Door Paula Kragten
Voor het succesverhaal van homo sapiens was de evolutie van het vrouwenlichaam ofwel het vermogen om borstmelk te geven van cruciaal belang. Al gaat dat vermogen wel gepaard met wat gezondheidsrisico’s en gevaren. Zoveel is duidelijk als je de bestseller Eva van Cat Bohannon leest. Over evolutiebiologie, maar dan vanuit het vrouwelijk perspectief.
Voor wie nu denkt: alweer een verhaal over vrouwengezondheid? Het antwoord is ja én nee. Dit artikel gaat inderdaad over de internationale bestseller Eva van de Amerikaanse auteur en onderzoeker Cat Bohannon (1979), over de evolutiegeschiedenis van het vrouwelijk lichaam.
Over het ontstaan van borsten en baarmoeders en al die andere kenmerken die wij als typisch ‘vrouwelijk’ beschouwen. Over waarom homoniden als de homo sapiens en andere zoogdieren (het vogelbekdier en sommige egels buiten beschouwing gelaten) hun kinderen in een baarmoeder ‘uitbroeden’ en zijn gaan zogen, terwijl eieren leggen minder invasief is voor het lichaam.
Over het evolutionaire voordeel van alle mutaties die de hele menselijke soort tot een succes hebben gemaakt, maar die voor de helft daarvan wél wat extra gezondheidsrisico’s met zich meebrengen.
De ontstaansgeschiedenis van het boek Eva, dat inmiddels in twintig talen is vertaald, begint als de auteur tot het inzicht komt dat het mannenlijf sinds jaar en dag de standaard is. Zij kijkt op dat moment in de bioscoop naar de sciencefictionfilm Prometheus.
De vrouwelijke hoofdpersoon, ongewenst zwanger van een ruimtewezen (het is een film tenslotte), vraagt aan een robotchirurg om een spoedkeizersnede. ‘Error,’ zegt de robot met een vrouwenstem. ‘Deze medbot is alleen gekalibreerd voor mannelijke patiënten.’
Dat leidt tot verontwaardigd gemor in de zaal. Want inderdaad, wie bedenkt er nu een medisch systeem voor een peperdure ruimtemissie die de mensheid moet redden, waar slechts de helft van de mensheid wat aan heeft? Onze moderne medische wetenschap doet maar al te vaak hetzelfde, bedenkt Bohannon zich.
De dosering van veel medicatie is uniseks, waardoor vrouwen vaker bijwerkingen ervaren of waardoor medicijnen voor hen minder goed werken. Medicijnen zijn doorgaans alleen op mannen getest omdat de vrouwelijke hormoonhuishouding voor ruis kan zorgen. Zelfs proefdieren zijn om die reden meestal mannelijk.
Hoort de wetenschap niet objectief te zijn en neutraal naar gender te kijken?
Op allerlei vlakken – bij het behandelen van ziekten, bij wetenschappelijk onderzoek, in het onderwijs – gaat men uit van de onjuiste aanname dat het lichaam van een vrouw gewoon een willekeurig lichaam is. Zonder een paar belangrijke aanhangsels, maar voor de rest identiek aan dat van de man.
Die blinde vlek – het feit dat het vrouwenlichaam minder goed is bestudeerd dan het mannenlichaam en wat daar de gevolgen van zijn – laat Bohannon niet meer los. Want hoort de wetenschap niet objectief te zijn? Neutraal naar gender te kijken? Empirisch te werk te gaan? Daarom besluit ze het boek dat er nog altijd niet was, over de héle evolutiegeschiedenis, zelf maar te schijven.
Menselijk lichaam onderzocht
In Eva zoomt ze in op de vragen die wetenschappers jarenlang links hebben laten liggen. Waarom leven vrouwen langer dan mannen? Waarom hebben mensen een menopauze? Waarom menstrueren vrouwen? En bestaat het ‘vrouwelijk brein’ echt? Geen zorgen: Adam wordt in dit herziene scheppingsverhaal verhaal zeker niet vergeten.
Want is die penis zoals mannen die nu hebben wel nodig voor een succesvolle voortplanting?
Waarom heeft deze geen botje voor een permanente erectie, weerhaakjes of andere elementen die je elders in het dierenrijk wel ziet? Waarom zijn het er geen twee, zoals bij buideldieren, die overigens ook meerdere baarmoeders en vagina’s hebben? En klopt het dat mannen ook borstvoeding kunnen geven?
Bohannon, gepromoveerd aan de Columbia University in New York in een ietwat ander vakgebied (de evolutie van verhalen), ging bij haar onderzoek niet over één nacht ijs. De informatiedichtheid is enorm.
Minutieus beschrijft ze hoe het vrouwelijk lichaam zich heeft ontwikkeld, vanuit de allereerste zoogdieren die zo’n tweehonderd miljoen jaar geleden ontstonden tot aan ‘de vrouw’ zoals we deze nu kennen. Voor de beeldvorming: de moderne mens (homo sapiens) wandelt pas tweehonderdduizend jaar op de aardbol rond.
Het menselijk lichaam is dus een betrekkelijk nieuw fenomeen en het resultaat van een flinke hoeveelheid toevalligheden. Niet één systeem in ons lichaam is even oud als andere systemen. Niet alleen omdat bepaalde typen cellen sneller worden vervangen dan andere (zo zijn je huidcellen jonger dan hersencellen), maar ook omdat de kenmerken die wij als specifiek voor onze soort ervaren op uiteenlopende tijdstippen en manieren zijn ontstaan.
Door die kenmerken een voor een te ontrafelen, krijg je niet alleen een goed beeld van wat het betekent om ‘mens’ te zijn, maar ook van de specifieke uitdagingen die het met zich meebrengt om ‘vrouw’ te zijn.
Het evolutieverhaal van Eva wordt in min of meer chronologische volgorde verteld aan de hand van hoofdstukken met praktische titels als Melk, Baarmoeder en Menopauze. In elk hoofdstuk staat een van onze ‘oermoeders’ centraal.
Er bestaat immers niet zoiets als één Eva, er zijn vele Eva’s. In het hoofdstuk Melk is die oermoeder ‘Morgie’ ofwel Morganucodon. Een diertje dat het midden houdt tussen een wezel en een muis, in holen leefde en eieren legde.
Bohannon omschrijft de tijd waarin Morgie tweehonderd miljoen jaar geleden leefde (denk: verschuivende aardplaten, vulkaanuitbarstingen, dinosauriërs met het formaat van een vrachtwagen) met drama. Maar de kern van het betoog is helder: dat Morgie ondanks alle gevaren een zeer succesvolle soort was, komt doordat ze haar nakomelingen iets gaf dat uit haar eigen lichaam kwam.
Succesrecept: borstmelk
Borstmelk blijkt hét antwoord op de grote gevaren waaraan pasgeborenen worden blootgesteld: sterven van honger of dorst, gedood worden door roofdieren of door bacteriën of parasieten. Water is een eerste levensbehoefte, maar kan barstensvol bacteriën zitten.
Menselijke melk (colostrum) bestaat uit water van de veilige soort, maar bevat ook allerlei andere bestanddelen. Van die niet-waterige bestanddelen (eiwitten, enzymen, suikers, bacteriën, hormonen, mineralen, cellen uit het immuunsysteem van de moeder en mineralen) springt één bestanddeel eruit: oligosacharide.
Deze prebiotica, inmiddels ook als supplement te koop in een potje, is onmisbaar voor een goed werkend immuunsysteem.
Ergens in de evolutiegeschiedenis nam het lichaam van zoogdieren een afslag
Waarom onze borsten zo hoog zitten en niet in de buurt van het bekken, zoals bij andere zoogdieren, waarom wij er maar twee hebben in plaats van zes of acht en waarom ze zoveel vetweefsel bevatten, al die vragen komen aan bod.
En passant worden ook wat mythes getackeld. Want anders dan menigeen denkt, zijn borsten gezwollen omdat ze bloed, vet en klierweefsel bevatten, niet omdat ze vol melk zitten. De cupmaat zegt niks over de hoeveelheid melk die je kunt produceren of over de fertiliteit.
Waarom op de bouwtekening van mensenvrouwen meer vetweefsel is ingetekend dan op die van andere primatenvrouwen is onduidelijk. Wellicht omdat je de borst dan makkelijker naar de zuigeling toe kon bewegen als je je op twee benen over de savanne voortbewoog.
Hoewel borsten tegenwoordig als erogene zones worden gezien, zijn ze vanuit evolutionair oogpunt niet per se zo bedoeld. De tepels van mannen zijn niet per se rudimentair – het lichaam heeft namelijk de pest aan verspilling.
De als overbodig bestempelde blindedarm blijkt bijvoorbeeld wel degelijk een functie te hebben volgens recent onderzoek (namelijk het bewaken van de gezondheid van het darmmicrobioom). Het antwoord op de eerder gestelde hamvraag: ook mannen kunnen, zij het met wat obstakels en niet al te efficiënt, borstvoeding geven.
Gezondheidsrisico’s
Het evolutionaire voordeel van mensenmelk zal duidelijk zijn. Colostrum (de eerste moedermelk) zit barstensvol ‘immuunsoldaten’. Je kunt voeding geven zonder dat je je kind aan gevaren hoeft bloot te stellen. Daarbij is borstvoeding geven een soort natuurlijke anticonceptie.
Het voorkomt dat je lichaam meteen weer zo’n zware exercitie moet doorstaan – zwanger zijn en bevallen van iets met een nét te groot hoofd, dat langdurig superafhankelijk van je blijft. Maar aan dat vermogen om te kunnen zogen hangt wel een stevig prijskaartje.
Alle wezens met mammaweefsel (mensen, maar ook honden, katten en dolfijnen) zijn namelijk bevattelijk voor borstkanker. Voor vrouwen (30%) geldt dat sterker dan voor mannen (1%), aldus Bohannon. Aan borsten hebben en melk kunnen maken kleven risico’s.
Het lichaam van vrouwelijke zoogdieren moet meer klappen opvangen dan dat van mannelijke zoogdieren, dat gegeven komt in vrijwel elk hoofdstuk terug. Hoezo ‘het zwakke geslacht’, vraag je je al na een paar bladzijden af. Dat is geen jammerklacht, maar een feit.
Want ook aan het vermogen om een bevruchte eicel in de baarmoeder ‘uit te broeden’ zitten gezondheidsrisico’s. Dat blijkt wel uit hoofdstuk twee: Baarmoeder. Want ergens in de evolutiegeschiedenis nam het lichaam van zoogdieren een afslag.
In plaats van hun eieren te leggen gingen sommige soorten die in het eigen lichaam uitbroeden. Een groep ontwikkelde zich tot de huidige buideldieren, terwijl andere eutheria werden: dieren met een placenta dus.
Eva functioneert op allerlei niveaus anders dan Adam en wordt dus ook anders ziek
Ik weet niet of ik echt kan uitleggen hoe bezopen dat was, schrijft Bohannon. Want eieren leggen is normaal. Wat dan weer niet normaal is, is die eieren in je eigen lichaam uitbroeden, waar ze catastrofale schade kunnen aanrichten.
Wat niet normaal is, is een placenta construeren en een foetus in ontwikkeling verankeren aan de wand van de baarmoeder, waardoor het lichaam van de moeder verandert in een soort vleesfabriek.
Wat niet normaal is, anders gezegd, is levende jongen ter wereld brengen. Maar dat is nu uitgerekend wat de meeste zoogdieren doen. Plus een klein aantal niet aan ons verwante soorten vissen en hagedissen. Uitzonderingen bevestigen de regel – ook in de evolutiegeschiedenis.
Het feit dat vrouwen zwanger kunnen worden, kunnen baren en borstvoeding kunnen geven is de reden dat het lichaam van vrouwen op deze manier in elkaar zit. Het is een enorm onderdeel van waarom hun leven er zo uitziet.
Een beroerde toestand, aldus Bohannon, want de zwangerschap én de bevalling zijn veel zwaarder en gevaarlijker dan alles waar eieren leggende soorten mee te maken krijgen. Levende kinderen op de wereld zetten, is heel ingrijpend. Maar om de een of andere reden is het wel een uiterst succesvolle manier van voortplanten. Daarvoor moeten dus wel de nodige offers worden gebracht.
Los van het risico op moedersterfte – sterven in het kraambed dus – een totaal ruptuur (uitscheuren) en verzakkingen (prolaps) naderhand, plus de kans op allerhande soorten gynaecologische kanker: waarom menstrueren mensen eigenlijk?
Bij andere zoogdieren – met uitzondering van enkele apen en spits- en vleermuizen – wordt cyclusgebonden bloedverlies niet waargenomen. Blijkbaar is dit geen voorwaarde voor voortplanting. Al blijkt er ook hier sprake van een evolutionair voordeel.
Dat innestelen van een bevruchte eicel is zoals gezegd een behoorlijk agressieve daad; een soort oorlogssituatie over en weer. Dik baarmoederslijmvlies voorkomt dat de eicel zich in de baarmoederwand vol bloedvaten kan ingraven en beschermt de moeder zo tegen ondervoeding of ziek worden door een op hol geslagen immuunsysteem.
Het ‘signaleert’ ook of een embryo gezond is. Baarmoederslijmvlies is dus een verdedigingsmuur die zo’n vijfhonderd keer per vrouwenleven wordt afgestoten. Ook al krijgen moderne mensenvrouwen (in Nederland) gemiddeld minder dan anderhalf kind. Onnodige energieverspilling? Met bloed gaat immers ook energie (ijzer) verloren.
Meer onderzoek nodig
Het zal duidelijk zijn: de moderne mens is niet het eindproduct van de evolutiegeschiedenis, we zijn nog volop bezig met de reis. En lang niet alle vragen zijn eenduidig te beantwoorden. Neem het hoe en waarom van de menopauze. Vrijwel alle diersoorten planten zich voort tot aan hun dood.
Waarom doen mensapen dit dan wel, maar mensen niet? Lezing één is dat dit de mensheid helpt bij het grootbrengen van mensenkinderen – die in vergelijking met andere diersoorten bovengemiddeld lang zorg nodig hebben. Lezing twee is dat onze eierstokken gewoon nog niet zijn aangepast op het feit dat we tegenwoordig ouder worden.
Daarmee zijn we weer terug bij het begin van dit verhaal. Is dit een verhaal over vrouwengezondheid of over mensengezondheid? Door nu eens niet Adam, maar zijn wederhelft Eva in het centrum van het universum te plaatsen, heeft Bohannon het bekende evolutieverhaal compleet herschreven.
Dat levert niet alleen een vollediger verhaal op, maar laat ook zien waarom het vrouwenlichaam meer onderzoek verdient. Eva functioneert anders dan Adam en wordt dus ook anders ziek.
Bohannon is er helder over. Terwijl mannen drukdoende waren met oorlog voeren en andere belangrijke zaken, waren er vrouwen die achter een rots gingen zitten om zich met echt wezenlijke zaken bezig te houden: baren en borstvoeding geven ofwel het voortbestaan van de mensheid zekeren, zo stelt zij zich voor.
Dat vrouwen daarbij zijn gaan samenwerken en dat de verloskunde ofwel gynaecologie is uitgevonden, noemt ze belangrijker voor het succes van de mensheid dan de uitvinding van het wiel of de beheersing van vuur.
