Ouderen met een regelmatiger dag-nachtritme lijken minder snel hersenweefsel te verliezen in gebieden die belangrijk zijn voor geheugen en emotie. Dat suggereert een nieuwe Amerikaanse studie, waarin dagelijkse beweging en rust werden gekoppeld aan hersenscans over de tijd.
Wie overdag langere, aaneengesloten perioden actief is en ’s nachts beter rust, houdt mogelijk langer een gezonder brein. Dat blijkt uit onderzoek onder 344 volwassenen van 50 jaar en ouder zonder geheugenstoornissen. Hun gemiddelde leeftijd lag rond de 73 jaar. De deelnemers droegen tot een week lang een polsbandje dat beweging en inactiviteit mat. Daarnaast kregen zij MRI-scans van hersengebieden die vaak vroeg betrokken zijn bij de ziekte van Alzheimer.
De onderzoekers keken naar het zogenoemde rust-activiteitsritme. Dat is het patroon van actief zijn, zitten of rusten, dutten en slapen binnen 24 uur. Een “gefragmenteerd” ritme betekent dat iemand vaak heen en weer schakelt tussen activiteit en rust. Denk aan korte stukjes beweging, veel stilzitten tussendoor en geen duidelijke opbouw van de dag. Een minder gefragmenteerd ritme wijst juist op langere blokken van activiteit overdag en meer samenhangende rustmomenten.
Juist dat verschil bleek samen te hangen met de hersenen. Mensen met een minder versnipperd dagpatroon hadden grotere volumes van de hippocampus en de parahippocampale winding. Die gebieden spelen een grote rol bij geheugen. Ook leek de amandelkern, belangrijk voor emotie en emotionele herinneringen, bij hen minder snel te krimpen. Bij deelnemers met een sterker verstoord ritme zagen de onderzoekers bovendien een snellere toename van de hersenkamers, met vocht gevulde ruimtes die vaak groter worden als hersenweefsel afneemt.
Belangrijk is wel dat deze studie geen hard oorzakelijk bewijs levert. De uitkomsten laten een verband zien, maar bewijzen niet dat een onregelmatig ritme zelf de hersenkrimp veroorzaakt. Het kan ook zijn dat vroege veranderingen in het brein het dag-nachtritme verstoren. Toch past de nieuwe studie in een bredere lijn van onderzoek waaruit blijkt dat slaap en biologische ritmes nauw samenhangen met hersenveroudering en dementie. Het Amerikaanse National Institute on Aging noemt slaap en circadiane ritmes daarom een belangrijk onderzoeksgebied binnen veroudering en dementie.
De bevindingen zijn vooral relevant omdat het hier gaat om mensen zonder zichtbare cognitieve achteruitgang. Dat maakt het denkbaar dat veranderingen in het dagelijkse ritme al vroeg iets zeggen over kwetsbaarheid van het brein. De auteurs wijzen er tegelijk op dat hun onderzoek beperkingen heeft. De deelnemers waren relatief hoogopgeleid en bij aanvang cognitief gezond. Daardoor zijn de resultaten niet automatisch één op één te vertalen naar alle ouderen. Ook was de vervolgduur beperkt tot gemiddeld ongeveer een jaar.
Voor het dagelijks leven is de boodschap voorzichtig, maar praktisch. Regelmaat lijkt gunstig: sta rond hetzelfde tijdstip op, zoek ’s ochtends daglicht, beweeg overdag voldoende, houd maaltijden en bedtijd zo veel mogelijk vast en vermijd lange of late dutjes. Wie last heeft van slapeloosheid, slaapapneu, somberheid of medicijnen die slaap en alertheid verstoren, doet er goed aan dat met een arts te bespreken. Zulke stappen garanderen geen bescherming tegen dementie, maar ze kunnen wel bijdragen aan een stabieler ritme.
Een vaste dagindeling, meer beweging en aandacht voor slaap zijn geen wondermiddel, maar mogelijk wel eenvoudige stappen om het brein op leeftijd beter te ondersteunen.
Bron: https://alz-journals.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/alz.71190
