30-01-2024

In gesprek met Bram Bakker

Onze vaste columnist Bram Bakker is ex-psychiater en verslavingsdeskundige. Journalist Mira Kers, die zelf ervaring heeft met kanker, voert met hem een openhartig gesprek. Over het ontbrekende hart in de zorg en waarom het zo belangrijk is dat een arts zich soms van zijn of haar menselijke kant laat zien aan een patiënt. En dat vragen stellen beter is dan antwoorden ‘verzinnen’.

In 2018 kreeg Bram Bakker cerebellaire ataxie, een verstoring van zijn evenwichtsorgaan. Hiervan ondervindt hij nog steeds gevolgen. Over zijn ervaringen als zieke dokter schreef hij het boek De dokter als patiënt. Toen hij ziek was, merkte hij dat de specialisten die hem behandelden, niet precies wisten wat het beste voor hem was. Dat lieten ze alleen niet merken, ze deden alsof ze het wél wisten. Het bracht hem het besef dat dat is wat je leert als je geneeskunde studeert. Bram: ‘We leren te geloven dat wij de antwoorden hebben. Maar dankzij mijn eigen ziekte kwam ik erachter dat artsen echt niet alles weten. Ze worden getraind in het verzinnen van antwoorden. Er heerst een cultuur van “Doe maar wat wij zeggen, dan komt het wel goed.” Nou, niet altijd dus.’

Deze periode van ziekte hielp Bram ook om zich te realiseren dat hij een control freak was over zijn eigen leven, en over zijn ervaringen. Hij zegt daarover: ‘Ik dacht echt dat ik die controle had, want ook dat was me geleerd als zorgprofessional.’ En hij ervoer vooral ook hoe vervelend het is als er weinig menselijkheid is in het contact tussen arts en patiënt. Hij ontdekte hoe erg hij het vindt dat het hart in de zorg ontbreekt.

Gedeelde ervaring

Toen Bram zich er zo bewust van werd dat hij geen controle heeft over wat gebeurt, kwam hij dichter bij zijn besluit om in 2021 zijn dokterstitel aan de wilgen te hangen. ‘Ik had ontdekt dat het erom gaat dat je vragen stelt. De mensen die nu bij mij komen, weten hoe ik erin sta. Het is een bepaald type mens dat me weet te vinden. Ze weten dat ik niet met pillen zal aankomen. Dat ik niet in cognitieve therapie geloof. En dat ik soms iets deel uit mijn eigen leven. Om te helpen, of te inspireren. Om de gedeelde menselijke ervaring te benadrukken.’ Bram vindt het fijn werken zo, en het maakt de kans op tevreden klanten groter. Patiënten heten bij hem gewoon klanten. Soms raken hun verhalen hem zo dat die hem niet loslaten. ‘Dat is voor mij het signaal dat ik er zelf mee ‘aan het werk’ moet. Dat er iets uit mijn verleden is dat mijn aandacht vraagt. Als ik niet luister naar die trigger, kan ik mijn klant niet de beste hulp bieden. En, niet minder belangrijk, dan kan ik ook niet goed voor mezelf zorgen.’

Menselijke kant

Bram noemt het een ingewikkelde paradox in de zorg: ‘Hulpverleners wordt geleerd om niet (te veel) te voelen. De pijn van de ander van je af laten glijden is de norm. En als dat niet lukt, worden er vragen gesteld over de arts. Terwijl, als je het zou vragen aan een leek zonder diploma’s, dan zou die zeggen dat het juist fijn is als de arts zich soms van zijn of haar menselijke kant laat zien.’

Ik geef Bram als voorbeeld dat toen ik zelf een psycholoog sprak om met mijn tweede kankerdiagnose om te gaan, ik haar vroeg naar haar eigen ervaringen met kanker. Ze reageerde heel stellig en zei dat het niet over haar ging maar over mij, en dat ze daar niets over zou zeggen. Als ik dit verhaal aan Bram vertel, komt de psychiater in hem naar boven en zegt hij dat het juist klinkt alsof zij een nauwe ervaring heeft met kanker. Met een geliefd persoon of zelf. En dat het jammer is dat ze dat niet deelt.

‘Gezonde afstand’

Wij zijn allemaal gewend aan een bepaalde afstand tussen arts en patiënt. Dat wordt professionele distantie genoemd. Juist die ‘gezonde afstand’ werkt volgens Bram niet. ‘Het gebeurt met enige regelmaat dat artsen onvoldoende bij het verhaal van een patiënt kunnen blijven omdat het ze persoonlijk te veel raakt.’

Dit laatste kan resulteren in het stellen van een verkeerde diagnose. Dat is waarom Bram stellig durft te zeggen dat het voor een arts belangrijker is om te luisteren naar iemands vragen dan om antwoorden te geven. ‘Als iemand bij mij komt met een relatieprobleem, en ik zeg “Ik ben ook niet zo goed in relaties”, dan menen sommige mensen dat ik die klant gebruik om mijn relatieprobleem op te lossen. Dat is natuurlijk niet zo. Ik ben professioneel genoeg om te weten dat het op dat moment over de klant gaat. Maar het is heel goed mogelijk dat iemand wel iets heeft aan mijn eigen ervaring. We zijn allemaal mensen.’

 

Het is belangrijker om te luisteren naar iemands vragen dan om antwoorden te geven

Hoognodig onderhoud

‘Er rust een taboe op als een arts meevoelt met zijn patiënten. Dat zou niet moeten. Dat is precies waar mijn laatste boek Gevoelige Zielen over gaat: de mens achter de hulpverlener. Je ontkomt er niet aan om dat deel van jezelf aandacht te geven. Want als je zelf niet in staat of bereid bent je eigen proces aan te gaan, hoe kun je dan je klanten helpen?’ Bram vindt dan ook dat iedere zorgprofessional zelfzorg moet agenderen. Dus gaat hij nu al jaren één keer in de maand naar therapie. ‘Ik moet een uur rijden met de auto om naar mijn therapeut te gaan. De sessie duurt anderhalf uur en daarna rijd ik ook weer een uur terug. Zo heb ik elke maand op een maandagochtend drieënhalf uur me-time. En dan merk ik hoe goed het is om op die manier even tijd aan mezelf te besteden. Het is jezelf even grondig wassen, hoognodig onderhoud. Dat helpt gewoon om je goed te voelen. Net als met lezen, heerlijk vind ik dat. Als ik dat even niet gedaan heb, merk ik het.’

Signalen herkennen

Mensen moeten natuurlijk bij zichzelf gaan herkennen wat hun triggers zijn, en daarnaar gaan luisteren. ‘Maar om een voorbeeld te geven uit mijn eigen leven: ik weet dat het mij niet goed gaat als ik minder goed slaap. Als ik het druk heb, word ik vroeg wakker en dan kan ik niet meer slapen. Misschien is het een lastig telefoontje waarvan ik wakker lig, of iets anders. Het kunnen best onbenullige dingen zijn. Als ik dat merk, schroef ik mijn bezigheden terug en besteed ik aandacht aan mezelf. Er zijn veel mensen die zulke signalen niet opmerken of herkennen. Als dat zo is, ga je gewoon door en als je dat lang genoeg volhoudt, raak je vanzelf burn-out, of je cerebellum weigert dienst.’

Mateloosheid

Deze winter staat Bram met zijn zoon Fimme in het theater met de voorstelling ‘Ben je bezopen?’. Die gaat over de verslaving van Fimme. En, spoiler, ook over de verslaving van Bram. Hij zegt dat hij deze voorstelling nodig had om zijn eigen mateloosheid bloot te leggen. ‘Ik ben jarenlang een enorme workaholic geweest, ik sportte tot ver voorbij de grenzen van het gezonde en had een grenzeloze behoefte aan aandacht, om gezien te worden. Onze verslavingen zijn heel verschillend; mijn zoon was van de drank en de drugs, en ik niet. Maar dat mateloze is vergelijkbaar.’

Bram heeft tijdens zijn artsopleiding geleerd dat ‘de verslaafde’ een andersoortig mens was. ‘De gedaante waarin verslaving zich uit is verschillend, maar bij mij én Fimme is het oude shit die de kop opsteekt. Bij mij kleurde de oorlog het leven van mijn vader en zijn gezin van herkomst. Hij zou een andere man zijn geweest als hij niet als kind in een kamp had gezeten. En daardoor werd hij een andere vader dan hij had kunnen zijn. En ik een ander kind.’

Domme pech

Bram is gaan zien dat iedere verslaafde een tweedegeneratieslachtoffer is. ‘We zijn allemaal producten van het ingewikkelde leven van onze ouders. We moeten niet te veel oordelen over de generaties voor ons. Er worden vaak genetische verklaringen bedacht voor ziekten en aandoeningen. En dan wordt er gezegd dat het domme pech is. Dat wil ik niet, dat de wereld een plek is waar we de dingen verklaren met: “Het is pech”.’

De verslavingen van zijn zoon noemt Bram ongelooflijk leerzaam. ‘Hierdoor kwam ik bij de vraag wat mijn geschiedenis daarin heeft betekend. Tijdens het maken van onze theatervoorstelling ‘Ben je bezopen?’ bleef vrijwel niets onbesproken. Fimmes verhaal is anders dan mijn verhaal. En de rol die ik in zijn verhaal speel, is anders dan de rol die hij in mijn verhaal speelt. Het heeft mij heel veel opgeleverd. Het is bijzonder dat wij nu samen in het theater staan. Deze vader-zoonthema’s hadden we anders misschien niet besproken.’

Geen schuldvraag

Bram benadrukt dat het doorgeven van oud zeer niets met schuld te maken heeft. ‘Het gaat nooit over schuld. Het gaat over verantwoordelijkheid nemen, erkennen dat je altijd een aandeel hebt in de loop der dingen.’ Bram hoeft niet te strijden over de mate waarin hij wel of niet schuldig is. Hij wil erkennen dat hij iets heeft bijgedragen aan het ontstaan van zijn zoons verslaving. ‘Door mijn beperkte emotionele beschikbaarheid veroorzaakte ik pijn bij het kleine ventje Fimme. Die pijn, en ongetwijfeld ook andere pijnen, probeerde hij te verdoven met drugs.’

Maar dat betekent dus niet dat Bram schuldig is. ‘We leven in een tijd waarin mensen kenbaar maken dat hun grenzen worden overschreden. Dat is heel erg goed en belangrijk. Die mensen moeten vervolgens niet alleen een slachtofferrol krijgen. Want daar zijn ze niet mee geholpen. Dat is psychologisch heel ongunstig. Het is toch helemaal niet lekker om je slachtoffer te voelen?’

Dader én slachtoffer

Bram is optimistisch en voorspelt dat de volgende fase van iemands ‘slachtofferschap’ zal gaan over de vraag: ‘Hoe heeft het kunnen gebeuren dat ik het slachtoffer was?’ Daarbij gaat het hem wederom om het durven stellen van die vragen, niet om het antwoord. In deze tweede fase van slachtofferschap bevindt Bram zich momenteel zelf ook. Toen hij 14 was, is hij misbruikt door een oudere vrouw. Hij schreef erover in zijn boeken. En hij wil weg van het verhaal dat hij zo zielig is.

‘De vraag zou moeten zijn: “Waarom koos zij mij uit?” Ik denk dat het te maken heeft met mijn voorgeschiedenis’, aldus Bram. ‘Er was al iets kwetsbaars in mij. Daarover nadenken, geeft meer kracht dan de slachtofferrol pakken. Ik denk dat het ons uiteindelijk allemaal verder helpt. Want iedere dader is per definitie ook een slachtoffer. Hurt people hurt people, zoals dat zo pijnlijk mooi klinkt in het Engels. Ofwel: gewonde mensen verwonden andere mensen.’

Betere zelfzorg

Aan het eind van ons gesprek zegt Bram dat er nog veel te leren is: ‘Ik zie het overal, in mijn praktijk, bij vrienden of bij andere mensen die ik spreek: pijn, dingen die niet worden geuit, maken iemand na korte of langere tijd ziek. Dat gaat niet over schuld, het is een oorzaak. Als je niet kijkt naar je pijn, geef je deze door aan de volgende generatie. Gewonde mensen verwonden andere mensen. Ik hoop dat we daarvan kunnen gaan afstappen. Laten we beter voor onszelf gaan zorgen.’

Meer informatie: brambakker.com

Alle boeken van Bram Bakker zijn verkrijgbaar via onze webshop: medischdossier.org/shop

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere artikelen van Mira Kers

No results found.

Spierherstel het hele bewegen telt

Bij botbreuken ligt de focus vaak op herstel van het gewricht, zonder aandacht voor spierkrachtverlies. Maar als je noodgedwongen niet kunt bewegen, neemt de spiermassa razendsnel af. Gevolg: onnodig lang revalideren. Daar weet fervent hardloper Heidy van Beurden...

Vroeg kinderlijk trauma

Jaarlijks zijn 118.000 kinderen tot 18 jaar slachtoffer van vroegkinderlijk trauma. Het werkelijke aantal ligt veel en veel hoger. Veel gevallen blijven ongezien, onopgemerkt en onbehandeld. Met alle negatieve effecten van dien. Vooral trauma dat in de eerste zeven...

Uitgelezen: De helende kracht van de adem

Mijn boek De helende kracht van de adem biedt een grote verscheidenheid aan eenvoudige, directe en diepgaande oefeningen met de adem (Sanskriet: prana, Tibetaans: lung). Deze oefeningen kunnen het welzijn van lichaam, energie en geest op verschillende niveaus...

Mira Kers avatar

Over de auteur

Lees meer artikelen van Mira Kers