De lichtheid van het bestaan

Uit grensverleggend onderzoek aan de universiteit van Sutherland komen momenteel de eerste bevestigingen van een theorie die veel pioniers in de wetenschap al lang begrepen: In essentie zijn wij wezens van het licht.

Niet zo lang geleden zag dr. Gordon Dougall vooral opgetrokken wenkbrauwen wanneer hij een helm omhooghield en beweerde dat het licht dat uit die helm kwam, een therapie was tegen de ziekte van Alzheimer. Die uitzonderlijke bewering is afkomstig van onderzoek aan de universiteit van Sutherland in Noordoost Engeland.

Daaruit bleek dat de leercapaciteit verbetert wanneer mensen regelmatig worden blootgesteld aan een lage dosis infrarood licht (1072 nm: een golflengte die in natuurlijk zonlicht zit). Een lage dosis infrarood licht, zoals we die ontvangen wanneer we gewoon in de zon verkeren, kan zelfs de cognitieve functies van het brein herstarten bij mensen die door de moderne geneeskunde al opgegeven zijn.

Dr. Dougal is directeur van Virulite, een bedrijf in Newton Aycliffe dat medisch onderzoek doet. Hij heeft pioniersonderzoek gedaan met een behandelvorm waarbij een lichtgewicht helm gebruikt wordt die met regelmatige tussenpozen licht met deze frequentie uitzendt. Momenteel is hij er klaar voor om dit concept een stap verder te onderzoeken en trials te beginnen waarbij de lichthelm gebruikt wordt om mensen met dementie te behandelen. Zij moeten de helm tien minuten per dag dragen.

Het idee voor deze regeneratie van de hersenen kreeg Dougal door zijn werk met apparaatjes die met behulp van infrarood licht een koortslip behandelden. Het bleek dat dit licht de cellen van het immuunsysteem oppepten die het herpesvirus doden dat koortslip veroorzaakt.

Winterdepressie onderzoek

Het onderzoek om licht te gebruiken ter behandeling van cognitieve achteruitgang komt voort uit het onderzoek dat sinds 25 jaar wordt gedaan naar lichttherapie bij winterdepressies. Zulke depressies kunnen ontstaan wanneer mensen te weinig zonlicht krijgen. De onderzoekers gingen uit van de theorie dat geriatrische (bejaarde) patiënten die in een instelling wonen en aan bed gekluisterd zijn, waarschijnlijk weinig natuurlijk licht krijgen en vaker zullen lijden aan lichtdeprivatie. Bij een onderzoek waarin tien patiënten gedurende vijf dagen een half uur lang werden blootgesteld aan 10.000 lux bleek, dat ze significant minder depressief werden tijdens deze therapie met licht met een hoge intensiteit vergeleken met licht met een lagere intensiteit (300 lux). Na blootstelling aan licht met een hoge intensiteit viel de helft van de deelnemers zelfs niet meer binnen de marges van depressie. Ook bleek dat de verbetering groter was naarmate de depressie ernstiger was op de gebruikte schaal (de Geriatric Depression Scale: GDS)1.

Gezien die resultaten vroegen de onderzoekers zich vervolgens af of licht misschien ook te gebruiken zou zijn voor andere psychiatrische stoornissen dan depressie. Die theorie was gebaseerd op twee aannames: het dag-nachtritme (slaap-waakritme) verandert onder invloed van blootstelling aan licht; elke ziekte is onderhevig aan chronobiologische karakteristieken, dus aan cycli die met het daglicht in verband staan.

Levenscycli

De gedachte dat levende wezens afhankelijk zijn van de zon is afkomstig van dr. Franz Halberg van de universiteit van Minnesota. Hij ontdekte dat veel biologische processen volgens een ‘ingebouwde klok’ verlopen. Blijkbaar reageren alle levende wezens op een 24-uursritme zoals dat van de draaiing van de aarde. Halberg introduceerde de termen ‘chronobiologie’ voor de invloed van tijd en bepaalde periodieke cycli op biologische functies, en ‘circadiane ritmiek’ (van circa = rond en dia = dag) voor de beschrijving van biologische cycli van een dag.

Hij zette de Chronobiology Laboratories op aan de universiteit van Minnesota en raakte bekend als de vader van de chronobiologie. Zijn lab deed ontdekkingen waaruit bleek dat chronobiologie een voorgeprogrammeerd kenmerk is van een organisme; niet iets wat wordt aangeleerd of verworven, maar een eigenschap inherent aan het leven.

Behalve circadiane ritmiek ontdekte Halberg dat levende wezens zich ook aan vele andere periodieke ritmes houden. Halfwekelijkse, wekelijkse, maandelijkse en jaarlijkse cycli bepalen zelfs vrijwel elke biologische functie. De polssnelheid, bloeddruk, lichaamstemperatuur en bloedstolling, circulatie van lymfocyten, hormonale cycli en andere automatische functies van het menselijk lichaam blijken allemaal een eb en vloed door te maken volgens een basaal, repetitief tijdsschema. Zulke ritmes zijn niet specifiek voor mensen, maar komen in de hele natuur voor.

Ze blijken zelfs te herleiden in fossiele vormen van eencelligen die miljoenen jaren geleden leefden.

Dementie

Van patiënten met dementie is bekend dat ze een verstoord circadiaan ritme hebben. Bij een onderzoek naar het 24-uursritme en de slaap-waakpatronen van 77 patiënten in verpleeghuizen bleek dat de patiënten met onderbrekingen sliepen en een onregelmatig slaap-waakpatroon hadden. Veel mensen met dementie brengen relatief weinig tijd door in helder licht 2. Patiënten met dementie hebben ook chaotische slaapgewoonten, zijn ‘s nachts frequenter wakker en maken overdag vaker korte dutjes 3.

Tot dusver is lichttherapie gebruikt voor de behandeling van mentale stoornissen als ADHD bij volwassenen, bulimia nervosa en depressie bij de ziekte van Parkinson, maar ook om verstoringen te reguleren van de cycli van rust en activiteit van ouderen met dementie 4,5. Bovendien is uit een review (literatuuronderzoek) van alle gerandomiseerde gecontroleerde trials naar lichttherapie bij dementie gebleken dat er enige verbetering optreedt in het rust-activiteitsritme. Uit andere onderzoeken bleek dat deze therapie gedragssymptomen van dementie kan doen afnemen zoals agitatie en slaapstoornissen 6,7.

Waarschijnlijk werkt een systeem dat op een individu is toegespitst, echter het beste. Bij een onderzoek met therapie met helder licht aan twee psychiatrische ziekenhuizen en een verpleeghuis specifiek voor dementie, bleken er namelijk duidelijke genderverschillen in de respons op de behandeling. Zo reageerden mannen en vrouwen heel verschillend op het lichtsysteem met zacht licht met een hoge intensiteit dat in de publieke ruimten werd aangebracht. Vooral bij vrouwen werd veel minder depressie gemeten dan bij mannen wanneer er ochtendlicht was.

Ons licht corrigeren

Het is mogelijk dat lichttherapie het licht dat patiënten zelf uitzenden, corrigeert. Zo’n dertig jaar geleden onderzocht een Duitse arts, Fritz-Albert Popp, een geneeswijze voor kanker. Daarbij stuitte hij op het feit dat alle levende wezens kleine pakketjes licht uitzenden, die hij ‘biofoton-emissies’ noemde. Volgens hem onderhouden alle levende systemen een subtiele balans van licht, waarbij een teveel of een tekort wijst op ziekte. Verder ontdekte hij een verschijnsel dat hij ‘uitgestelde luminescentie’ noemde.

Wanneer er licht werd uitgezonden op levende cellen licht, namen de cellen dat licht op en schenen ze na verloop van enige tijd helderder. Popp nam aan dat dit een corrigerend effect was. Ook bleek dat wanneer een levend systeem te veel licht te verwerken kreeg, het de overmaat niet opnam.

Popp heeft jarenlang onderzoek gedaan naar deze emissie van biolicht aan het Internationaal Instituut voor Biofysica in Neuss in Duitsland. Daarbij ontdekte hij dat elk van de duizenden chemische reacties in het lichaam, die continu alle moleculen in dat lichaam reguleren, worden beïnvloed en gecoördineerde door zwak ultraviolet licht (380 nm). In zekere zin is licht de boodschapper waarmee de cellen elkaars reacties doorgeven.

De recentere onderzoeken van Popp hebben betrekking op veranderingen in de lichtproductie na medische behandelingen. Bij een van zijn onderzoeken bracht hij een medicinale zalf aan op een plek op de arm van de patiënt. Bij een ander onderzoek, met een patiënt met psoriasis van beide armen, hanteerde Popp de standaardbehandeling voor psoriasis terwijl hij gedurende vijf minuten ultraviolet licht liet schijnen op zowel de psoriatische als de gezonde delen van de ene arm.

Bij beide onderzoeken mat Popp na een paar minuten de fotonemissies van de behandelde delen van de arm en van verschillende onbehandelde delen van het lichaam. Met behulp van zeer precieze apparatuur, die de lichtemissie per foton kon meten, ontdekte hij iets opmerkelijks. Wanneer de emissie van het ene deel van het lichaam afnam dan wel toenam, gebeurde dat ook in andere delen van het lichaam.

Bij een van de eerste van die experimenten ontdekte Popp dat niet alleen de lichtemissie vanuit de plek waar hij de zalf had aangebracht, erg veranderde, maar ook vanuit andere delen van het lichaam. Bovendien was de mate waarin die veranderingen optraden over het gehele lichaam hetzelfde. Ook op die plaatsen waar geen zalf was aangebracht, mat Popp dezelfde toename in licht als op de plaatsen waar hij de medicatie had aangebracht.

Bij de patiënt met psoriasis werd de lichtemissie na de uv-therapie bijna vier keer zo groot, zowel vanuit de gezonde delen als de psoriatische delen van de huid, en ook bij deze patiënt ongeacht of ze aan de uv-stralen waren blootgesteld of niet. Een uur later waren alle delen van het lichaam, behandeld of onbehandeld, gezond of ongezond, weer teruggekeerd tot identieke lichtemissies, zij het dat de gezonde delen van de huid twee keer zo veel uitgestelde luminescentie vertoonden als de ongezonde delen. Een mogelijke verklaring is dat gezonde huiddelen het licht niet ‘nodig hadden’ en het dus ‘loosden’, terwijl de psoriatische delen het wel nodig hadden en het dus vasthielden.

Communicatie tussen cellen

Popp gelooft dat hij een nieuwe vorm van communicatie in het lichaam heeft ontdekt, waarbij licht wordt gebruikt als een vorm van directe, niet plaatsgebonden signaaloverdracht naar de rest van het organisme. Het onderzoek van Popp brengt ons een stapje dichter bij enig begrip van de manier waarop het lichaam communiceert met zichzelf en met de rest van het universum.

Delen van het lichaam vertellen elkaar de stand van zaken via kleine memootjes van licht. Popps bevindingen vormen ook een mogelijke verklaring voor het feit dat de geneesmethoden uit de moderne geneeskunde soms erger zijn dan de kwaal. Zelfs als een behandeling lokaal gericht is, zal zo’n niet plaatsgebonden communicatiesysteem ervoor zorgen dat er een globaal effect op het hele organisme is.

Hoewel licht onderzocht wordt als een manier om wonden en andere huidaandoeningen te genezen, en om pijn te bestrijden, staat het onderzoek naar lichttherapie nog in de kinderschoenen. Elke golflengte en elke frequentie blijkt een andere reactie op te roepen, en daarom is het van belang in dit vroege stadium zorgvuldig te handelen. Zelfs licht kan namelijk bijwerkingen hebben.

Zo kunnen patiënten hypomanie krijgen (een toestand tussen euforie en manie) of een hyperactivatie van het autonome zenuwstelsel, met name in het begin van de behandeling 4. Desondanks zijn dit de eerste bewijzen dat de uitzending en uitwisseling van fotonen, die continu tussen levende wezens plaatsvindt, niet alleen een vorm van communicatie is. Aangezien we echt wezens van het licht zijn, zijn we wellicht in staat ons eigen licht te corrigeren als het ontspoort.

BRONNEN:

1 J Gerontol A Biol Sci Med Sci, 2001; 56: M356-360
2 Sleep, 1997; 20: 18-23
3 Int J Geriatr Psychiatry, 2006; 21: 945-950
4 CNS Spectr, 2005; 10: 647-663
5 Sleep Med Rev, 2007; 11: 497-507
6 Int J Geriatr Psychiatry, 2004; 19: 516-522
7 Psychiatry Res, 1995; 57: 7-12


De rol van vitamine D

Een lage concentratie vitamine D kan een rol spelen bij de cognitieve aftakeling die bij ouderen kan optreden. Zo is van hoogbejaarden bekend dat ze vaker een tekort aan vitamine D hebben. Tevens is van zo’n tekort bekend dat er psychiatrische en neurologische stoornissen door kunnen ontstaan. Bij een onderzoek met tachtig patiënten van wie er veertig de ziekte van Alzheimer hadden en veertig geen enkele vorm van dementie, en na correctie van de resultaten voor leeftijd, ras, gender en seizoen, bleek een tekort aan vitamine D een verband te vertonen met slechte prestaties bij cognitieve tests en met stemmingsstoornissen 1.

BRON:
1 Am J Geriatr Psychiatry, 2006; 14: 1032-1040

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...