Bron van chronische welvaartsziekten

Insulineresistentie en ontstekingen

Bron van chronische welvaartsziekten

Cindy de Waard

Insulineresistentie is een sluipende aandoening die niet alleen aan de basis ligt van diabetes type 2, maar die ook leidt tot hart- en vaatziekten en leververvetting. Hoewel dit vaak wordt geassocieerd met overgewicht, kunnen ook slanke mensen insulineresistent zijn. Het goede nieuws is dat deze aandoening kan worden aangepakt.

Insulineresistentie is een aandoening waarbij de cellen in het lichaam minder gevoelig worden voor insuline, een hormoon dat helpt bij het reguleren van de bloedsuikerspiegel. Normaal gesproken zorgt insuline ervoor dat glucose (suiker) uit het bloed kan worden opgenomen door de cellen, waar het wordt gebruikt als energie.

Bij insulineresistentie reageren de cellen echter niet goed op insuline, waardoor de glucose zich ophoopt in het bloed. Als reactie hierop gaat de alvleesklier meer insuline aanmaken om te proberen de bloedsuikerspiegel onder controle te houden. Na verloop van tijd kan de alvleesklier deze verhoogde vraag niet meer bijhouden, wat resulteert in verhoogde bloedsuikerspiegels en uiteindelijk in diabetes type 2.1

Welvaartsziekten, zoals overgewicht, hart- en vaatziekten (waaronder hoge bloeddruk) en niet-alcoholische leververvetting worden ook geassocieerd met insulineresistentie.1 Omdat het lichaam de glucose niet efficiënt kan verwerken, wordt de overtollige suiker in het bloed omgezet in vet dat vervolgens in de lever wordt opgeslagen. Dit kan leiden tot leverontsteking en zelfs levercirrose.

Eiwitten en vetten helpen de bloedsuikerspiegel stabiel te houden

Factoren die bijdragen aan insulineresistentie zijn onder andere een overschot aan buikvet, gebrek aan lichaamsbeweging, een voedingspatroon dat rijk is aan snelle koolhydraten en ultrabewerkte producten, chronische stress en een slaaptekort.2

Overgewicht, vooral rond de buik, verhoogt de kans op insulineresistentie, omdat vetweefsel de werking van insuline verstoort. Tegelijkertijd maakt insulineresistentie het moeilijker om gewicht te verliezen, omdat het bijdraagt aan meer vetopslag. Gebrek aan lichaamsbeweging vermindert het vermogen van het lichaam om glucose efficiënt te gebruiken, wat insulineresistentie verergert. Iets soortgelijks gebeurt als je onvoldoende slaapt. Dit verstoort de hormonale balans, maar vermindert ook de gevoeligheid van het lichaam voor insuline.2

Chronische ontstekingen

Bij insulineresistentie, vooral wanneer dit gepaard gaat met overgewicht, breidt vetweefsel zich uit, met name rond de buik. Dit weefsel wordt een bron van ontstekingsfactoren, ook wel cytokinen genoemd, die het immuunsysteem activeren. Immuuncellen, zoals macrofagen, dringen het vetweefsel binnen en produceren pro-inflammatoire stoffen, zoals TNF-alfa en IL-6.3 Deze stoffen bevorderen ontstekingen in het lichaam en verminderen tegelijkertijd de insulinegevoeligheid van cellen, wat leidt tot een vicieuze cirkel waarin insulineresistentie steeds verder toeneemt.1

Naast cytokinen scheidt ongunstig wit vetweefsel ook adipokinen uit.1,3 Dit zijn hormonen die de stofwisseling reguleren. Bij insulineresistentie raakt de balans tussen deze hormonen verstoord. Leptine, een ontstekingsbevorderend adipokine, neemt toe, terwijl adiponectine, een ontstekingsremmend adipokine, afneemt.1,3 Dit draagt verder bij aan de ontstekingsstatus in het lichaam.

Een ander belangrijk mechanisme is de verstoorde vetstofwisseling, ook wel lipotoxiciteit genoemd.4 Wanneer insuline niet langer effectief is in het bevorderen van glucose-opname door de cellen, schakelt het lichaam over op vetverbranding. Dit leidt tot een toename van vrije vetzuren in het bloed.

Deze vetzuren kunnen zich ophopen in organen zoals de lever, spieren en het hart, wat celschade veroorzaakt en ontstekingsreacties opwekt. Dit fenomeen versterkt de insulineresistentie verder, aangezien de aanwezigheid van deze vetzuren het vermogen van cellen om insuline goed te gebruiken verder beperkt.


Insulineresistentie vaststellen

Insulineresistentie kan niet gemakkelijk worden vastgesteld door alleen naar symptomen te kijken, omdat deze vaak subtiel aanwezig of zelfs afwezig zijn in de vroege stadia. In plaats daarvan wordt insulineresistentie meestal gediagnosticeerd via laboratoriumtests die inzicht geven in hoe goed het lichaam glucose verwerkt.

Een van de meest gebruikte tests is de nuchtere bloedglucosetest, waarbij na een vastenperiode van ten minste acht uur de bloedsuikerspiegel wordt gemeten. Hoewel deze test vaak wordt gebruikt om diabetes te diagnosticeren, is deze geen goede indicator om insulineresistentie vast te stellen. I

mmers, de alvleesklier kan al in hogere mate insuline aanmaken om de bloedsuikerspiegel normaal te houden. Bij het meten van enkel de nuchtere bloedsuikerspiegel is dit niet te zien.1

Nuchtere insulinetesten, waarbij de insulinespiegels in het bloed worden gemeten na een vastenperiode, zijn daarom essentieel om een volledig beeld te krijgen. Hoge insulinewaarden wijzen erop dat het lichaam extra insuline aanmaakt om de glucosewaarden in balans te houden, wat typisch is voor insulineresistentie. Naast deze testen kan de HbA1c-test ook nuttig zijn.

Deze test geeft een indruk van het gemiddelde bloedsuikerniveau over de afgelopen twee tot drie maanden. Daarnaast kan de HOMA-IR index worden gebruikt, een model dat de verhouding tussen nuchtere insuline- en glucosewaarden meet om een schatting te geven van de mate van insulineresistentie.

Een hogere HOMA-IR-waarde duidt op een grotere mate van insulineresistentie. Tot slot kan de verhouding tussen triglyceriden en HDL-cholesterol inzicht geven in de gezondheidsstatus. Een verhoogde triglyceriden/HDL-ratio wordt vaak gezien bij mensen met insulineresistentie en kan dienen als een bijkomende aanwijzing voor de aandoening.1

Daarnaast wijzen de volgende symptomen op insulineresistentie: overtollig buikvet; acanthosis nigricans (een verdikking en verkleuring van de huid, vaak in de nek of oksels) en de aanwezigheid van skintags of kleine wratjes op de huid.2 Hoewel deze tekenen niet altijd aanwezig zijn, kunnen ze – samen met de resultaten van de laboratoriumtesten – helpen bij het vaststellen van insulineresistentie.

Bronnen

  1. World J Diabetes. 2010 May 15;1(2):36-47
  2. Diagnostics (Basel). 2022 Jul 10;12(7):1681

Daarnaast speelt oxidatieve stress een rol in dit hele proces. De verhoogde concentraties vrije vetzuren en glucose in het bloed leiden tot een toename van reactieve zuurstofsoorten (ROS) in de cellen.1,4 Deze ROS veroorzaken celschade en bevorderen ontstekingen. Oxidatieve stress verstoort ook de insulinesignaalroutes, wat de ontstekingscyclus in stand houdt.

Ook leidt insulineresistentie vaak tot hyperinsulinemie (een te hoog insulinegehalte in het bloed), omdat de alvleesklier extra insuline aanmaakt om de bloedsuikerspiegel te reguleren. Hoge insulinespiegels stimuleren echter ook de productie van ontstekingsbevorderende moleculen, zoals het eiwit NF-κB. Tot slot kan ook de darmgezondheid verslechteren bij insulineresistentie, vooral wanneer dit wordt gecombineerd met een ongezond voedingspatroon.

Een verzwakte darmwand kan leiden tot het lekken van endotoxinen, zoals lipopolysacchariden (LPS), in de bloedbaan. Deze endotoxinen worden geproduceerd door ongunstige darmbacteriën en activeren het immuunsysteem. Dit kan leiden tot systemische ontstekingen.5

Leefstijl

Gezonde voeding speelt een cruciale rol in het verminderen van insulineresistentie en een van de meest effectieve voedingsstrategieën is het volgen van een koolhydraatarm voedingspatroon.6 Dit houdt in dat de inname van snelle koolhydraten, zoals suiker, witbrood en aardappelen, drastisch wordt verminderd.

In plaats daarvan is het beter om te kiezen voor voedingsmiddelen met een lage glycemische index, zoals groene bladgroenten, vlees, vis en eieren, omdat deze langzaam worden afgebroken en de bloedsuikerspiegel stabiel houden.

Dit helpt de insulinegevoeligheid te verbeteren en voorkomt pieken in de bloedsuiker. Een dergelijk voedingspatroon helpt ook om voldoende eiwitten binnen te krijgen. Eiwitten helpen de bloedsuikerspiegel stabiel te houden en zorgen voor een langdurigere energievoorziening gedurende de dag.

Dit kan helpen om het hongergevoel te beheersen. Bovendien dragen eiwitten bij aan het behoud van spiermassa, wat belangrijk is voor een betere insulinegevoeligheid. Daarnaast speelt de inname van gezonde vetten een belangrijke rol. Gezonde vetten uit vlees, vis, boter en olijfolie hebben ontstekingsremmende eigenschappen en kunnen helpen om de insulinegevoeligheid te verbeteren.

Het vervangen van bewerkte plantaardige oliën door deze gezonde vetten draagt bij aan een gezondere stofwisseling en insulinerespons van het lichaam.6

Cardio-oefeningen verbeteren de insulinegevoeligheid van de spieren

Behoud van een gezond gewicht stimuleert een verbeterde insulinegevoeligheid. Zelfs een klein gewichtsverlies bij overgewicht van 5-10% van het totale lichaamsgewicht kan leiden tot een significante verbetering van de insulinegevoeligheid.2

Cardio-oefeningen, zoals wandelen, joggen, fietsen of zwemmen, helpen niet alleen bij gewichtsverlies, maar verbeteren ook de insulinegevoeligheid van de spieren. Dit komt doordat spieren tijdens het sporten de glucose efficiënter kunnen opnemen, zelfs zonder dat er veel insuline nodig is.

Dit proces helpt om de bloedsuikerspiegel op natuurlijke wijze te verlagen. Krachttraining is ook zinvol, omdat het opbouwen van spiermassa leidt tot meer glucose-opslagplaatsen in de spieren. Dit stelt het lichaam beter in staat om glucose te verwerken, wat de insulinegevoeligheid verder verbetert.2

Voedingssupplementen

Hoewel goede voeding en lichaamsbeweging aan de basis liggen van de behandeling van insulineresistentie, kunnen bepaalde voedingssupplementen een ondersteunende rol spelen bij het verbeteren van de insulinegevoeligheid. Dit kan met name nuttig zijn voor mensen die ondanks gezonde voeding en voldoende beweging nog steeds moeite hebben om hun bloedsuikerspiegel onder controle te houden.


Het TOFI-fenomeen

Hoewel insulineresistentie vaak wordt geassocieerd met overgewicht of obesitas, kunnen ook slanke mensen deze aandoening ontwikkelen. Slank zijn betekent dus niet automatisch dat je beschermd bent tegen insulineresistentie. Factoren als genetische aanleg, voeding, stress, lichamelijke activiteit en medische aandoeningen spelen een rol, ongeacht het gewicht. Insulineresistentie bij slanke mensen wordt ook wel het TOFI-fenomeen genoemd, wat staat voor ‘thin outside, fat inside’ of ‘skinny fat.’

Dit betekent dat sommige mensen slank zijn aan de buitenkant, maar toch een ongezonde ophoping van vet rond hun organen en spieren kunnen hebben in de buikholte. Dit viscerale vet is metabolisch zeer actief en kan leiden tot ontstekingen in het lichaam, wat de insulinegevoeligheid vermindert.

Zelfs zonder zichtbaar overgewicht kan de aanwezigheid van visceraal vet een sterke risicofactor zijn voor insulineresistentie. Ook kunnen bepaalde medische aandoeningen, zoals PCOS (polycysteus ovariumsyndroom), insulineresistentie veroorzaken bij mensen met een normaal gewicht. Tot slot hebben mensen met een zittende leefstijl, ongeacht hun gewicht, een groter risico op insulineresistentie.

Bronnen


Magnesium is een mineraal dat betrokken is bij honderden processen in het lichaam, waaronder de regulering van de bloedsuikerspiegel en de insulinewerking. Bij mensen met insulineresistentie wordt vaak een laag magnesiumgehalte gevonden.

Dit komt doordat insulineresistentie invloed heeft op de manier waarop magnesium door de nieren wordt uitgescheiden, wat kan leiden tot een magnesiumtekort. Wanneer er voldoende magnesium beschikbaar is, zullen cellen gevoeliger worden voor de werking van insuline.7

Berberine is een stof die werkt op een vergelijkbare manier als metformine, een veelgebruikt antidiabetesmedicijn. Het belangrijkste mechanisme van berberine is dat het de activiteit van het AMPK-enzym in de cellen stimuleert. Dit enzym speelt een rol in de energiebalans van het lichaam en helpt de glucoseopname door de cellen te verhogen en de productie van glucose in de lever te verminderen.8

Chroom kan de efficiëntie van insulinesignalering verhogen

Chroom is een spoorelement en helpt de insulinewerking door de efficiëntie van insulinesignalering te verhogen, waardoor cellen beter in staat zijn om glucose op te nemen. Hoewel onderzoek naar de effectiviteit van chroomsuppletie bij insulineresistentie wisselende resultaten laat zien, zijn er aanwijzingen dat het kan helpen om de bloedsuikerspiegel te verbeteren, vooral bij mensen met een tekort aan dit mineraal.9 Alfaliponzuur is een krachtig antioxidant dat zowel vet- als wateroplosbaar is. De stof wordt in verband gebracht met verbeterde insulinegevoeligheid en werkt met name door oxidatieve stress te verminderen.10

Conclusie

Insulineresistentie staat aan de basis van veel chronische welvaartsaandoeningen. Gelukkig kan het worden beheerst en zelfs omgekeerd door leefstijlaanpassingen, zoals een koolhydraatarm voedingspatroon, voldoende beweging en gewichtsverlies. Bovendien kunnen voedingssupplementen als magnesium, berberine en chroom bijdragen aan een betere insulinegevoeligheid en dus aan een betere algehele gezondheid.

Bronnen

  1. J Cell Physiol. 2019 Jun;234(6):8152-8161.
  2. Nutrients. 2021 May 18;13(5):1708.
  3. J Clin Endocrinol Metab. 2004 Feb;89(2):447-52.
  4. Adv Exp Med Biol. 2024:1460:391-430.
  5. Ann N Y Acad Sci. 2020 Feb;1461(1):37-52.
  6. Noakes, T. Ketogenic: The Science of Therapeutic Carbohydrate Restriction in Human Health. Academic Press 2023.
  7. Nutrition. 2017 Jun:38:54-60.
  8. Molecules. 2023 Jun 1;28(11):4491.
  9. J Clin Pharm Ther. 2014 Jun;39(3):292-306.
  10. Nutrients. 2022 Dec 21;15(1):18.

Regenboog-‘nasi’: voor de bloedsuikerspiegel

Anders kijken naar hoge bloeddruk; Als het bloed naar je hoofd stijgt

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Cindy de Waard

Over de auteur

Cindy de Waard is natuurgeneeskundige en farmaceutisch wetenschapper. Zij heeft zich enkele jaren beziggehouden met wetenschappelijk onderzoek op het gebied van darmgezondheid en richt zich op dit moment op het behandelen van mensen met darm gerelateerde klachten. Naast haar werkzaamheden als therapeut geeft zij gezondheidsvoorlichting met als doel het belang van een gezonde darm onder de aandacht te brengen.

Lees meer artikelen van Cindy de Waard