13-07-2008

Vaccinaties opnieuw ontmaskerd

Volgens de medische wereld heeft de wetenschap de theorieën dat vaccinaties autisme kunnen veroorzaken, definitef naar het rijk der fabelen verwezen. In het eerste proefproces blijkt de rechtbank daar echter anders over te denken. Ook wordt duidelijk wat er schort aan de wetenschappelijke bewijzen dat multipele vaccinatie veilig is.

Begin februari 2008 kondigen de medische stand en de media tamelijk vooringenomen aan dat het definitieve bewijs geleverd is. Uit nieuw onderzoek zou blijken – ‘onomstotelijk’ volgens de New York Times – dat het BMR-vaccin (bof-mazelen-rubella) geen autisme veroorzaakt. In diezelfde maand claimt ander onderzoek het definitieve bewijs te leveren dat thimerosal, het conserveermiddel op basis van kwik dat in Amerika in veel vaccins wordt gebruikt, geen oorzaak kan zijn van autisme.

In Nederland is dit conserveermiddel trouwens nooit gebruikt binnen het rijksvaccinatieprogramma. Een kleine maand later blijkt een Amerikaans gerechtshof het daar toch niet mee eens te zijn. Na bestudering van het materiaal voor het eerste van drie proefprocessen, over een meisje van twaalf jaar dat als peuter een autistisch spectrum stoornis heeft ontwikkeld, concludeert een Amerikaans Federal Claims Court dat de sterke vaccinaties die het meisje op anderhalfjarige leeftijd heeft gekregen, een onderliggende cellulaire aandoening hebben verergerd waardoor uiteindelijk haar autisme is ontstaan. Het driekoppige panel van Special Masters (de voorzittende rechtsprekers van het hof) concluderen dat de ontwikkeling van het meisje normaal verloopt totdat ze op anderhalfjarige leeftijd negen vaccinaties tegelijk krijgt: de drievoudige vaccinatie tetanus-difterie-kinkhoest; die voor haemofilus influenza type B en meningitis; het BMR-vaccin; en het inactieve poliovaccin. Nadat ze een paar keer encefalopathie (hersenontsteking) heeft gehad, verslechtert de gezondheidstoestand van het kind. Uiteindelijk stelt men de diagnose dat haar symptomen overeenkomen met die van een autistisch spectrum stoornis.

De advocaten van het meisje benaderen het probleem breed en stellen dat haar autisme is veroorzaakt door de combinatie van de BMR-prik met andere vaccinaties die thimerosal bevatten. Naast haar proefproces wordt er nog een proefproces gevoerd waarin de advocaten stellen dat de schade is ontstaan door de combinatie van ingrediënten van de vaccins. Bovendien getuigt een kinder-gastroënteroloog dat het kind een hardnekkige mazelenvirus in het lymfeweefsel van haar darmen heeft.

Bij tests die vervolgens worden afgenomen, blijkt dat het meisje een ‘defect’ in de stofwisseling van de cellen heeft wat erop duidt dat ze oxidatieve fosforylase heeft. Dit is een afwijking van de mitochondriën in de cel waardoor deze minder energie kunnen produceren. Namens het Amerikaanse ministerie van gezondheid en welzijn (Health and Human Services) bevelen de assistent-openbaar aanklager Peter Keisler en andere beambten van het ministerie van justitie aan de familie van het meisje te compenseren voor de schade.

Kink in de kabel

De beslissing van de Amerikaanse rechtbank is een mijlpaal, omdat dit de eerste keer is dat een gerechtshof, waar ook ter wereld, oordeelt dat autisme kan ontstaan door vaccinatie. Dit oordeel staat lijnrecht tegenover de stellingname van artsen en overheden, dat er geen enkel verband is tussen vaccinatie en de wereldwijde epidemie van autisme. Tevens is het een opsteker voor duizenden andere gezinnen met autistische kinderen, in Amerika en elders in de wereld, die compensatie willen eisen voor de schade door vaccinatie.

Deze zaak is slechts de eerste van ongeveer 4900 gevallen van autisme, gezamenlijk de Omnibus Autism Proceeding genoemd, die aanhangig gemaakt zijn bij het Amerikaanse Vaccine Court, het hof dat moet bepalen welke individuele gevallen in aanmerking komen voor een gedeelte van het Vaccine Injury Compensation Fund. Dit fonds is opgebouwd uit een speciale belasting op vaccins, waaruit de Amerikaanse regering compensaties betaalt aan kinderen die door een vaccin schade blijken te hebben ondervonden. In de zeventien jaar dat dit fonds en dit ‘vaccinatiehof’ bestaan, is er bijna 2 miljard dollar aan schadegelden uitbetaald aan Amerikaanse ouders wier kinderen schade hebben geleden door een of meer van de kindervaccins 1.

Ongeveer 7000 gezinnen hebben een claim ingediend over een negatieve bijwerking bij het Vaccine Injury Compensation Programme (VICP). Ongeveer 2000 van hen hebben hun zaak gewonnen, wat heeft geresulteerd in een individuele compensatie van gemiddeld 850.000 dollar. Tot nu toe heeft de VICP zo’n 300 claims afgewezen over autisme door vaccinatie, grotendeels omdat de medische wereld ontkent dat er een link is.

Door het recente oordeel van het hof over de zaak van het twaalfjarige meisje, zou dit allemaal kunnen veranderen. De Amerikaanse overheid en de vaccinatie-industrie houden uiteraard de adem in. Moeten er soortgelijke schadevergoedingen betaald worden aan alleen al de gezinnen uit de Omnibus Autism, dan zou dat namelijk oplopen tot een bedrag van 3,7 miljard dollar. Ook al zou slechts een klein percentage van de andere honderdduizenden gezinnen met een autistisch kind in Amerika zich daarop melden, toch zou dan niet alleen het vaccinatiefonds failliet gaan, maar ook het Amerikaanse vaccinatieprogramma volledig lamgelegd worden.

Alle grote onderzoeken onvoldoende

Hoe kan een Amerikaanse rechtbank in het voordeel van het meisje oordelen, terwijl de medische stand zo lang heeft volgehouden dat hun onderzoeken haar gelijk definitief uitsloten? Het antwoord is helaas dat de onderzoeken pseudowetenschappelijk waren. Wanneer we de onderzoeken die er tot nu toe zijn, nader bestuderen, blijkt dat er grote tekortkomingen bestaan in de belangrijkste onderzoeken die aangehaald worden in de zaak tegen een link tussen autisme en vaccinatie. Dit geldt vooral voor de nieuwste onderzoeken waarvan juist gezegd wordt dat ze elk mogelijk verband tussen vaccin en autisme definitief uitsluiten.

Uit de gegevens wordt ook pijnlijk duidelijk dat er bewust gegevens achtergehouden zijn die het publieke vertrouwen in het vaccinatieprogramma kunnen ondermijnen. Dat is gebeurd onder regie van het belangrijkste Amerikaanse bureau voor ziektepreventie en door een bewust beleid van de hoogste Amerikaanse regeringsinstanties voor de volksgezondheid. Uit het nieuwste onderzoek naar het BMR-vaccin, dat de pers omschrijft als de definitieve nekslag voor de theorieën over dit vaccin als oorzaak van autisme, komt de conclusie naar voren dat er geen verband is tussen het BMR-vaccin en autistische spectrum stoornissen 2.

In dit onderzoek hebben onderzoekers van de Engelse Health Protection Agency in samenwerking met verschillende universiteiten in het Verenigd Koninkrijk een steekproef uit de bevolking onderzocht van gevaccineerde kinderen in de leeftijd van tien tot twaalf jaar met een autistisch spectrum stoornis. Deze groep kinderen hebben zij met twee referentiegroepen vergeleken: een bestaande uit kinderen die speciaal onderwijs nodig hebben, maar geen autistisch spectrum stoornis vertonen, en een bestaande uit kinderen met een normale ontwikkeling. Al deze kinderen zijn vervolgens onderzocht met behulp van bloedtests op ofwel het mazelenvirus ofwel een antilichaamrespons op dat virus in het bloed. De conclusie van het onderzoek luidt dat er geen verschil is tussen de patiëntengroep en de referentiegroepen wat betreft antilichaamrespons tegen mazelen, noch enig verband tussen de mate van autisme en het gehalte antilichamen tegen mazelen. Bovendien is er maar één kind, juist in de referentiegroep, die symptomen van een infectie van de darmen vertoont.

Een van de pijlers onder de theorie van gastroënteroloog Andrew Wakefield is dat het levende mazelenvirus uit het vaccin, alleen of in combinatie met twee andere levende virussen (zoals in het BMR-vaccin), een hardnekkige enterocolitis en schade aan de darmen kan veroorzaken. Daardoor kunnen onverteerde eiwitten door de darmmembranen ‘lekken’ en uiteindelijk in de hersenen terechtkomen. Al bij een globale blik op het onderzoek worden er cruciale problemen duidelijk in de onderzoeksopzet. Zo zijn er 735 kinderen al tijdens het onderzoek uitgevallen voordat de tweede fase is begonnen, en kan er van de 100 van de resterende 155 kinderen die speciaal onderwijs krijgen of een autistisch spectrum stoornis hebben, geen goed bloedmonster worden afgenomen.

Oftewel, de conclusies van dit onderzoek berusten op de bloedmonsters van 55 kinderen. Dat is een te kleine onderzoeksgroep om statistisch significante, definitieve conclusies op te kunnen baseren. De auteurs sluiten verder uit dat de kinderen met een autistisch spectrum stoornis darmproblemen hebben. Zij gebruiken daarvoor de criteria dat er vijf ‘huidige en aanhoudende’ symptomen moeten zijn: diarree, braken, gewichtsafname, buikpijn en bloed in de ontlasting of aanhoudende diarree in het verleden die langer dan twee weken heeft geduurd. Obstipatie op het moment van onderzoek beschouwen ze niet als een symptoom.

Vanuit de Verenigde Staten, waar hij momenteel woont, schrijft dr Wakefield een vurig weerwoord. ‘De afgelopen tien jaar hebben we duizenden kinderen onderzocht met een autistisch spectrum stoornis en zij bleken duidelijke gastro-intestinale symptomen te hebben. Bij endoscopie van de dunne en dikke darm alsmede bij onderzoek van chirurgisch weggenomen darmcellen bleek dat er bij meer dan 80 procent van deze kinderen een ontsteking van het darmslijmvlies is. Bijna geen een van deze kinderen, van wie door biopsie is bewezen dat ze enterocolitis hebben, zou volgens de criteria [uit het onderzoek] darmproblemen hebben.’

Zoals Wakefield beschrijft, heeft vrijwel geen van al deze duizenden kinderen die hij heeft onderzocht, last van braken of gewichtsafname tijdens het onderzoek of bloed in de stoelgang. De criteria die in het onderzoek zijn gebruikt, geven volgens Wakefield blijk van een ‘uitzonderlijk gebrek aan kennis van de episodische, fluctuerende en alternerende aard (diarree/obstipatie) van de symptomen van deze kinderen’. Bovendien is geen van de kinderen onderzocht met een test als endoscopie om definitief te kunnen vaststellen of er zulke slijmvliesbeschadigingen zijn die dr. Wakefield vaak constateert. Met andere woorden, het onderzoek heeft criteria gebruikt die geen enkele relatie hebben met de symptomen die Wakefield heeft gepubliceerd 3.

Dat in het gewraakte onderzoek andere criteria voor darmsymptomen zijn gebruikt, is vooral opmerkelijk daar een van de auteurs vaak optreedt als getuige-deskundige in Britse rechtszaken over het BMR-vaccin als getuige voor de verdediging (geneesmiddelfabrikanten). Wakefield wijst erop dat deze auteur regelmatig toegang gehad moet hebben tot de klinische gegevens van autistische kinderen, waarin alle relevante darmsymptomen staan. Volgens Wakefield is het bovendien een ‘ernstige fout’ ervan uit te gaan dat een studie waarbij men bloed afneemt even valide is als een onderzoek waarbij men slijmvliesweefsel uit de darm beoordeelt, wanneer het erom gaat zo’n hardnekkig virus als mazelen op te sporen.

De link met kwik

Enkele maanden voor de Britse BMR-studie vindt in Amerika een vergelijkbaar staaltje pseudowetenschap plaats. Een team onderzoekers uit het Vaccine Safety Datalink Team van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC, de Amerikaanse GGD) in Atlanta, Georgia, publiceert namelijk een onderzoek dat eens en voor altijd zal aantonen dat thimerosal, het kwikbevattende conserveermiddel, niets van doen heeft met autisme 4. In dat onderzoek krijgen 1047 kinderen in de leeftijd van zeven tot tien jaar een standaardtest waarin 42 neuropsychologische parameters worden gemeten. De onderzoekers stellen verder vast in hoeverre elk kind aan kwik (in de vorm van thimerosal) is blootgesteld.

De gegevens hiervoor halen zij uit vaccinatiedossiers en andere medische dossiers, en uit interviews met de ouders. Vervolgens vergelijken zij de neuropsychologische bevindingen met de mate waarin een kind aan kwik is blootgesteld voor de geboorte en in de eerste en zevende maand van het leven. De onderzoekers ontdekken slechts een klein aantal significante verbanden tussen blootstelling aan kwik en effecten op de hersenen: sommige positief en andere negatief. Geen van die effecten heeft echter een relatie met autisme, grotendeels omdat er geen neurologische tests voor autisme afgenomen zijn. De onderzoekers beweren dat ze slechts een enkel relevant verband gevonden hebben tussen het conserveringsmiddel en een neuropsychologische afwijking: neurotische tics bij jongens. Daarnaast zijn er gevallen, aldus het onderzoeksrapport, waarin er een relatie is tussen blootstelling aan kwik en betere prestaties op het gebied van de fijne motoriek en de aandachts- en uitvoerende functies.

In januari dit jaar publiceert Sallie Bernard, een van de externe adviesleden van het onderzoek, echter een brief in The New England Journal of Medicine 5 waarin ze de conclusies openlijk in twijfel trekt. Ze schrijft dat de onderzoeksgroep met opzet beïnvloed is, waardoor er alleen kinderen worden opgenomen die de minste kans maken neuropsychologische stoornissen te vertonen. En ook in dit onderzoek valt uiteindelijk 70 procent van de geworven proefpersonen uit, waardoor er een te kleine onderzoeksgroep overblijft om met zekerheid wetenschappelijke conclusies van enige betekenis te trekken. Het meest opzienbarend is echter wel dat het onderzoek volgens haar geen autisme gevonden heeft omdat die vraag nergens gesteld wordt. Volgens David Kirby, auteur van Evidence of Harm 6, gaan de auteurs bovendien voorbij aan een belangrijke link: tics bij jongens is een bekende uitingsvorm van autistisch spectrum stoornissen.

Ook in andere landen zijn pseudowetenschappelijke onderzoeken geproduceerd. In een onderzoek uit Hong Kong is het kwikgehalte gemeten in het haar en bloed van kinderen met autisme, en vergeleken met een overeenkomende referentiegroep van normale kinderen. Gemiddeld zijn de kinderen zeven jaar oud7. In dit onderzoek wordt geen verschil gevonden tussen de twee groepen kinderen, waarop de onderzoekers concluderen dat er geen causaal verband is tussen kwik in het milieu en autisme. Wanneer Catherine DeSoto en Robert T. Hitlan, twee promovendi aan de afdeling psychologie van de Universiteit van Northern Iowa, echter een heranalyse doen van de onderzoeksgegevens, vinden ze veel rekenfouten. Na correctie van de cijfers tonen DeSoto en Hitlan een significant verband aan tussen het kwikgehalte in het bloed en een diagnose van een autistisch spectrum stoornis. ‘Bovendien bieden de resultaten uit de analyses van de haarmonsters enige ondersteuning voor de idee dat bij mensen met autisme wellicht het kwikgehalte minder efficiënt en meer wisselend uit het bloed wordt verwijderd’ 8.

Het VSD-project

De grootste verzameling pseudowetenschap in dit verband is wel de Vaccine Safety Database (VSD) die als bron heeft gediend voor het recentste onderzoek naar thimerosal in het New England Journal en voor de vijf grootschalige bevolkingsonderzoeken waaruit is gebleken dat deze stof niet gevaarlijk is voor kinderen. Tevens vormt hij de basis voor het rapport van de US Institute of Medicine in 2004 dat een mogelijk verband tussen thimerosal en autisme bestrijdt. Deze database is de bron voor meer dan 75 wetenschappelijke artikelen die alle geen verband hebben gevonden tussen thimerosal en autisme.

Het VSD-project is een samenwerking tussen de vaccinatieafdeling van de CDC’s en acht grote Managed Care Organizations (MCO’s). Het project wordt in 1990 gelanceerd om de veiligheid van vaccinatie te bewaken en gegevens te verzamelen over vaccinaties, inclusief medische status. In de VSD worden gegevens verzameld over de soorten en aantallen vaccinaties, en de soort consultaties en medische uitkomsten, inclusief spoedeisende hulp, en geboorte- en bevolkingsgetallen. De meeste kinderen in de database wonen in Californië, waar de managed care min of meer is ontstaan.

Eind 2006 geeft een adviesraad voor het Amerikaanse National Institute of Health (NIH), onder leiding van zijn directeur dr. Elias A. Zerhouni, een verklaring uit die voor de regering is bestemd. Het is een reactie op een vraag van een groep senatoren die willen weten of de VSD betrouwbaar is als bron om autismecijfers onder kinderen te vergelijken vóór, tijdens en na de geleidelijke verwijdering van thimerosal uit de Amerikaanse vaccins sinds 2000. Het antwoord van de NIH is dat de database niet betrouwbaar is als bron, omdat hij veel ‘zwakke punten’ en andere ‘tekortkomingen’ heeft. Een analyse op basis van deze database zal ‘niet informatief’ en zelfs ‘misleidend’ blijken.

Ten eerste zijn ongeveer 25 procent van alle kinderen die zijn geboren ten tijde van de VSD, niet opgenomen. Ten tweede bevat de database geen informatie over mogelijke geneesmiddelen met thimerosal die aan de moeders gegeven zouden kunnen zijn, en ten derde is er evenmin informatie over het cumulatieve (opgestapelde) gehalte aan kwik die mensen opgedaan kunnen hebben door blootstelling aan andere bronnen van kwik. Er kan dus geen totale kwikbelasting opgemaakt worden. De adviesraad uit zijn zorg over de methode waarmee autisme wordt gediagnosticeerd en de mate van precisie waarmee die wordt vastgelegd. Deze en andere problemen zullen zeker leiden tot een ‘ondermeting’ van het werkelijke aantal gevallen van autisme.

Niet-rapportage kan inderdaad een factor zijn die meespeelt. Zoals David Kirby in zijn boek zegt, komt autisme in de VSD bij 11,5 op de 10.000 kinderen voor voordat thimerosal uit vaccins is gehaald, terwijl er in Californië in werkelijkheid 30 tot 40 op de 10.000 kinderen autisme hebben, bijna vier keer zo hoog. De adviesraad van de NIH zou alle lof moeten krijgen voor dit zeldzame geval van klokkenluiden door een overheidsinstantie, maar krijgt die niet. De CDC’s, die de database hebben opgezet en ontworpen, hebben alles op alles gezet om ervoor te zorgen dat deze gegevens niet openbaar worden nadat het verband met autisme voor het eerst is onthuld. De database voldoet zolang deze geen bewijzen bevat die tegen vaccinatie pleiten.

Of de overheid of de medische stand nu vuil spel spelen of niet, doet niet meer terzake. De bevindingen van het Vaccine Court hebben grote gevolgen. Het hof vindt het van geen belang waardoor autisme precies is ontstaan: door thimerosal, BMR of de combinatie van negen vaccins tegelijk. Het kiest de benadering van het gezond verstand: als een gezond kind overreden wordt door een bestuurder die doorrijdt en het kind is daarna invalide, is het redelijk aan te nemen dat de auto de schade heeft veroorzaakt, ook al wordt nooit duidelijk wie de bestuurder was.

Het effect van deze uitspraak van het hof gaat veel verder dan de BMR-prik of een conserveermiddel. De autismecijfers in Amerika zijn sterk gedaald nu thimerosal uit de vaccins is gehaald, maar nog steeds zijn de aantallen veel hoger dan generaties geleden. Gezien de grote commerciële, politieke en juridische implicaties van enig bewijs dat de vaccins inderdaad verantwoordelijk zijn voor deze epidemie onder een hele generatie kinderen, zal waarschijnlijk geen wetenschapper zich wagen aan een onderzoek naar andere boosdoeners.

Toch heeft dit oordeel van het hof gelukkig een simpele waarheid bevestigd waar het gezond verstand al aan dacht. Er is een juridisch precedent geschapen: er is gerede twijfel of het wel veilig is kinderen met vreemde eiwitten en mogelijke gifstoffen in te spuiten zonder vooraf al te veel onderzoek te doen.

BRONNEN:

1 N Engl J Med, 2007; 357: 1275-1279
2 Arch Dis Child, 5 februari 2008; doi: 10.1136/adc.2007.122937
3 Histopathology, 2007; 50: 380-384
4 N Engl J Med, 2007; 357: 1281-1292
5 N Engl J Med, 2008; 358: 93-94
6 St Martin’s Press, 2005
7 J Child Neurol, 2004; 19: 431-434
8 J Child Neurol, 2007; 22: 1308-1311


Wat was er eerst: vaccin of celschade?

De arts van het meisje in het proefproces concludeerde dat ze tekenen van een ‘mitochondriële stoornis’ vertoonde, waardoor ze vatbaarder was voor autisme. Het hof concludeerde dat deze latente genetische aanleg door de vaccins tot een ziekte uitgroeide. Maar wat was er nu eerst? Bestond de oxidatieve schade reeds in het kind of is die ontstaan door de vaccinatie? De voorstanders van de oxidatieve theorie voeren aan dat, aangezien autisme in de familie zit, de genen die bij autisme betrokken zijn wellicht de genen zijn die ook van belang zijn voor de functie van de mitochondriën.

Mitochondriën zijn de minuscule energiefabriekjes van de cel, die de cellen van energie voorzien zodat ze hun celtaken kunnen uitvoeren. In het proefproces getuigden artsen dat de cellen van het meisje hun energie niet goed omzetten. Maar uit een onderzoek met 159 autismepatiënten bleek dat bij bijna de helft van hen de energiestofwisseling in de cellen abnormaal was. Dat zou dus een onderdeel van autisme kunnen zijn, aangezien het centrale zenuwstelsel zeer afhankelijk is van de mitochondriële functie. Het kan ook te maken hebben met draadloze straling die de cel afsluit waardoor hij geen kwik en andere zware metalen meer kan uitscheiden. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de capaciteit om zware metalen uit te scheiden bij mensen met autisme is verminderd.


Is dit wetenschap?

Alle grote onderzoeken die beweren het verband van vaccinatie met autisme te hebben weerlegd, blijken onvoldoende te zijn. Via de Amerikaanse wet over de vrijheid van informatie hebben verschillende partijen bewijzen verzameld, waaruit zelfs blijkt dat de CDC’s een grote wereldwijde beweging aanvoeren op zoek naar onderzoeken die het verband met thimerosal teniet kunnen doen.
• Deense onderzoekers zijn verantwoordelijk voor vier onderzoeken die bijna gelijktijdig verschijnen, waarvan er drie geen verband aantonen tussen autisme en thimerosal1,2,3. De CDC promoot hen als onderzoekers met wie anderen goed kunnen samenwerken omdat ze de beste gegevens hebben (zie www.putchildrenfirst.org/media/4.16.pdf). Maar de Deense methoden om gegevens over autisme bij te houden zijn zo vaak veranderd dat ze wellicht ongemerkt het werkelijke aantal kinderen met autisme hebben verlaagd. De poliklinieken, waar de meeste gevallen van autisme worden gediagnosticeerd, worden pas in de laatste paar jaren van het dertig jaar durende onderzoek toegevoegd, waardoor het lijkt alsof autisme toeneemt nadat thimerosal uit de vaccins is gehaald.
• Zweden beperkt zijn onderzoek tot enkel de gevallen van autisme die in ziekenhuizen gediagnosticeerd zijn, wat leidt tot een onderrapportage van de werkelijke cijfers3.
• Groot-Brittannië publiceert een onderzoek op basis van gegevens over meer dan 14.000 kinderen in de regio Avon, en komt zelfs met de conclusie dat kwik juist goed is voor kinderen en een ‘voordelig’ effect heeft4. Bij een ander Brits onderzoek met als doel aan te tonen dat er geen verband is tussen BMR en darmproblemen, wordt de analyse beperkt tot spoedopnames in ziekenhuizen5. Zoals advocaat Clifford Miller schrijft: ‘de kans dat … een van deze kinderen bij een spoedopname gediagnosticeerd zou worden, is kleiner dan de kans op een ietwat kleine sneeuwvlok in een ietwat veel groter hellevuur.’

BRONNEN:

1JAMA, 2003; 290: 1763-1766
2Pediatrics, 2003; 112: 604-606
3Am J Prev Med, 2003; 25: 101-106
4Pediatrics, 2004; 114: 577-583
5BMJ, 2005; 330: 1120-1121


 Wat te doen bij symptomen

De jongste opvattingen over kinderen met autisme is dat het een multifactoriële aandoening is die te wijten is aan een combinatie van vaccinatie, blootstelling aan zware metalen en zelfs aan microgolven zoals die van mobiele telefoons. Karakteristieke symptomen zijn darmaandoeningen, problemen met ontgifting en vergiftiging met zware metalen. Hierna sommen we enkele manieren op waarmee u die symptomen onder controle kunt houden.
• Zorg dat uw kind goede supplementen krijgt van vitaminen, mineralen en essentiële vetzuren, inclusief mineraalsporen als zink en selenium.
• U kunt de gezondheid van de darmen verbeteren met probiotica en spijsverteringsenzymen.
• Geef uw kind een supplement met glutathion (een antioxidant) en producten die de opname daarvan versterken, omdat deze bij de ontgifting helpen. Kinderen die aan thimerosal zijn blootgesteld, hebben minder glutathion in de cellen1. Enkele bedrijven die deze producten leveren, vermelden in hun voorlichtingsmateriaal dat ze geen natrium-benzoaat mogen bevatten. Dan zorgen ze voor een betere uitscheiding van metalen en andere gifstoffen.
• Ondersteun de heropbouw van cellulaire barrières in de darmen door glycosaminoglycanen te gebruiken (bijvoorbeeld door een voedingssupplement met glucosamine en chondroïtine). Deze beschermende barrières van de darmen zijn vaak verstoord na blootstelling aan de BMR-prik of zware metalen.
• Cheleer zware metalen met natuurlijke supplementen of met homeopathische methoden. Een mogelijk supplement is zeoliet, een natuurlijk vulkanisch mineraal dat zware metalen wat zachtaardiger zou cheleren dan chemische stoffen als DMSA.
• Maak en houd uw huis vrij van straling van draadloze techniek en mobiele telefonie, en gebruik zoveel mogelijk apparatuur die zo weinig mogelijk straling afgeeft.

BRON:

1 NeuroToxicology, 2005; 26: 1-8

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...