Vrouwen die via hun voeding veel antioxidanten binnenkregen, hadden in een Amerikaans onderzoek aanzienlijk minder vaak een voorgeschiedenis van baarmoederhalskanker. Bij de hoogste inname waren de kansen daarop ongeveer 56 procent lager. Het onderzoek bewijst niet dat antioxidanten baarmoederhalskanker kunnen voorkomen.
Onderzoekers analyseerden gezondheids- en voedingsgegevens van 1.044 Amerikaanse vrouwen. Daarvan meldden 174 vrouwen dat zij baarmoederhalskanker hadden gehad. De overige 870 vrouwen vormden een vergelijkingsgroep. De gegevens kwamen uit het Amerikaanse bevolkingsonderzoek NHANES en waren verzameld tussen 2003 en 2018.
De resultaten verschenen op 19 augustus 2026 in het International Journal of Gynecology & Obstetrics. De onderzoekers wilden weten of de totale hoeveelheid antioxidanten in de voeding samenhing met het voorkomen van baarmoederhalskanker.
Daarvoor gebruikten zij de zogenoemde Composite Dietary Antioxidant Index, afgekort CDAI. Deze maat combineert de inname van zes voedingsstoffen met een antioxidatieve werking: vitamine A, vitamine C, vitamine E, zink, selenium en carotenoïden. Een hogere score betekent dat iemand via de voeding meer van deze antioxidanten binnenkrijgt.
De onderzoekers schatten de voedingsinname aan de hand van wat deelnemers over hun voeding rapporteerden. Vervolgens vergeleken zij de CDAI-score met de voorgeschiedenis van baarmoederhalskanker. Daarbij hielden ze rekening met verschillende kenmerken die de uitkomst konden beïnvloeden, waaronder leeftijd, afkomst, inkomen, roken, alcoholgebruik en lichaamsgewicht.
Het verband bleef na deze correcties zichtbaar. Bij iedere stijging van één punt op de antioxidantenscore waren de kansen op een voorgeschiedenis van baarmoederhalskanker 11,4 procent lager. Vrouwen in de groep met de hoogste antioxidantenscore hadden 55,8 procent lagere kansen dan vrouwen met de laagste score.
Dat klinkt als een groot verschil, maar vraagt om zorgvuldige interpretatie. De onderzoekers maten hoe vaak een voorgeschiedenis van baarmoederhalskanker voorkwam. Ze volgden vrouwen niet vanaf het begin om te zien wie later kanker ontwikkelde. De resultaten zeggen daarom niets met zekerheid over de kans dat antioxidanten nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker voorkomen.
Ook de volgorde van gebeurtenissen is niet vast te stellen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat vrouwen hun voedingspatroon veranderden nadat zij kanker kregen. Bovendien was de diagnose gebaseerd op wat deelnemers zelf rapporteerden. Informatie over onder meer het stadium van de ziekte ontbrak.
Er zijn wel biologische verklaringen denkbaar voor het gevonden verband. Antioxidanten helpen het lichaam bij het tegengaan van oxidatieve stress. Daarbij ontstaan reactieve stoffen die cellen en hun erfelijk materiaal kunnen beschadigen. Antioxidanten kunnen daarnaast invloed hebben op ontstekingsprocessen en de afweer. Eerder onderzoek vond eveneens verbanden tussen voeding, antioxidanten en afwijkingen die aan baarmoederhalskanker vooraf kunnen gaan.
Toch blijft een langdurige infectie met hoog-risicotypen van het humaan papillomavirus (HPV) de belangrijkste oorzaak van baarmoederhalskanker. Een voedingspatroon met veel antioxidanten beschermt niet tegen een HPV-infectie. Gezonde voeding kan daarom bewezen preventieve maatregelen niet vervangen.
De nieuwe resultaten zijn vooral een aanwijzing voor verder onderzoek. Daarvoor zijn studies nodig die vrouwen langere tijd volgen en hun voeding vóór een eventuele diagnose vastleggen. Zo kan duidelijker worden of een hogere antioxidant-inname daadwerkelijk voorafgaat aan een lager risico.
Het onderzoek geeft bovendien geen aanleiding om zonder medisch advies hoge doses antioxidanten via voedingssupplementen te gebruiken. De studie onderzocht de totale inname uit voeding. Daaruit kan niet worden afgeleid dat supplementen hetzelfde effect hebben.
Een antioxidant-rijk voedingspatroon kan samenhangen met minder baarmoederhalskanker, maar bewijs voor bescherming ontbreekt. HPV-vaccinatie en deelname aan bevolkingsonderzoek blijven daarom belangrijke preventieve maatregelen.
Wilt u uw voeding verbeteren? Kies dan vooral voor een gevarieerd voedingspatroon met groenten, fruit, volkorenproducten, peulvruchten en noten, naast deelname aan aanbevolen HPV-preventie en screening.
