Zijn stents eigenlijk wel levensreddend?

In de afgelopen twintig jaar is de stent, een prothese die een bloedvat openhoudt nadat het door een dotterbehandeling (angioplastiek) weer doorgankelijk is gemaakt, onderdeel geworden van het standaardarsenaal van harspecialisten. Wil die behandeling echter effectief zijn, dan moeten er gevaarlijke geneesmiddelen ingezet worden, en er is geen bewijs dat er werkelijk levens mee gered worden. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er door een stent legio problemen kunnen ontstaan, zoals bloedstolsels, kanker en vroegrijdig overlijden. De operatie zelf is ook gevaarlijk: een op de drie veroorzaakt bijwerkingen en een op de honderd is fataal.

Toen in 1986 voor het eerst een stent werd aangebracht in de arterie (slagader) van een patiënt die een hartaanval had gehad, dacht men dat deze uitvinding een revolutie zou betekenen in de behandeling van hartaandoeningen. In de geneeskunde werd hij met gejuich ontvangen, want nu leek er eindelijk een blijvende technische oplossing te zijn voor arteriosclerose (vernauwde en verstopte arteriën). Voor artsen, die in hun opleiding leren het lichaam te beschouwen als een machine, was de stent perfect: een kunstmatig stuk arterie van metaal.

Tegenwoordig is de stent de meest gebruikte high-tech bionische prothese in de geneeskunde. Wereldwijd hebben miljoenen mensen er een gekregen. En toch hebben de stents in de twintig jaar dat ze nu bestaan, hun belofte vrijwel niet ingelost. Zo is niet bewezen dat ze levens redden: de bewijzen die er zijn wijzen eerder op het tegendeel. Uit recent onderzoek blijkt dat er duizenden gevallen zijn van voortijdig overlijden na een stent. Bovendien is er om een stent zijn werk te kunnen laten doen een cocktail van geneesmiddelen nodig die potentieel gevaarlijk is. Er ontstaat een nieuwe soort bloedstolling door en ze maken wellicht deel uit van de oorzakelijke factoren van fatale ziekten als kanker. En zelfs de implantatie van de stent zelf is gevaarlijk. Bij een op de drie operaties ontstaan er ernstige bijwerkingen en een op de honderd eindigt met dodelijke afloop. Het probleem met de stents komt misschien door de beperkte logica achter het gebruik ervan, de ‘loodgieterslogica’ van de cardiologie.

Loodgieterij

De dokter vertelt ons dat een hartaanval ontstaat doordat het hart tijdelijk geen aanvoer krijgt van bloed, wat voornamelijk veroorzaakt wordt door een vernauwing in de nabijgelegen arteriën. Ze beweren ook dat die vernauwingen ontstaan zijn door afzetting van plaque (kalk en vetten) tegen de bloedvatwanden. Een probleem dat vooral ontstaat door vet voedsel te eten. Wie geregeld het Medisch Dossier leest, weet inmiddels echter dat met name de laatste twee onderdelen van die theorie waarschijnlijk niet kloppen, en wel om twee redenen. Ten eerste is een vetrijk voedingspatroon niet de belangrijkste oorzaak van arteriosclerose, en ten tweede is de zogeheten arteriële plaque eenvoudig een ingebouwd mechanisme van het lichaam om de vaatwanden te verstevigen ter compensatie van een tekort aan vitamine C. Volgens vooraanstaande artsen met een bredere blik is dat de belangrijkste oorzaak van zwakke arteriewanden (zie het hoofdartikel van Medisch Dossier, jrg. 9, nr. 4, april 2007).

De conventionele opvatting is echter dat onze arteriën een soort pijpleidingen zijn die elk moment verstopt kunnen raken door afzetting van plaque. De oplossing is altijd gezocht in het draineren van die leidingen en proberen ze schoon te maken met een medische variant van de gootsteenontstopper. Deze techniek, genaamd ‘dotteren’, houdt in dat er een kleine ballonkatheter wordt ingebracht in de arterie en ter plaatse van de vernauwing wordt opgeblazen, waardoor de arterie wijder wordt. Bij geavanceerdere technieken wordt de plaque afgeschaafd met een minuscuul fijnboormachientje dat via de katheter ter plekke wordt gebracht.

Dotteren is ontwikkeld in de jaren zeventig en in eerste instantie leek de uitwerking miraculeus. Arteriën werden ontstopt en pijnlijke aanvallen van angina, de voorloper van hartaanvallen, werden voorkomen. Maar algauw werd duidelijk dat bij bijna de helft van de hartpatiënten de ingreep zinloos was geweest. Binnen een luttele drie maanden raakte de arterie weer verstopt.
Het probleem was gedeeltelijk, zo bleek, dat dotteren geen subtiele ingreep was. Vaak raken de arteriewanden erbij beschadigd wat tot bloedstolling leidt. En dus werd in de geneeskunde weer een oplossing ontworpen die het probleem moest voorkomen dat de eerste oplossing opleverde: de patiënt kreeg geneesmiddelen tegen bloedstolling. Gewoonlijk worden daartoe speciale bloedplaatjesremmers, genaamd ‘IIb/IIIa-receptorbinders’ waaronder abciximax en eptifibatide, gebruikt. Maar door die middelen kan de patiënt potentieel dodelijke bloedingen krijgen, met name in de longen 1.

De brute kracht van dotteren veroorzaakt echter nog een natuurlijke reactie: het lichaam gaat proberen de getraumatiseerde arterie te helen. Het reageert echter buitenproportioneel, misschien doordat een intern letsel van een diepliggende arterie zo onwaarschijnlijk en onnatuurlijk is. Door die heftige reactie ontstaat een aanzienlijke hoeveelheid littekenweefsel en de arterie blokkeert opnieuw. Dat proces wordt ‘restenose’ genoemd.

De natuurlijke reactie van het lichaam op een invasieve techniek is dus de belangrijkste oorzaak dat de dotterbehandeling zo vaak faalt. In plaats van die invalshoek eens onder de loep te nemen gooit de geneeskunde er alleen nog wat meer technologie tegenaan en zo zijn we dan uitgekomen bij de stent.

Uitvouwbare leiding

Zie hier de high-tech geneeskunde in z’n imponerendste vorm. Een stent is een minuscuul leidinkje van metaaldraad dat als een soort uitvouwbaar pakketje in de arterie wordt gebracht. Daarna wordt het op ingenieuze wijze ontvouwd tot een rond staketsel dat de arteriewanden uiteenduwt die met dotteren behandeld waren. Omdat de verstoppingen in een arterie meestal plaatselijk zijn, hoeft de stent meestal maar zo’n centimeter of twee lang te zijn.

Nadat de stent in de jaren tachtig was uitgevonden, begonnen de hartspecialisten ze al gauw standaard te gebruiken na vrijwel elke dotterbehandeling, met name om het probleem van restenose te voorkomen. Maar ook nu was het de mens die wikte, maar de natuur die beschikte. Hoewel de stents het kortetermijnprobleem van de bloedstolling oplosten, trad het probleem van restenose vaak opnieuw op. Bijna 40 procent van de stents bleek zelfs binnen een halfjaar opnieuw verstopt, waardoor een heroperatie noodzakelijk was 2.

In eerste instantie werd deze onfortuinlijke uitkomst verklaard met de theorie dat de kransslagaderen (hartarteriën) opnieuw waren gaan dichtslibben (wat impliceert dat de patiënt schuldig was). Geleidelijk begonnen de dokters zich echter te realiseren dat die theorie eenvoudig geen hout sneed. Uiteindelijk moesten ze wel toegeven dat de medische ingreep zelf de boosdoener was. Zelfs de uitvinder van de dotterbehandeling, dr. Andreas Gruentzig, moest toegeven dat wat hij het ‘gecontroleerde letsel’ van de dotteren-stentprocedure had genoemd, aan de basis van het probleem lag.
Dan zou je denken dat de medici inmiddels de boodschap begrepen hebben dat het tegennatuurlijk is om arteriën te beschouwen als pijpleidingen. Kennelijk was dat echter niet het geval. De reactie van de geneeskunde op het stent-restenoseprobleem was niet dat ze het verlies namen, maar dat ze in zekere zin het lichaam gingen straffen voor zijn tegendraadsheid. Ze besloten namelijk dat de beste aanpak zou zijn het natuurlijke helingsproces van het lichaam te blokkeren zodat er geen restenose kon optreden. Een beetje alsof je de brandweerman in een dwangbuis zet zodat hij geen brand meer kan blussen.

In de jaren negentig ging het er dus om geneesmiddelen te vinden die restenose konden voorkomen. De eerste die iets op de markt bracht, was de farmaceutische gigant Johnson & Johnson met het middel sirolimus. Dit is een krachtige immuunremmer die vaak gebruikt wordt om orgaanafstoting te voorkomen bij patiënten die een transplantatie hebben gehad. Het idee om een stof met zo’n lichaamsbrede aanpak aan een patiënt te geven die alleen maar een paar vernauwde hartarteriën heeft, lijkt echter alsof je met een kanon op een mug schiet. Daarom bedacht de industrie een slimme oplossing: richt het middel direct op de arterie. Dat wordt bereikt door een dun polymeerllaagje op de stent zelf aan te brengen waarin de immuunonderdrukker zit, zodat een kleine dosering langzaam uit de coating op de arteriewanden lekt. Dat proces heet elutie en de stents worden wel medicijn afgevende stents (MAS) genoemd.

Middel na middel

De MAS zijn momenteel de snelst groeiende tak van de bedrijfssector van medische hulpmiddelen. De versie van Johnson & Johnson heet Cypher en kwam in 2003 op de markt. Er was meteen een run op. Binnen een jaar hadden 350.000 Amerikanen er één. Maar al gauw volgden er andere fabrikanten. Tegenwoordig strijden er minstens drie grote fabrikanten om deze markt die uitermate lucratief blijkt. Doordat de protheses duur zijn, zorgen ze voor een omzet van 5 miljard dollar per jaar wereldwijd. Volgens schattingen lopen er op dit moment al 4 miljoen mensen rond met een MAS in hun lijf.

Volgens de fabrikanten hebben de nieuwe protheses het aantal restenoses doen dalen tot minder dan 15 procent van de gevallen. Afgaande op de globale cijfers lijkt dat waar te zijn. Dat mag zo zijn, maar achter die glunderende uitspraken blijft ongezegd wat de fabrikanten liever niet vertellen: dat de protheses ook een grote impact hebben. Ten eerste betekenen ze dat de patiënt nog meer middelen nodig heeft. Waarom? Omdat vlak nadat de eerste MAS geïmplanteerd waren, de artsen bezorgd werden over het relatief grote aantal patiënten dat overleed. Algauw bleek het achterliggende probleem subacute arteriële trombose te zijn, oftewel bloedpropjes rondom de stent.

Dus moest de Amerikaanse Food and Drug Administration amper een halfjaar nadat ze dit soort stents had toegelaten, een officiële waarschuwing uitbrengen over het grote aantal sterfgevallen na implantatie van zo’n stent. De FDA verplichtte bovendien de fabrikant alle artsen een waarschuwende brief te sturen. Al te vaak is zo’n brief de eerste alarmklok voor middelen die uiteindelijk van de markt worden gehaald.

Hoe heeft de geneeskunde het probleem van de bloedstolsels rond die stents benaderd? Ook nu zocht ze de oplossing in het tegenwerken van de natuurlijke helingsprocessen van het lichaam, ditmaal door krachtigere stollingsremmers in te zetten. Dit betekent dat momenteel vrijwel elke patiënt die een MAS krijgt, minimaal twee zogeheten trombocytenaggregatieremmers (stollingsremmers) krijgt, zoals clopidogrel en aspirine. Uiteraard hebben die middelen bijwerkingen, waarvan niet als minste overmatig bloedverlies na een letsel, zowel in als buiten het lichaam (zie ook het artikel over aspirine in Medisch Dossier, jrg. 10, nr. 3, maart 2008).

Het is nu de precaire taak van artsen om de balans te vinden tussen net genoeg stollingsremmers om bloedpropjes te voorkomen, maar niet zo veel dat het leven van de patiënt in gevaar komt. Een extra probleem is dat deze middelen ‘oneindig’ gebruikt moeten worden, aldus de belangrijkste onderzoeker op het gebied van MAS, dr. Robert Harrington van het Duke Clinical Research Institute, ‘althans totdat we genoeg klinische trials hebben uitgevoerd die bewijzen dat het ook anders kan’.

Ten tweede is door de overhaaste omarming van het gebruik van stents een ander groot probleem van de MAS over het hoofd gezien. Voor sommige patiënten blijken deze nieuwe protheses dodelijk te zijn.

Een zaak van leven of dood

De recentste onthulling kwam iets meer dan een jaar geleden. Zweedse artsen volgden drie jaar lang de gezondheid van meer dan 20.000 patiënten die ofwel een middelafgevende stent ofwel een vroegere versie, een gewone stent, gekregen hadden. Hun bevindingen deden een rilling door de farmaceutische industrie gaan. Uit de Zweedse patiëntendossiers bleek namelijk dat er meer mensen een hartaanval kregen of overleden als ze een MAS in hun lijf hadden dan wanneer ze een gewone ouderwetse stent hadden. Dat was niet gewoon een toevallige statistische afwijking. Elke maand lieten de hartaanval- en sterftecijfers consequent die kant zien en tegen het eind van het driejarige onderzoek waren er gemiddeld 30 procent meer sterfgevallen onder de patiënten met een MAS 3.

Waardoor gingen mensen eraan dood? Volgens de huidige mening van vele experts is de belangrijkste reden dat door deze stents een nieuwe soort bloedprop ontstaat, die mettertijd groter wordt. Dit in tegenstelling tot het slechts tijdelijke risico van bloedpropjes met de oude gewone stents. Volgens het recentste onderzoek door een Zwitsers en Nederlands team van experts komt deze zogeheten ‘late stenttrombose’ nu in het eerste jaar bij ongeveer 3 procent van de patiënten voor, maar neemt dat per jaar toe met 0,6 procent 4. Dat lijken geen hoge cijfers, maar naar de berekeningen van Amerikaanse cardiologen komt dat wel neer op jaarlijks 2000 onnodige gevallen van voortijdig overlijden alleen al in de VS 5.

Zelfs cardiologen met banden met de industrie erkennen nu dat de MAS een probleem hebben. ‘Door de eerste klinische cijfers leek het zomaar mogelijk dat MAS de kransslagaderen onsterfelijk kon maken,’ beaamt professor Martin Leon van de universiteit van Columbia en adviseur van drie grote producenten van stents. ‘Helaas zijn er onverwachte pathobiologische reacties met lokale ontsteking en vertraagde wondheling.’

Waarschijnlijk zijn het de middelen in de stent zelf die het probleem vormen. De langzaam vrijkomende middelen voorkomen niet alleen restenose, maar blijken ook het natuurlijke zelfgenezingsproces van de arterie te beïnvloeden. De cardiologen beginnen zich nu te realiseren dat de eerdere, gewone versie van de stent uiteindelijk misschien toch beter was. Dan slaagde het lichaam er in sommige gevallen namelijk in de stent te incorporeren in de vaatwand door er een beschermlaagje overheen te laten groeien.

Een van de felste critici van MAS is de vooraanstaande patholoog-anatoom dr. Renu Virmani van het Armed Forces Institute of Pathology in Washington DC. Haar aanvallen op de fabrikanten van deze stents onderbouwt ze met de bewijzen die ze op de pathologische afdeling van het mortuarium opdeed. Herhaaldelijk kwam ze verschijnselen tegen van wat zij noemt ‘ernstig verstoorde arteriële wondheling’ in het lichaam van een overleden patiënt met een MAS 6.

Een arterie met een MAS doet er veel langer over om te genezen; late stenttrombose is een groot probleem,’ zegt zij. Ook kwamen er nog andere problemen aan het licht. Zo toonde een Zwitsers artsenteam bij een wereldwijd onderzoek naar stentpatiënten aan dat, vergeleken met gewone stents, de Cypher van J&J (marktleider onder de MAS) een significant groter aantal sterfgevallen heeft veroorzaakt. Dit kwam niet door hartproblemen, maar door kanker7. Tot dusver lijkt dit het enige onderzoek waarin een verband met kanker wordt aangetoond, maar toch is die ontdekking een duidelijk alarmteken. ‘Het lijkt benauwend veel op het verhaal van Vioxx,’ zegt de Amerikaanse cardioloog dr. Sanjay Kaul. Ze doelt op de beruchte pijnstiller voor mensen met reuma en artrose die in 2004 van de markt gehaald werd vanwege een verband met hartaanvallen en beroertes. ‘In eerste instantie zagen we daar het verband niet omdat het maar zo weinig voorkwam.’

Quo vadis?

Momenteel woedt er in de cardiologenwereld een heftig debat over het onderwerp stents. De artsen discussiëren fel over de gegevens over bloedpropjes, bijwerkingen en de waarde van MAS. Maar door al die drukte wordt de werkelijke, essentiële vraag onder tafel geschoven: welk bewijs hebben we eigenlijk dat stents, van welke soort ook, daadwerkelijk levens redden?

Acht jaar geleden, voordat de MAS zijn intrede deed, stelden experts van de universiteit van Birmingham een groot wetenschappelijk totaaloverzicht samen van de klinische gegevens over stents. ‘Stents zijn duur. Zijn ze ook effectief?’ was de eenvoudige onderzoeksvraag. Het antwoord is ‘nee’. Er is ‘geen bewijs’ dat stents het aantal sterfgevallen of zelfs het aantal hartaanvallen doen afnemen, aldus hun publicatie. De enige toegevoegde waarde die stents lijken te hebben, is dat ze de pijn van angina voorkomen, maar ook op dat vlak is de opbrengst maar klein 8.

En na de MAS dan? Toen die voor het eerst op de markt kwamen, werd met de grootste stelligheid beweerd dat ze de mortaliteit (sterftecijfers) met minimaal 20 procent zouden verlagen. Maar bij een grote meta-analyse door een onderzoeksteam van de universiteit van Liverpool bleek dat deze protheses niet het geringste effect hebben gehad op de patiëntmortaliteit. Het sterftepercentage is na een MAS-implantatie exact hetzelfde als bij de oudere versie van de stent. Voor de lange termijn is het volgens de onderzoekers zelfs zo dat een arteriële prothese (een bypass van het hart) een betere optie is ondanks de kosten en de initiële gevaren daarvan9. Die magere resultaten worden nog minder rooskleurig in het licht van de eerder genoemde gegevens van de 20.000 Zweedse patiënten, waaruit een verhoogde mortaliteit blijkt na MAS.

Het imago van de geneeskunde heeft al heel wat smetten opgelopen door rampzalige behandelingen. Vaak waren ze met de beste bedoelingen ingezet, maar faalden ze omdat ze gebaseerd waren op een foutief medisch model, vooral het idee dat het lichaam een machine is. De stent is duidelijk ontsproten uit dit mechanische paradigma. Des te meer reden om stents toe te voegen aan de lange lijst van medische dwalingen.

BRONNEN:
1 Heart Lung, 2006; 35: 423-426
2 Medicina [Kaunas], 2007; 43: 183-189
3 N Engl J Med, 2007; 356: 1009-1019
4 Lancet, 2007; 369: 667-678
5 Ann Intern Med, 2006; 144: 913-919
6 Circulation, 2007; 115: 2435-2441
7 Eur Heart J, 2006; 27: 2784-2814
8 Health Technol Assess, 2000; 4: 1-153
9 Health Technol Assess, 2004; 8: iii-iv, 1-242


Bijwerkingen van stents

De basisbehandeling van dotteren en een stent is bepaald niet geheel risicovrij:
• In bijna een op de twee gevallen kan het leiden tot ‘een verstoorde hartfunctie’ 1.
• In een op de 25 gevallen veroorzaakt het ironisch genoeg een hartaanval.
• In een op de 100 gevallen kan het zelfs tot de dood leiden 2.

Eenmaal geplaatst kan een stent pijn veroorzaken, uitslag, ademhalingsproblemen, netelroos jeuk, koorts en bloeddrukveranderingen.
De stollingsremmers die bij stents moeten worden voorgeschreven, kunnen leiden tot:
• verhoogde bloedingsneiging in de hersenen en andere organen;
• maagbloedingen en andere bloedingen van het maagdarmkanaal;
• meer blauwe plekken;
• maagirritatie;
• allergische reacties;
• lage celtelling van de witte bloedcellen (neuropenie) en van de rode bloedcellen (anemie).
Feit: 30 procent van de stentpatiënten heeft na de operatie een ‘afsluiting van de kransslagaderen of hersenen’. Dat is bijna drie keer zo veel als het aantal dat na een bypassoperatie van de kransslagaderen optreedt3.

1Ital Heart J Suppl, 2005; 6: 553-560
2Coron Artery Dis, 2006; 17: 71-75
3BMJ, 2007; 334: 617-621


 Stents die geen lang leven hadden

Niet alle stents houden het lang op de markt uit. Dit zijn een paar voorbeelden van stents die (al of niet vrijwillig) van de markt werden gehaald.
• CoStar
Bij deze futuristische MAS wordt gebruikgemaakt van een ‘bio-absorbeerbare’ polymeer. In tegenstelling tot de gebruikelijke MAS heeft deze geen coating met een medicijn, maar heeft het honderden kleine gaatjes die elk als een reservoir voor het medicijn dienen. Als het medicijn is vrijgekomen, worden de polymeren geabsorbeerd in het lichaam ‘zonder ter plaatse medicijn of polymeerresten achter te laten’, aldus de fabrikanten. In Europa is hij voor het eerst gelanceerd in februari 2006, nadat uit klinische trials was gebleken dat hij ‘significante voordelen voor de patiënt’ opleverde. Amper een jaar later is hij van de markt gehaald, omdat een klinische trial in Amerika voortijdig werd afgekapt toen bleek dat er ‘significant meer hartaanvallen’ met CoStar optraden dan met de gebruikelijke MAS. De fabrikant was Conor MedSystems, een dochteronderneming van Johnson & Johnson (de makers van de Cypher stent). J&J zegt dat het CoStar zal dumpen om meer aandacht te besteden aan een goede verkoop van Cypher.

• Magnesiumstent
De magnesiumstent heeft zo kort bestaan dat hij nog geen naam had. Ook dit was een bioabsorbeerbare stent die ‘binnen enkele maanden’ moest oplossen nadat hij tijdelijk de arterie had ondersteund. Maar bij een Europese trial aan verschillende instellingen bleek vorig jaar dat bij bijna de helft van de patiënten de arterie weer verstopt raakte en er opnieuw geopereerd moest worden 1.

• Ancure
De ancure was ontworpen voor aneurysma’s (scheuringen) van de buikaorta, de grootste arterie die vanuit het hart naar het onderlichaam loopt. De stent werd in 1999 toegelaten door de Amerikaanse FDA, nadat uit klinische trials was gebleken dat hij effectief was. Maar in 2003 werd hij definitief van de markt gehaald wegens ernstige mankementen waaraan patiënten overleden. Daarvoor was hij in 2001 al vrijwillig van de markt teruggetrokken, waarna hij opnieuw was toegelaten. Guidant kreeg een boete van 92,4 miljoen dollar op basis van verschillende civiele en strafzaken. Zo werd het bedrijf ervan beschuldigd de problemen die in het bedrijf al bekend waren, te hebben verdonkeremaand. In 2006 is het bedrijf overgenomen door Boston Scientific.

1Lancet, 2007; 369: 1869-1875


Alternatieven voor een stent

Een stent is wel effectief om de pijn van angina pectoris te voorkomen. Dat is pijn op de borst door vernauwde hartarteriën (kransslagaderen). Als u angina hebt, zal een goede arts in Nederland u eerst aanraden uw levensstijl te veranderen. Verder loont het de moeite chelatietherapie te proberen.

• Levensstijlveranderingen. Bij een klinische trial met 2297 hartpatiënten die minimaal één geblokkeerde kransslagader hadden, bleek dat door eenvoudige verbeteringen van de levensstijl evenveel effect valt te behalen als met een stent. In het onderzoek kregen sommige patiënten een stent, anderen moesten stoppen met roken, meer sporten en hun eetgewoonten aanpassen. De onderzoekers ontdekten dat het de patiënten uit die tweede groep significant beter verging dan de stentpatiënten: ze leefden even lang of langer en hun kwaliteit van leven was veel beter 1. Dr. Steven Nissen, tot voor kort voorzitter van het American College of Cardiology, hoopt dat deze tegendraadse ontdekking nu eindelijk ‘de irrationele overdaad aan stentoperaties’ tot staan brengt.
• Chelatietherapie. Deze onconventionele therapie wordt soms aangeboden door alternatief denkende cardiologen. Bij chelatietherapie krijgt de patiënt een transfusie in de aderen met het synthetische aminozuur EDTA (ethylenedioaminetetra-azijnzuur), dat blokkade in de arteriën moet opheffen. De techniek is al zeer geaccepteerd voor de behandeling van vergiftiging met zware metalen, maar er zijn geen overtuigende klinische trials gedaan naar de toegevoegde waarde bij hartziekte. Het is dus een onbewezen techniek. Vanwege de duizenden casusbeschrijvingen van succesvolle behandelingen hebben de Amerikaanse overheidsadviseurs het desondanks gerechtvaardigd gevonden 30 miljoen dollar te besteden aan een grote klinische trial met meer dan 2000 patiënten. Dat onderzoek is in 2003 gestart en de resultaten komen dit jaar beschikbaar 2.

BRONNEN:
1 JAMA, 2007; 297: 1967-1968
2 http://clinicaltrials.gov/ct2/show/NCT00044213


 Verstopte arteriën voorkomen

Hierna volgen enkele tips hoe u kunt voorkomen dat de arteriën verstopt raken.

Vermijd
• bewerkte voeding met transvetzuren;
• magere of cholesterolarme voedingsmiddelen;
• een hoge inname van zuivel.

Kies
• voedingsmiddelen met veel omega-3-vetzuren (zoals makreel, zalm, forel, en walnoten);
• een mediterraan dieet (olijfolie, volkoren granen, fruit en groenten, en rode wijn met mate);
• groene thee: zeven koppen per dag 1.

Neem
• vitamine C (minimaal 500 mg/dag);
• foliumzuur (1 mg/dag);
• vitamine B12 (0,5 mg/dag);
• regelmatig lichaamsbeweging in de vorm van ‘matige tot zeer inspannende activiteit’2.

Maak
• veel vrienden: treurige en eenzame mensen hebben drie keer zo veel kans op een hartaanval 3.
BRONNEN:

1Arch Latinoam Nutr, 2004; 54: 380-394
2Scand J Public Health, 2007; 35: 4-10
3Am J Epidemiol, 1988; 128: 370-380

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...