Laetrile: de feiten

Heeft u statistische gegevens of een zinnige opvatting over de toepassing van vitamine B17 bij de behandeling van kanker? Ik heb veel gelezen over succesvolle behandelingen van muizen met Laetrile, amygdaline, abrikozenpitten en dergelijke, maar geen goede onderzoeken gevonden waaruit bleek of het al dan niet bij mensen werkte. Er zijn veel anekdotische gegevens, maar geen echte bewijzen. Kunt u een mythe ontmantelen of is het juist waar?
– C.T. via e-mail

Amygdaline en vitamine B17 zijn twee van de verschillende namen die er bestaan voor het nitriloside, dat in zo’n 1200 planten zit, waaronder de pitten van pruimen, abrikozen, perziken en bittere amandelen. Laetrile is de merknaam van een product (van ‘laevomandelonitrile’, weer een andere naam voor amygdaline) ontwikkeld door een groep artsen in Californië. Het wordt wel een B-vitamine genoemd, omdat het volgens sommigen een stof is die van vitaal belang is voor het lichaam en die bij kankerpatiënten ontbreekt.Van amygdaline is altijd aangenomen dat het kankercellen doodt, omdat het door beta-glucosidase, een van de vele enzymen in het lichaam, wordt afgebroken tot benzaldehyde, glucose en waterstofcyanide, waarbij het giftige cyanidegas in het lichaam vrijkomt. Aangezien kankercellen duizenden maal zo veel beta-glucosidase hebben als normale cellen, komt daar nog veel meer cyanide vrij dat giftig is voor de kankercellen.

Het is niet schadelijk voor gezonde cellen in het lichaam omdat het door andere enzymen onschadelijk wordt gemaakt. In elk geval in theorie is vitamine B17 dus de ideale manier om kankercellen zichzelf te doen vernietigen zonder dat de rest van het lichaam eronder lijdt. Laetrile wordt in Mexico gemaakt en is niet goedgekeurd door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA). Ook in Nederland is het verboden, al zijn er ook hier artsen die voorstander zijn van het middel (zie bijv www.ralphmoss.com/nieper.html). In sommige staten, waaronder Montana en Indiana, mogen artsen het wel voorschrijven als ‘voedingssupplement’. De onderzoeksgegevens over amygdaline zijn beslist niet eenduidig en ze zijn grotendeels gekleurd door de strijd die zich rond kanker afspeelt. In eerste instantie kwam het in de gratie dankzij een aantal zeer precieze onderzoeken door dr. Kanematsu Sugiura, een bekende onderzoeker op het gebied van kanker. Hij was van 1972 tot 1977 verbonden aan het Sloan-Kettering Institute for Cancer Research in New York.

Dodelijk voor cellen

Volgens Sugiura tonen de onderzoeken (op muizen met tumoren) aan dat Laetrile bij proefdieren voorkomt dat kanker zich uitzaait (metastasering). Tegelijkertijd gaat hun gezondheid erop vooruit, worden kleine tumoren geremd in hun groei en wordt er voorkomen dat nieuwe kankercellen zich vormen. Toen andere onderzoekers van het Sloan-Kettering Instituut de onderzoeken herhaalden, waren de resultaten nog beter. Volgens Ralph Moss, een welbekende onderzoeker op het gebied van kanker, en destijds wetenschappelijk schrijver aan het Sloan-Kettering, stopte het instituut deze resultaten in de doofpot omdat het meer geïnteresseerd was in een farmacologische therapie.

Desondanks is uit soortgelijke onderzoeken met muizen aan andere onderzoekscentra gebleken dat ofwel de overlevingsduur verbeterde of zelfs de tumoren in regressie gingen (minder werden)1. Resultaten uit dierproeven zijn echter niet per se van toepassing op mensen. Ook wordt er over vitamine B17 verteld dat er een aantal oude of inheemse volkeren zijn waar vrijwel geen kanker voorkomt, zoals de Hunza’s in Pakistan, Eskimo’s, Abkhazianen (in de republiek Georgië), Hopi en Navajo indianen in Amerika, en de Karakorum (in de republiek Mongolië). Zij schijnen allemaal een voedingspatroon te hebben waarin veel vitamine B17 zit.

Maar hoe zit het met onderzoek met mensen? Uit een onderzoek met mensen met borst- en botkanker bleek dat de overlevingsduur erdoor toenam, maar alleen bij een dosering die hoger was dan normaal (70 g/dag). Zelfs bij die hogere doseringen werd er geen reactie gevonden bij leukemiepatiënten2.

Resultaten uit trials

Uit veel onderzoeken blijkt dat amygdaline fataal is voor kankercellen die worden onderzocht in een reageerbuis. Zo werd bij een laboratoriumonderzoek naar het effect van amygdaline op prostaatkankercellen aangetoond dat het de aanmaak verhoogde van een eiwit dat bij de celdood betrokken is3. Bij een ander onderzoek remde amygdaline genen die betrokken zijn bij de celcyclus van menselijke colon-kankercellen4.

Werd amygdaline aan patiënten toegediend, dan was het effect echter altijd wisselend. Bij een trial krompen de tumoren niet door amygdaline, steeg evenmin de overlevingsduur, verminderde niet de ziektesymptomen van kanker en werd het welzijn van de patiënten evenmin verbeterd5. Bij een andere, eerder uitgevoerde klinische trial kregen borstkankerpatiënten (van wie eenderde geen chemotherapie had gehad) Laetrile naast een stofwisselingsbehandeling met dieet, enzymen en vitaminen. Er bleek geen ‘duidelijk voordeel’ op te treden wat betreft genezing, verbetering of stabilisatie van de kanker, verbetering van de symptomen of levensverlenging6.

De genoemde onderzoeken vielen echter niet in de categorie gerandomiseerde dubbelblinde gecontroleerde trials die momenteel gezien worden als de ‘gouden standaard’. Er werd slechts een vergelijking gemaakt tussen patiënten die de behandeling wel kregen en patiënten die een placebo kregen. Volgens een literatuuroverzicht van de universiteit van Exeter zijn er met amygdaline slechts 11 dossiervergelijkingen en 25 casusbeschrijvingen gedaan, en geen enkele goede gecontroleerde klinische trial7. Gezien de niet vlekkeloze reputatie van dit middel zal het moeilijk zijn, zo niet onmogelijk, voldoende fondsen te vinden voor een beter onderzoek.

Gevaar voor de gezondheid

Nog slechter voor de reputatie van het middel zijn een aantal zorgwekkende meldingen van ernstige of fatale toxiciteit (giftigheid) bij zowel kinderen8 als volwassenen. Bij een aantal van die meldingen ging het om patiënten die een hoge dosering hadden ingenomen, die eigenlijk per injectie had moeten worden gegeven. Of het betrof mensen die zichzelf het middel toedienden en niet precies wisten wat de goede dosis was. Onder de borstkankerpatiënten hiervoor vermeld, kregen verschillende patiënten tekenen van cyanidevergiftiging of een cyanidegehalte in hun bloed dat dicht bij de dodelijke concentratie lag9. Dergelijke incidenten kwamen ook voor bij mensen die tegelijkertijd hoge doseringen vitamine C gebruikten. Deze vitamine verhoogt namelijk de omzetting van amygdaline in cyanide, en verkleint de capaciteit van normale cellen om het gas onschadelijk te maken. Er is een casusbeschrijving van een 68-jarige kankerpatiënt die met spoed naar de eerstehulpafdeling van het ziekenhuis moest vanwege levensbedreigende beroertes en coma nadat ze haar eerste dosis à 3 gram amygdaline had genomen. Al gauw werd duidelijk dat ze tevens 4800 mg vitamine C had genomen10.

Intraveneus toegediend blijkt amygdaline minder toxisch (giftig) te zijn. Bij een onderzoek waarbij benzaldehyde intraveneus werd toegediend (dagelijks 720-1800 mg/m2) aan 65 patiënten met inoperabele vormen van kanker in een gevorderd stadium, reageerde 55 procent op het middel: zeven patiënten volledig; 29 patiënten gedeeltelijk; 24 patiënten bleven stabiel en bij slechts vijf werd de ziekte erger. Veel patiënten bleven langer leven en er werden geen toxische reacties waargenomen, zelfs niet wanneer het middel langdurig werd toegediend11. De verklaring werd gevonden bij een onderzoek naar de farmacologische eigenschappen van amygdaline. Daaruit bleek dat het middel na intraveneuze toediening snel uit het lichaam wordt afgevoerd, zodat er slechts een kleine hoeveelheid overblijft in de circulatie (totale bloedsomloop)12.

Verband met benzaldehyde

Een van de problemen bij deze therapie kan zijn dat amygdaline niet in zijn pure vorm moet worden ingenomen, waarbij het cyanide intact blijft, maar als afgeleide stof op basis van een ander actief ingrediënt van amygdaline. Patiënten gaan ervan uit dat cyanide de kankercellen bestrijdt, maar misschien heeft de werking meer te maken met benzaldehyde, een stof die chemisch gezien verwant is aan benzeen. Bij het eerder genoemde onderzoek waarbij amygdaline intraveneus werd toegediend, gebruikten dr. M. Kochi en zijn collega’s een suikerverbinding (glycoside) van benzaldehyde. (Deze heet eveneens amygdaline en heeft een sterke amandelgeur.)

Dat kan verklaren waarom geen van de proefpersonen ook maar enige toxische reactie vertoonde13. Een ander onderzoek vond soortgelijke resultaten: een gemiddelde respons van 58,3 procent14 en, net als bij het onderzoek van Kochi, geen toxische bijwerkingen. Bij een onderzoek uit Noorwegen bleek dat benzaldehyde kwaadaardige cellen weer in normale cellen deed veranderen15.

De aanwezigheid van benzaldehyde in een middel is ook bij dierproeven effectief gebleken. Zo bleek in de jaren zeventig bij Japans onderzoek dat er met een distillaat van vijgen, eveneens rijk aan benzaldehyde, met succes kanker bij muizen kon worden behandeld. Het is ironisch dat de vormen van amygdaline die op een of andere manier chemisch zijn versterkt, de krachtigste effecten laten zien. Bij een onderzoek bleken er drie verschillende verbindingen met benzaldehyde in lichte mate tegen kanker te werken, en dat zonder bijwerkingen.

Werd de chemische structuur van het benzaldehyde echter veranderd (door ‘zwaar waterstof’ ofwel ‘deuterium’ toe te voegen), dan ontstond er een vorm die het beste de groei bleek te remmen. Bij synthese van dit middel met ascorbinezuur (genaamd ‘zilascorb’ [2H]) bleek de eiwitsynthese in menselijke cellen het meest geremd te worden, vergeleken met drie andere verbindingen met benzaldehyde. Zodra met het middel werd gestopt, werd de eiwitsynthese binnen een uur weer normaal16.

In een ander onderzoek werd uit perzikpitten een extract gemaakt met een nieuw ontwikkelde methode waarbij met zuur werd gekookt. Daarbij bleef het amygdaline actief en bleek het zeer dodelijk voor leukemiecellen17.

Bij een laboratoriumonderzoek werd het enzym bèta-glucosidase (dat amygdaline afbreekt waardoor de cyanide vrijkomt) gebonden aan een zogeheten tumorgeassocieerd monoclonaal antilichaam (een zeer specifiek antilichaam dat slechts één antigeen herkent; in dit geval een antigeen van tumorcellen). Het bleek kankercellen van de blaas te kunnen doden en 36 keer zo effectief te zijn als beta-glucosidase op zichzelf18.

De slotsom

In de praktijk betekent het isoleren van een actief ingrediënt van een verbinding als amygdaline dat er een geneesmiddel ontstaat. Dus waarom wringen de farmaceutische bedrijven zich nu niet in alle bochten om een mogelijke bestseller tegen kanker te maken? Volgens Ralph Moss ligt het antwoord in het feit dat er geen geld aan te verdienen valt. Benzaldehyde is opvallend goedkoop: slechts 0,4 cent per gram. Aangezien een gemiddelde kankerpatiënt maar een gram per dag nodig heeft, kost een kankerpatiënt dan per jaar nog geen anderhalve euro.

Alle gegevens bij elkaar wijzen erop dat pure amygdaline wisselende effecten heeft, niet volledig bewezen is en zelfs toxisch kan zijn, althans wanneer het oraal wordt ingenomen. Wie amygdaline wil proberen, kan dat waarschijnlijk het beste intraveneus doen en alleen onder deskundige supervisie van en controle door een arts.

Benzaldehyde kent een veelbelovende (maar korte) geschiedenis. Wellicht is het de beste optie van allemaal. Voor beide middelen moet u waarschijnlijk buiten de Nederlandse grenzen op zoek. Gezien de voorgeschiedenis kunt u benzaldehyde ook beter alleen onder supervisie van een arts gebruiken, en niet samen met vitamine C. Loopt u toch ooit een cyanidevergiftiging op, dan bestaan er speciale kits met antidoses daartegen. Ook een behandeling met hydroxocobalamine kan een spoedig herstel geven.

BRONNEN:

1Pelton R, Overholder L, Alternatives in Cancer Therapy. New York: Simon & Schuster, 1994
2Choice, 1977; 3: 8-9
3Biol Pharm Bull, 2006; 29: 1597-1602
4World J Gastroenterol, 2005; 11: 5156-5161
5CA Cancer J Clin, 1991; 41: 87-92
6N Engl J Med, 1982; 306: 201-206
7Cochrane Database Syst Rev, 2006; 19: CD005476
8Pediatrics, 1986; 78: 269-272
9 N Engl J Med, 1982; 306: 201-6
10Ann Pharmacother, 2005; 39: 1566-1569
11Cancer Treat Rep, 1985; 69: 533-537
12Arch Toxicol, 1982; 49: 311-319
13 Cancer Treat Rep, 1985; 69: 533-7
14 Br J Cancer, 1990; 62: 436-439
15Anticancer Res, 1991; 11: 1077-81
16 Anticancer Res, 1991; 11: 1077-81
17Arch Pharm Res, 2003; 26: 157-161
18Int J Cancer, 1998; 78: 712-719

Wilt u dit artikel lezen?

Als abonnee kunt u dit artikel gratis lezen door in te loggen op uw account. Nog geen abonnee? Sluit nu een abonnement af.

Andere archief artikelen

Uitgelezen; Wie ben ik als niemand kijkt

Liesbeth Woertman onderzoekt in dit boek het leven van vrouwen in vooral de derde levensfase (na de pensionering) en de laatste vierde levensfase (vanaf ongeveer 75 jaar). Wat betekent het voor hen om een ouder lichaam te hebben in een tijd van geseksualiseerde,...

Basisrecept voor elke dag

Heb jij dat ook aan het begin van een nieuw jaar? Ik sta altijd een beetje te trappelen van ongeduld. Wat zal het nieuwe jaar aan bijzondere ontmoetingen en ontwikkelingen met zich meebrengen? Voor wat voor uitdagingen komen we te staan? Hoe zullen de seizoenen...

Innerlijke reis; ik blijf me verwonderen

Een tante gaf Kor Koetje een boek uit de boedel van een boer, en dat bracht hem in zijn tienerjaren op het pad van de natuurgeneeskunde. Het was Homeopathie in de praktijk van dr. J. Voorhoeve uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Koetjes’ schoonzus was zijn eerste...

Boezemfibrileren vaak niet opgemerkt

Atriumfibrilleren, of boezemfibrilleren, is een veelvoorkomende volksziekte bij mensen op hogere leeftijd. Het wordt niet altijd opgemerkt door de arts of de patiënt. Boezemfibrilleren is goed behandelbaar, maar onbeschermd is er een sterk verhoogde kans op...