Scherpzinnig, belezen en niet bang om tegen de stroom in te gaan. Frits Muskiet, emeritus-hoogleraar Pathofysiologie en Klinische Chemie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) bekijkt voeding, geneeskunde en regelgeving door een biochemische én (r)evolutionaire bril. In dit interview neemt hij kritisch stelling.
Door: Meis Thewissen
Muskiet erfde zijn liefde voor biologie van zijn Surinaamse grootvader. Muskiet: ‘Ons gezin woonde op Curaçao, maar mijn grootouders woonden in Paramaribo, Suriname. Daar gingen we als kind vaak in de zomer op vakantie. Ze hadden zo’n karakteristiek houten huis op palen op de oever van de Surinamerivier.
Onder dat huis hingen talloze poppen van vlinders. We stopten ze in jampotjes en opa schreef er de Latijnse namen op en welke kleuren de vlinders bij het uitkomen zouden hebben. Het klopte altijd. Zijn studeerkamer stond vol boeken en hij liet mijn broer en mij meegenieten van zijn enorme kennis van de natuur.
Mijn opa promoveerde summa cum laude aan de universiteit van Utrecht op wat later bekendheid kreeg als het ‘Warburg-effect’ – de observatie dat de meeste vormen van kanker energie opwekken via aerobe glycolyse en melkzuurfermentatie gebruiken, in plaats van de mechanismen die gezonde cellen gebruiken.¹’
Het zou zomaar kunnen dat Muskiet niet alleen zijn liefde voor biologie van zijn grootvader erfde, maar ook zijn motivatie om kritisch en scherp te blijven op voeding, gezondheid en de geneeskunde. Zo ontwikkelde zijn opa een machine voor de verwerking van de ruwe rijst (de ‘padi’) tot een eetbaar product.
Zijn procedé maakte de rijst beter houdbaar met een grotere opbrengst en met behoud van vitamine B1 door middel van ‘stomen’ in plaats van het tot dan toe veel gebruikte ‘polijsten’ van de rijstkorrel. Bij ‘polijsten’ wordt het zilvervliesje verwijderd en daarmee gaat ook de vitamine B1 verloren.
Ernstig vitamine B1-tekort, ook wel ‘beriberi’ genoemd, kwam in die tijd veel voor. Hij stak veel energie en kapitaal in het bouwen van een prototype. Het vitamine B1-gehalte bleek inderdaad intact gebleven en er waren ook vele andere voordelen.
Het wereldwijd patent stond op zijn naam, maar werd gekraakt door de Amerikaanse Uncle Ben. Van zo’n gigant kon een enigszins naïeve kamergeleerde het nooit winnen. Ze kraakten het patent en het prototype belandde op de schroothoop.
‘Wat mij betreft heeft dit sterke analogieën met de voedingsindustrie van nu. Bewerkt voedsel dat we in de supermarkt kunnen kopen, draait om drie uitgangspunten: houdbaarheid, gemak en verslaving. Dat verkoopt.’
Gezondheid
De levenswijsheid van Muskiet luidt: ons lichaam kan het tempo van onze eigen beschaving niet meer bijbenen. Of anders gezegd: wat ons niet doodt, maakt ons sterker. Dat is ook de titel van een bundel van zijn columns, uitgegeven door de Moermanvereniging. Volgens Muskiet zitten we midden in een ‘evolutionaire mismatch’.
‘Wij hebben als soort, met een generatietijd van 25 jaar, veel langer nodig om ons aan te passen aan een veranderende leefomgeving dan bijvoorbeeld een bacterie, die zich in twintig minuten kan delen in een moeder- en dochtercel.
Wij mensen kunnen ons in onvoldoende mate aanpassen aan onze zelfgecreëerde leefomstandigheden, we kunnen onze eigen veranderingen niet bijbenen. Kijk naar de cijfers van obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten en de explosie van neurodegeneratieve ziektes.
We zitten midden in een evolutionaire mismatch
Gezondheid is volgens Darwin ‘adaptation to the conditions of existence’. Niet ‘survival of the fittest‘, al bedoelde hij daarmee hetzelfde. De definitie van gezondheid die arts Machteld Huber in 2011 introduceerde sluit daar goed op aan.
Zij stelt dat gezondheid niet de afwezigheid is van ziekte, maar het vermogen om met de uitdagingen van het leven om te kunnen gaan. Het mooie is dat je met haar definitie ook de dood begrijpt, want dat is het ultieme onvermogen om je te aan te passen. Dit gedachtegoed komt uit de evolutionaire geneeskunde.’
Tekst gaat verder onder de foto.

Over voedingsnormen
De richtlijnen voor onze gezondheid zijn een stokpaardje van Muskiet. Ze liggen vast in voedingsnormen, NHG-standaarden en aanbevolen dagelijkse hoeveelheden en worden bepaald door onder andere de Gezondheidsraad, het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en specialistenverenigingen.
‘Hun benadering is, naar hun zeggen, gebaseerd op de objectieve literatuur. Ze moeten ‘evidence based’ zijn. Dat begrip is vooral in Nederland volledig doorgeschoten. Het lijkt alsof je je gezond verstand niet meer mag gebruiken: het enige dat telt, zijn de uitkomsten van gerandomiseerd onderzoek, waarbij de meeste stemmen gelden.
Voor zijn dood heeft de bedenker van Evidence Based Medicine, David Sackett, een stuk gepubliceerd met de boodschap dat het precies is geworden wat hij níét wilde dat het was. Biologie is niet lineair, en mensen zijn geen gemiddelden uit een meta-analyse.’
Muskiet heeft een andere benadering: ‘De grondlegger van de evolutionaire geneeskunde zei: “Nothing in biology makes sense except in the light of evolution.” Die uitspraak daagt je uit om na te denken over wie we als homo sapiens zijn en uit welk ecosysteem we zijn voortgekomen.
Wat was daar te eten en wat was in die omgeving ons gedrag? We aten geen vitamine C, maar een vrucht van lokale bodem. De omgeving is het gegeven waaraan we adapteren. Verander je de omgeving te snel, sneller dan het aanpassingsvermogen, dan ontstaan er ziektes, ook die welke tot de dood leiden. Meer dan 85% van onze ziektes ontstaan vanwege een ongezonde omgeving.’
Volgens Muskiet zijn veel richtlijnen en voedingsadviezen politiek gefundeerd. ‘Ze zijn afkomstig van elite groepjes die vasthouden aan hun eigen gelijk. Het is toch sneu als je na jaren onderzoek waarop je autoriteit is gebaseerd, moet toegeven dat je het aan het verkeerde eind hebt?
Zo werd het overheidsbeleid qua voeding vooral gericht op het verminderen van verzadigd vet en zout en regeert cholesterol onder leiding van Big Pharma volop in de geneeskunde. Er is geen deugdelijk bewijs voor het verminderen van verzadigd vet en zout door de werkelijk gezonde bevolking.
Evolutionaire of Darwinistische geneeskunde probeert te verklaren waarom ons lichaam vatbaar is voor bepaalde ziekten, door te kijken naar de evolutionaire oorsprong ervan. Het combineert inzichten uit de evolutietheorie met medische wetenschap. De kernideeën van de evolutionaire geneeskunde zijn:
- Ziekte als evolutionair bijproduct Niet alle ziekten zijn ‘fouten’ in het lichaam, sommige zijn het gevolg van compromissen die tijdens de evolutie zijn ontstaan. Rugklachten kunnen bijvoorbeeld voortkomen uit de overgang van een viervoetige naar onze rechtoplopende houding.
- Mismatch-theorie (omgevingsmismatch) Veel moderne ziekten ontstaan doordat ons lichaam is aangepast aan een ander leefmilieu dan waarin we nu leven. Obesitas en diabetes type 2 komen bijvoorbeeld vaker voor, omdat we nu een overvloed aan voedsel hebben, terwijl ons lichaam is ingesteld op schaarste.
- Afweermechanismen als adaptaties Symptomen zoals koorts, hoesten of misselijkheid zijn vaak geen tekenen van een defect, maar verdedigingsmechanismen die ons lichaam beschermen.
- Ziekteverwekkers evolueren mee Bacteriën en virussen evolueren ook. Meer begrip van hun evolutie helpt bij het ontwikkelen van betere behandelstrategieën, bijvoorbeeld bij antibioticaresistentie.
- Focus op voortplanting, niet ouderdom Evolutie selecteert op voortplantingssucces, niet op gezondheid op hoge leeftijd. Dit verklaart waarom genetische variaties die op latere leeftijd ziekten veroorzaken, zoals kanker of alzheimer, blijven voortbestaan.
We eten momenteel 3500 mg natrium per dag en gezonde nieren kunnen dat in zo’n negen minuten uitscheiden. Dat doe je echter niet als je te weinig kalium eet of lijdt aan het metabool syndroom. Verzadigd vet moest naar onverzadigd vet en nu zitten we barstens vol met linolzuur uit zonnebloemen dat onze omega-3 status vernielt. Die EPA en DHA moeten we halen uit vis, maar daarvan is de aanbeveling in Nederland vijf keer lager dan in Spanje. Voor mensen met overgewicht en het metabool syndroom is het verstandig om geen verzadigd vet te eten en minder zout. Voedingsaanbevelingen van de overheid zijn bedoeld voor de gezonde bevolking. Is dik zijn onze standaard geworden?’
Tekst gaat verder onder de foto.

Paleo
Naast zijn kritische houding over de manier waarop standaarden, voedingsrichtlijnen en protocollen tot stand komen, staat Muskiet vooral bekend om zijn pleidooi voor een evolutionaire benadering van voeding, vaak omschreven als paleolithische voeding of het oerdieet.
Hij benadrukt dat de moderne mens genetisch gezien nagenoeg gelijk is aan de jager-verzamelaar van tienduizenden jaren geleden. Onze voedingssamenstelling en leefstijl zijn echter drastisch veranderd sinds de landbouwrevolutie zo’n 10.000 jaar geleden.
Veel van onze huidige chronische ziekten, zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, neurodegeneratieve ziektes en bepaalde vormen van kanker, zijn het gevolg van een slecht huwelijk tussen onze genetische aanleg en onze hedendaagse leefstijl.
Gezondheid is niet de afwezigheid van ziekte, maar het vermogen tot aanpassing
‘Paleo is intussen gekaapt door personen die er wat mee hopen te verdienen, onder andere via de verkoop van supplementen’, vertelt Muskiet. ‘Het gaat echter om een concept dat wetenschappelijk de voedingssamenstelling van onze voorvaders reconstrueert. Het doel is om onze gezondheid terug te brengen naar die van onze voorouders.
De reden dat wij tegenwoordig langer leven is vooral vanwege het uitbannen van infectieziektes, door schoon drinkwater, vaccinaties, minder hongersnoden en de vermindering van geweld. Maar ja, het is even een beetje anders denken en dat gaat ook veel wetenschappers niet gemakkelijk af. Iedere waarheid gaat door drie fases: eerst ridiculiseren, dan bestrijden en dan is het vanzelfsprekend.’
Tachtig is prachtig
Muskiet baseert zijn opvattingen niet alleen op zijn vakgebied maar kijkt holistisch: ook aanpalende wetenschappen zoals geofysica, genetica, pathologie, botanie en vooral de pathofysiologie komen aan bod.
‘Dat veel gehoorde opvattingen over voedingsnormen, zoals aanbevolen hoeveelheden voor vitamines en mineralen, niet kloppen, heeft te maken met het feit dat weinigen de moeite nemen om de achtergrond van deze aanbevelingen te bekijken. Je kunt ze zo van het internet downloaden, maar het is gemakkelijker om elkaar na te praten.’
Zo concludeert hij dat de huidige ondergrens voor vitamine D-spiegels (50 nmol/L) te laag is. Hij pleit voor een hogere streefwaarde van minimaal 80 nmol/L, onder het motto: 80 is prachtig! ‘Vitamine D is niet alleen belangrijk voor botgezondheid, maar speelt ook een rol bij de preventie van hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, infecties en auto-immuunziektes zoals multipele sclerose en reumatoïde artritis.
De vitamine D-receptor speelt een belangrijke rol in ons immuunsysteem. Vitamine D beïnvloedt de expressie van ongeveer 3% van onze genen, wat wijst op een nog veel bredere impact op de gezondheid.’
Volgens hem zijn voor het opstellen van de voedingsnormen vele publicaties die dagelijks verschijnen over de niet-klassieke functies van vitamine D, collectief genegeerd.
Muskiet besluit: ‘Het opstellen van normen voor onze gezondheid is onderhevig aan een verkeerde opvatting van wat een bewijs moet heten in de voedingswetenschap, aan persoonlijke opvattingen, aan wetenschappelijke eerzucht en aan wat haalbaar zou zijn voor de bevolking.’ ●
