Bij botbreuken ligt de focus vaak op herstel van het gewricht, zonder aandacht voor spierkrachtverlies. Maar als je noodgedwongen niet kunt bewegen, neemt de spiermassa razendsnel af. Gevolg: onnodig lang revalideren. Daar weet fervent hardloper Heidy van Beurden alles van. Zij deelt haar persoonlijke revalidatieverhaal na een knieoperatie én interviewt sportfysiotherapeut Hans Logtenberg over zijn visie en expertise op dit terrein.
Heidy van Beurden
De ervaring
Na een knieoperatie begon voor Heidy van Beurden (49) een intensieve zoektocht om weer op haar normale loopniveau terug te komen. Wat heeft dit traject haar geleerd?
Van een hoge trap was ik gevallen. Gebroken knieschijf. Het ziekenhuis adviseerde een operatie, voor het beste herstel op termijn en passend bij mijn ambitie om weer lekker hard te lopen. Dat bleek veel complexer dan gedacht. Na de operatie moest ik mijn been zes weken lang gefixeerd houden in een brace voor volledige rust. Ik mocht alleen in gestrekte stand lopen. Fysiotherapie? De officiële richtlijn was: na zes weken, indien nodig. Dat klonk heel geruststellend, alsof de kans groot was dat het allemaal wel goed zou komen.
Uitvinden wat het optimale is voor jóuw situatie moet je zelf doen
Maar in die rustperiode ben ik de totale spierkracht van mijn been kwijtgeraakt, van bovenbeen en hamstrings tot kuit en enkel. Ik liep met een ‘doorzak’, kon niet normaal een verhoging op- en afstappen en het been bleef wankelend evenwicht zoeken. Wat ik ook aan oefeningen deed, het been bleef dun en zwak. Terwijl de controle bij de chirurg positief was (‘gewricht goed geheeld, einde behandeling’), had ik begeleiding nodig om weer goed te kunnen functioneren.
Door de pijngrens heen
Mijn eerste stap in revalidatie was flexibiliteit terugkrijgen. Mijn hak weer naar de bil buigen, weer op knieën kunnen zitten. Dat waren extreem pijnlijke sessies bij de fysiotherapeut. Maar weer kunnen wat ik voor het ongeluk kon, waarom zou ik daar niet naar streven? Zonder fysiotherapie was me dat nooit gelukt. Met iedere dag zelf een centimetertje verder buigen zat ik aan het maximaal haalbare: zelf door een pijnbarrière breken is moeilijk, en al helemaal omdat je niet weet welke pijn normaal is.
Compenseren
Het lopen bleef een uitdaging. Wandelen ging prima, maar met hardlopen bleef ik doorzakken. Ik ging drie maanden aan de slag met een personal coach die met me meekeek op de atletiekbaan en bij krachtoefeningen.
Hij constateerde dat mijn goede been veel compenseerde voor het herstellende been. En dat andere spiergroepen het werk deden. Dacht ik bijvoorbeeld écht de kracht op het bovenbeen te zetten, dan had ik de volgende dag spierpijn in mijn bil of kuit. Maakten mijn hersenen onbewust bepaalde keuzes uit voorzorg of kon de bovenbeenspier (quadriceps) het gewoon niet meer?
Heel frustrerend. Dus ging ik nóg harder trainen. Gevolg: overbelast, vocht in knie, weer rust moeten nemen. En dus nóg meer frustratie.
Revalideren is heen en weer geslingerd worden tussen doorzetten, blesseren of accepteren dat er iets is veranderd; en dus afscheid nemen van iets dat je lief was. Hardlopen is voor mij heel belangrijk.
Het houdt me lichamelijk en mentaal fit. Ik accepteerde dat afscheid dan ook niet zomaar, zoals reacties uit mijn omgeving suggereerden te doen. Je kunt toch een andere sport kiezen? Of: je bent geen 18 jaar meer. Verandering hoort bij het leven. No way! Alle goedbedoelde adviezen vond ik excuses om niet gewoon aan de bak te hoeven.
Eigen kracht ontdekken
Hoe langer het herstel van spierkracht duurde en hoe meer mensen ik sprak met vergelijkbare ervaringen, ook in het zorgcircuit, hoe meer ik mij verbaasde over het officiële eerste advies. Waarom is er niet standaard aandacht voor spierkracht na een knieoperatie?
Ik informeerde bij de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie. Een deel van het antwoord ging over verzekeringen en verschillen in fysiotherapie. Maar een deel van het antwoord was ook dat niet iedereen het nut van fysiotherapie inziet. Dat verwonderde me. Hadden anderen dan niet ingeleverd aan kracht of flexibiliteit? Of waren zij minder veeleisend?
Het lastige is dat de zorg uitgaat van gemiddelden. Maar ieder mens is uniek. Uitvinden wat je eigen kracht is en wat het optimale is voor jóuw situatie, moet je helemaal zelf doen.
Gelukkig vertelde de vereniging ook dat er meer aandacht gaat komen voor het vroeger opstarten van oefeningen bij botbreuken en samenwerking hierbij tussen specialisten.
Mijn knieoperatie is inmiddels twee jaar geleden. Ik begin te accepteren dat mijn been nooit meer 100 procent zal zijn zoals het was. Bepaalde bewegingen, zoals traplopen en verhogingen op en af, moet ik met aandacht blijven doen.
Bij hardlopen heb ik een langere warming-up nodig. Ook wordt het betreffende been in zitstand veel sneller stijf. Dat betekent: vaker opstaan vanachter de computer of vaker korte pauzes nemen met autorijden. Het goede nieuws: in principe kan ik weer alles doen wat ik wil. Ik heb me ingeschreven voor de halve marathon in oktober! Daar heb ik alle vertrouwen in. Eigenlijk is stilzitten een grotere uitdaging dan bewegen.
Hans Logtenberg kijkt als sport-fysiotherapeut bij Topfysio in Amsterdam naar het totaalplaatje bij botbreuken en spierkrachtherstel. Welke tips heeft hij voor een snellere revalidatie?
Hoe snel verliezen spieren kracht en hoe gaat dit proces in zijn werk?
‘Spieren blijven gezond bij een actieve leefstijl. Wat je niet gebruikt neemt af, zo eenvoudig is het. Normaal verliezen we vanaf ons veertigste ieder jaar grofweg 1 procent spiermassa, omdat we over het algemeen minder belasten naarmate we ouder worden.
Ook bij pijn belasten we minder. Neem als voorbeeld de bovenbeenspier (quadriceps) van Heidy: normaal gebruik je deze spier de hele dag door. Bij iedere buiging en ook gewoon bij het voortbewegen. Denk maar aan de richtlijn van 10.000 stappen per dag. Dan begrijp je wat er gebeurt als je zes weken totale rust hebt. Alles wat los zit van de romp, zoals een been en schouder, is extra kwetsbaar. De heup, de bil, het bovenbeen en de bovenarm verliezen snel aan kracht.’
Efficiënte training bij revalidatie
- • Doe oefeningen het liefst onder begeleiding van een zorgprofessional. Er zit een opbouw in oefeningen en die wisselt per lichaam en per voortgang. Bovendien is het moeilijk om jezelf feedback te geven en jezelf te corrigeren.
- • Bespreek vooraf wat je van een professional verwacht: je persoonlijke doel en hoe hij/zij je kan helpen daar te komen.
- • Begin niet met meten; zoals het meten van je spieromvang in centimeters of de tijd die je nodig hebt voor een oefening. Vooruitgang kan langzaam gaan en dat demotiveert. Het is belangrijker om te ervaren dat je functionaliteit toeneemt.
- • Maak filmpjes tijdens je oefeningen. Eerlijke beelden vertellen soms meer dan je denkt.
- • Doe je krachtoefeningen? Doe ze dan ook echt met kracht. Span de spieren aan en zet actief op de beweging in.
Kun je spieren actief houden als het gewricht absolute rust krijgt voorgeschreven?
‘Na een breuk moet je gewricht rust hebben. Daar is geen discussie over. Maar protocollen bij revalidatie gaan altijd uit van gemiddelden. Je kunt dus wel degelijk binnen de grenzen die er zijn kijken naar mogelijkheden.
Bij de meeste operaties aan de knie, hamstrings, bil- of heupspieren is isometrisch aanspannen onderdeel van het standaard protocol. Dit zijn oefeningen waarbij je de spieren aanspant zonder je gewrichten te bewegen.
Sommige mensen hebben baat bij elektrotherapie, waarbij spieren het signaal krijgen zich aan te spannen zonder te bewegen in combinatie met actieve bewegingen binnen hun mogelijkheden.’
Waarom kijk jij na een knieoperatie ook naar de hamstrings, de heup, de kuit, de rug…?
‘Bewegen gebeurt altijd in een keten. Het kniegewricht komt in beweging door verschillende spiergroepen. De bovenbeenspier bijvoorbeeld loopt van de knie over de heup. Spierverlies in het bovenbeen kan de heup destabiliseren, waardoor de knie inzakt. Of de heup zet zich vast om het been te stabiliseren, als de bovenbeenspier dat niet meer kan.
Als een gewricht na zes weken is hersteld, kan het revalidatieproces nog maanden tot een jaar duren. Dat komt dus doordat er op andere plaatsen in het lichaam een verandering van functie ontstaat. Welke spieren en pezen veranderen bij een botbreuk is onder andere afhankelijk van het betreffende gewricht en de plek van de breuk. En dit beïnvloedt de revalidatietijd.’
Welke rol spelen de hersenen bij spierkrachtherstel na een operatie? Bijvoorbeeld door onbewust compenseren of het vermijden van bewegingen?
‘Door een botbreuk verandert er iets in de beweegketen. Je hersenen gaan het lichaam anders aansturen. Dit is in eerste instantie een beschermingsmechanisme.
Door de ontstekingsreactie gaat het lichaam inventariseren wat er aan de hand is en hoe het de schade kan herstellen. Daarnaast ontstaat de compensatiestrategie. Dat stukje flexibiliteit is mooi aan het lichaam. Compenseren is deels gewoon bescherming en de vraag is of dat erg is
Wat ook meespeelt, is dat wij tegenwoordig cognitief sterk zijn ontwikkeld. Een hond belast na een ongeval zijn pootjes beetje bij beetje, op gevoel. Wij denken daar veel over na, positief of negatief.
Dat heeft een bevorderende of belemmerende invloed op het herstel. Dat gaat onbewust en kun je heel moeilijk sturen. Maar je kunt bij beenletsel bijvoorbeeld wel eenbenige oefeningen doen, om zoveel mogelijk te voorkomen dat je lichaam gaat compenseren of vermijden.’
Tijdens revalidatieoefeningen ontstaat soms pijn, overtollig vocht of andere irritatie. Wanneer ga je te ver en wanneer moet je juist doorzetten?
‘Dat gaat met trial and error en dat maakt revalidatie vanuit gemiddelden ook zo moeilijk. Een acceptabel pijnniveau is moeilijk te objectiveren. Iedereen ervaart pijn anders. Pijn is op zich oké, het is een signaal. Als je het herkent, kun je ermee aan de slag.
In mijn praktijk zoek ik samen met cliënten hun grenzen op. Want als je de grens niet opzoekt, hoe kun je die dan verleggen? Alleen als de pijn non-stop is, gaat er iets niet goed. In het algemeen geloof ik dat we fysiek en mentaal veel te weinig onze grenzen zoeken.
De lift, de auto, de elektrische fiets; we hoeven niets meer zelf te doen. Ketenbenadering is dan ook niet de enige oplossing bij spierkrachtherstel. We kennen tegenwoordig zoveel bewegingsarmoede; je moet bij revalidatie überhaupt flink aan de slag.
Voor doorzetten geldt: wees realistisch. Waar kom je vandaan? Wat is je ambitie? De situatie van voor het ongeval bepaalt voor een groot deel je haalbare resultaat. Dat geldt voor de spiermassa die je had, maar ook voor je sportachtergrond.
Al komen sommige mensen juist sterker uit hun revalidatie, omdat ze ineens drie tot vier keer per week krachttraining doen. Wanneer je situatie ondanks flink trainen niet genoeg verbetert, kun je een andere therapie of aanpak proberen. Ik adviseer dan altijd een second opinion.’
Vanuit het ziekenhuis en je omgeving klinkt vooral: doe voorzichtig. Door die veilige insteek verlies je onbewust het vertrouwen in je lichaam. Hoe buig je dit om in vertrouwen op wat je wél kunt?
‘De oefenmethode graded activity helpt je dit vertrouwen weer te vinden. Hierbij geef je dagelijkse activiteiten een cijfer op basis van pijn. Je ontdekt dat het herwinnen van activiteiten, zoals weer een blokje om kunnen, zwaarder weegt dan het pijnniveau. Een stijgende lijn geeft perspectief en vertrouwen.’
De rol van voeding bij spierherstel
Voor het opbouwen van spiermassa zijn twee zaken belangrijk:
- Voldoende eiwitten eten (om spieren aan te maken). Waarschijnlijk heb je meer nodig dan je denkt. Een gebruikelijke berekening gaat uit van 1,2 gram proteïne per kilo lichaamsgewicht. Voor iemand van 65 kilo betekent dat 78 gram per dag. Net zo belangrijk als de dagelijkse hoeveelheid eiwitten, is het eten van eiwitten na een training. Veel eiwitten zitten in vlees, gevogelte, vis en kazen. Ter vergelijking: 100 gram kip bevat 32,8 proteïnen en 100 yoghurt slechts 4,1 gram. Eet je veganistisch? Kies dan voor peulvruchten, zoals lekker veel bonen en kikkererwten, of noten. Besef wel dat noten ook calorierijk zijn. Een voorbeeld: 100 gram tonijn en 100 gram pinda´s bevatten ongeveer evenveel eiwitten (25 gram), maar pinda´s bevatten vijf keer zoveel calorieën.
- Je energiebalans (calorietekort of -overschot). Bij het opbouwen van spierkracht spreken je spieren calorieën aan. Wie te weinig eet, kan moeilijker spiermassa opbouwen. Zwaardere mensen met een overschot aan massa hebben wat dat betreft een voordeel: het opnemen van calorieën gaat in feite wat makkelijker. Maar… je moet wel trainen om calorieën om te zetten in spiermassa! Het gaat niet vanzelf.
Meer weten over eiwitten en calorieën?
Via deze link vindt je een handige tabel over voeding bij spierherstel.
