Om nu te gaan klagen over de steeds verdergaande technologische ontwikkelingen vind ik een beetje ongepast. Eerst en vooral omdat iedereen er ook voordelen van ondervindt. Denk maar eens aan het tikkie dat je kunt sturen na een groepsuitje of het gemak waarmee je het openbaar vervoer instapt, doordat je met je mobiele telefoon kunt betalen.
En in de zorg natuurlijk: door technologische innovaties kunnen we kanker eerder detecteren, wat de overlevingskansen vergroot. Ook de medische behandelingen profiteren van steeds meer en betere techniek.
Door: Bram Bakker
Kortom: technologische ontwikkelingen zijn in alle opzichten deel van ons leven en zullen dat blijven. Of je er nu positief of juist kritisch over bent, doet er uiteindelijk weinig toe. Dit brengt wel een spannende vraag met zich mee: in hoeverre gaan we ook leven op geleide van al die technologie?
Ik ken nu al fanatieke sporters die een smartwatch laten bepalen wanneer ze naar bed gaan, en het einde van deze ontwikkeling is nog lang niet in zicht…
Zelf heb ik een ring die de hele dag van alles meet. Op de bijbehorende app kan ik onder meer analyseren hoe het met me is vergaan qua slaap, stress en inspanning. Maar het hoeft niet en ik laat me er ook niet door leiden.
‘Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd’, zei de Deense filosoof Kierkegaard al zo’n twee eeuwen geleden. En dit lijkt mij een waarheid als een koe, met eeuwigheidswaarde.
Zonder eerst te voelen, worden we robots
Technologie is het resultaat van ons denkvermogen. Dat bevindt zich grotendeels aan de buitenkant van ons brein, in de neocortex. Dit is de plek waar we uitkomen als we nadenken over wat we voelen.
En dan komen we op een cruciaal verschil tussen mensen en de handige apparaten die ze uitvinden: de mens is ‘gewoon’ een zoogdier, net als onze hond of kat. Het verschil is dat wij ons gevoel kunnen beschouwen en niet altijd blind in de ‘fight or flight-modus’ hoeven te schieten.
Dat we kunnen nadenken over wat we voelen heeft ons de machtigste zoogdieren op de planeet gemaakt. Wij hoeven niet altijd direct te reageren. We kunnen met afstand beschouwen, overleggen met soortgenoten, en een weloverwogen strategie vormen. Maar zonder eerst te voelen, worden we robots – technologie dus.
Het is beter die weg zo min mogelijk in te slaan, omdat we zonder gevoel geen extra kwaliteit van leven kunnen bereiken. Dan rest slechts emotionele armoede, met alle mogelijk treurige gevolgen.
Ik durf wel een boude voorspelling te doen: hoe meer technologie regeert, hoe groter de existentiële nood. En ja, meer depressies en suïcides zullen dan volgen op de vraag wat de zin van het leven nog is als technologie de dienst uitmaakt. ●
