24-04-2025

Nog beter is niet altijd beter

De stijging van de zorgkosten wordt vaak ten onrechte toegeschreven aan de vergrijzing. In 2024 bedroegen de zorgkosten voor de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg 99 miljard euro. Voor de Wet maatschappelijke ondersteuning overschrijden die kosten inmiddels ruim de 4 miljard euro. Deze stijging lijkt paradoxaal omdat mensen in de laatste decennia gezonder zijn geworden: de afgelopen twintig jaar is de levensverwachting met drie jaar toegenomen.

Door: Jo Caris

Jo Caris

De groei van de zorgkosten is voor 44% toe te schrijven aan demografische veranderingen, zoals vergrijzing plus toename van de bevolking. Er worden meer mensen oud, maar zij worden overwegend gezonder oud.

De meeste kosten worden gemaakt in het laatste levensjaar, ongeacht de leeftijd bij overlijden. Bij overlijden op latere leeftijd zijn deze kosten in het laatste levensjaar zelfs iets lager, maar omdat er meer levensjaren zijn, zijn de totale kosten door het ouder worden toch hoger.

Voor 56% is deze groei toe te schrijven aan andere factoren, zoals medisch technische ontwikkelingen en de hiermee samenhangende vraag naar zorg.

Gezondheid en kwaliteit van leven zijn relatief en niet in meetbare eenheden te omschrijven. Met steeds meer inspanning en tegen steeds hogere kosten worden steeds kleinere verbeteringen bereikt. Maar 100% kwaliteit bereiken we nooit.

Met de toename van de gezondheid, lijkt ook de wens naar nog meer gezondheid te stijgen. De stijgende kwaliteit van de gezondheidszorg maakt dit vaak mogelijk. Tegelijkertijd lijkt de eigen verantwoordelijkheid voor gezondheid af te nemen aangezien 60% van de Nederlanders overlijdt aan welvaartsziekten.

De wens naar nog meer gezondheid lijkt te stijgen

De zorgafhankelijkheid neemt toe. Het is voor zorgaanbieders en behandelaars niet (altijd) exact te bepalen wat in individuele gevallen de gewenste kwaliteit en omvang van zorg zou moeten zijn.

De hoge zorgkwaliteit staat bij algemene beschouwingen ter discussie, maar in individuele gevallen nauwelijks. Integendeel. Om onder-prestatie door te weinig en te weinig goede zorg te voorkomen, wordt eerder over-gepresteerd.

Gezondheid en kwaliteit van leven worden, behalve door de kwaliteit van de gezondheidszorg, bepaald door aanleg, leefstijl en toevallige omstandigheden. Wanneer de kwaliteit van de gezondheidszorg die van de andere factoren ver overtreft, is de hogere kwaliteit niet rendabel.

Heel goede gezondheidszorg draagt weinig of niet bij aan kwaliteit van leven als de andere factoren in kwaliteit ver achterblijven. Dat geldt ook voor onderdelen van het gehele zorgpakket.

De betekenis is gerelateerd aan de laagste prestatie van ieder onderdeel. Een beperkte diagnose wordt niet gecompenseerd door een uitstekende behandeling – of omgekeerd.

Als bijvoorbeeld een tweedehands auto (excuus voor de vergelijking) wordt voorzien van dure nieuwe stoelbekleding dan zal de waarde van deze auto niet evenredig stijgen met de extra kosten. In de gezondheidszorg is het niet anders.

Waarde is namelijk de som van de kwaliteiten gedeeld door de som van de kosten. Wanneer de kwaliteit van zorg met 10% toeneemt en de kosten hiervan met meer dan 10% toenemen, dan daalt de waarde. Zo is het betere de vijand van het goede. ●

Sturen op zorgdoelen

Onze gezondheidszorg hinkt op twee benen

 

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Jo Caris

Over de auteur

Prof.dr Jo Caris was ruim dertig jaar bestuurder in meerdere sectoren van de gezondheidszorg en twaalf jaar bijzonder hoogleraar aan de Tilburg university. Momeneel is hij belangenbehartiger en docent aan de Internationale school voor Wijsbegeerte

Lees meer artikelen van Jo Caris