Eigen ervaringen vormden de aanleiding voor Hoor mij, het boek van onderzoeksjournalist Judith van Ruiten over ‘weggeraakte’ traumatische herinneringen. Daar is op zichzelf niets bijzonders aan, want dit geldt voor heel veel literatuur over psychisch leed. Mensen voelen een sterke behoefte om te delen wat hen is overkomen. Ze hebben een begrijpelijk verlangen gehoord en gezien te worden, (h)erkend te worden als iemand die iets heel ingrijpends heeft meegemaakt.
Door: Bram Bakker

Bram Bakker
Voor de schrijfster van dit boek ligt dat anders. Het gaat haar niet om de aandacht voor haar persoonlijk, maar om het onderwerp. Haar ambitie was eerst en vooral om de hervonden herinneringen op een goede manier op de agenda te krijgen.
Dat zij zelf ooit niet werd geloofd toen ze aangifte deed van hervonden misbruik was misschien een eerste aanzet tot haar boek, maar Hoor mij is alles behalve het zoveelste egodocument.
‘Weggeraakte’ traumatische herinneringen zijn een mediageniek onderwerp, waarbij steeds weer de vraag wordt gesteld of gebeurtenissen die je vergeten bent op een dag ineens toch weer op kunnen duiken. Jarenlang werden de mensen die hierin geloofden getypeerd als ‘believers’. En zo zijn er natuurlijk ook ‘non-believers’.
Het debat hierover verliep vaak heftig, en vanuit mijn optiek ook weinig genuanceerd. De Vlaamse schrijfster Griet Op de Beeck kreeg er bijvoorbeeld flink van langs toen ze op tv vertelde over misbruik door haar vader waarvan zij zich pas later bewust was geworden. De vader was inmiddels overleden en de non-believers spraken schande over de bewering, omdat er geen hard bewijs was.
Triest dat dit boek nodig is
En daar gaat het mis: de non-believers kijken bijna altijd door een juridische bril. Niet-bewezen is dan ongeveer synoniem met niet-gebeurd. Zoals er ook mensen zijn die denken dat een therapie die niet evidence-based is per definitie als onwerkzaam moet worden beschouwd. Mijn hoop is toch dat er steeds meer mensen minder kort door de bocht gaan…
Ik ben dan ook een believer, al voordat ik zelf een aantal ingrijpende gebeurtenissen uit mijn jeugd herontdekte. Dat gebeurde ook nog tijdens een ‘truffelceremonie’, door wetenschappers ook vaak weggezet als een vage manier om het onbewuste te verkennen.
Maar: ik hoef helemaal geen bewijs voor wat ik gezien heb tijdens mijn trip. Waarom niet? Omdat het mij veel heeft gebracht, en ik helemaal geen behoefte heb om de mensen die ooit over mijn grenzen gingen op te sporen en/of voor het gerecht te slepen.
De gemoedsrust die ik dank aan het hervinden van een aantal traumatische ervaringen hoeft niet bewezen te worden, wat ik voel is van mij. Om oordelen van anderen zit ik niet verlegen.
Maar kennis helpt wel. Van Ruiten sprak naast slachtoffers ook therapeuten en geheugenexperts en dat maakt haar boek zo waardevol. De quote van hoogleraar psychotraumatologie Eric Vermetten vat alles samen: ‘Het is triest dat dit boek nodig is.’
