Met andere woorden: als het gaat om draadloze technologie in de IT weten we eigenlijk vrijwel niets zeker.
Onderweg
Een auto kan een verrassende hoeveelheid EMV’s uitzenden. Van Volvo’s is bijvoorbeeld gebleken, bij een test die in 2002 door het Zweedse blad Vi bilagare werd uitgevoerd, dat ze 12-18 T produceren vlak bij de benen van de bestuurder. Sindsdien is in de nieuwe modellen van Volvo een onderdrukkingsmechanisme ingebracht met de naam ‘225 Euro’, dat ook in oudere auto’s alsnog aangebracht kan worden. Auto’s met een accu achterin blijken het hoogste risico op te leveren.
Voor sommige ES-patiënten zijn ook de banden van auto’s een probleem. Die zijn verstevigd met gemagnetiseerd staal, waardoor bij het roteren van de wielen een pulserend EMV ontstaat.
In elektrische trams bedragen de EMV’s binnen gemiddeld 1,6 T; in het uiteinde van de wagons zijn ze het hoogst.

1Potential Health Implications From Mobile Communications Systems. European Cooperation in the Field of Scientific and Technical Research, Brussel, 11 april 2001.

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...