Hoe weet je als cliënt of een complementaire zorgverlener betrouwbaar is? Registratie in het Register Beroepsbeoefenaren Complementaire Zorg (RBCZ) is alvast één indicatie. Willemieke van Kooten is directeur van dit kwaliteitsregister voor hbo-opgeleide zorgverleners. Ellen Vunderink interviewde haar over de samenwerking tussen de aangesloten beroepsorganisaties én tussen reguliere en complementaire zorg.
Lezers stellen de redactie van Medisch Dossier vaak vragen. Deze zijn divers van aard, maar een opvallend groot deel draait om hetzelfde: hoe weet je dat een therapeut betrouwbaar is? Die vraag stelde Ellen Vunderink aan Willemieke van Kooten, directeur van het Register Beroepsbeoefenaren Complementaire Zorg (RBCZ).
Ze gaf een uitgebreid antwoord en legt uit: ‘Alle zorgverleners die bij ons zijn geregistreerd, voldoen aan strikte kwaliteitsnormen. Zij hebben een opleiding gevolgd op hbo-niveau, doen jaarlijks bij- en nascholingen en maken deel uit van een intervisiegroep waarmee ze regelmatig samenkomen.
Dit is een waarborg dat zij hun kennis up-to-date houden en samen met collega’s blijven leren van wat zich afspeelt in de dagelijkse praktijk. Bovendien voldoen zij aan alle wettelijke voorwaarden. Dat betekent bijvoorbeeld dat eventuele klachten over zorgverleners worden gehoord en correct worden afgehandeld.’
‘Voor RBCZ zijn opleiding, bij- en nascholing, intervisie en de mogelijkheid voor cliënten om een klacht in te kunnen dienen, allemaal even belangrijk. We zijn streng als het gaat om het voldoen aan de kwaliteitscriteria. Bij het vaststellen van deze eisen werken we nauw samen met de beroepsorganisaties. Het eisenpakket bepalen we namelijk samen.
Daarbij is er natuurlijk af en toe discussie. De een stelt de hoogste eisen aan bijscholing en intervisie, een ander aan supervisie of aan weer een ander aspect. Maar ondanks de discussies zijn we er allemaal van overtuigd dat samenwerking cruciaal is. Samen zorgen we ervoor dat onze zorgverleners professioneel en betrouwbaar zijn.’
Holistische kijk
Zorgverleners die bij RBCZ staan ingeschreven voldoen niet alleen aan dezelfde kwaliteitseisen; er is nog een overeenkomst tussen hen. ‘Ze werken allemaal holistisch,’ zegt Willemieke van Kooten.
‘Dat betekent dat de ingeschreven zorgverleners verder kijken dan naar de klacht waarmee je komt. Want vrijwel alles wat gebeurt in je leven, heeft invloed op je gezondheid. Ze willen daarom meer van je weten.
De kans is dus groot dat je behandelaar je ook vragen stelt over je algehele gezondheid, levensloop, privéleven en werksituatie. Het gaat niet alleen om je klacht. Jij als mens staat centraal.’
Het gaat niet alleen om je klacht. Jij als mens staat centraal
Enthousiast vertelt ze over de website die recent is aangepast. ‘RBCZ richtte zich van oorsprong alleen op de holistisch werkende zorgverleners. Omdat wij zoveel vragen kregen van mensen die op zoek zijn naar een betrouwbare behandelaar, hebben we de opzet van de site aangepast.
Inmiddels kan iedereen via onze website zoeken naar een therapeut die bij haar of hem past. Je kunt op naam en postcode zoeken naar een therapeut en ziet dan meteen welke behandelwijzen iemand toepast.
We zijn nu ook bezig om de zoekfunctie verder uit te breiden. Zodat je als bezoeker bijvoorbeeld kunt aangeven of de klachten meer fysiek of meer mentaal zijn en op welke manier je behandeld zou willen worden, zodat je ook hierop behandelaars kunt selecteren.’
Oprechte aandacht
RBCZ is een koepelorganisatie. ‘Het is niet de enige, wel de grootste,’ legt ze uit. ‘Met deze koepel willen we ons steentje bijdragen aan een vrije en toegankelijke gezondheidszorg.
Voor ons staan de begrippen ‘kwaliteit van leven’ en ‘beter worden’ daarbij centraal. Oprechte aandacht voor de cliënt is essentieel. Onze organisatie is indertijd opgericht door Josephine Beck-Kok. Zij is inmiddels overleden, maar was een zeer inspirerende dame met een heldere toekomstvisie op natuurlijke zorg. In eerste instantie richtte zij stichting Tuchtrecht Beroepsbeoefenaren Natuurlijke Gezondheidszorg (TBNG) op.’
‘RBCZ heeft het kwaliteitsregister een aantal jaren gecombineerd met het tuchtrecht, maar sinds 2018 is het tuchtrecht volledig zelfstandig verdergegaan onder de naam stichting Tuchtrecht Complementaire Zorg (TCZ).
Alle RBCZ-geregistreerde therapeuten zijn automatisch ook aangesloten bij TCZ. RBCZ is ondertussen doorgegroeid naar een kwaliteitsregister dat cliënten zekerheid biedt dat ze een veilige en kwalitatief goede behandeling kunnen verwachten en dat een deel van hun kosten mogelijk wordt vergoed als zij aanvullend verzekerd zijn. In 2023 had RBCZ 8.500 geregistreerde therapeuten. Wij zijn blij en trots dat ook het aantal jongere therapeuten groeit.’
Initiatief van zorgverzekeraars
Nederland telt vijf koepelorganisaties. Deze zijn opgericht in 2013, op initiatief van zorgverzekeraars. Van deze vijf is RBCZ de grootste. Wij vertegenwoordigen 26 beroepsorganisaties en 34 therapievormen.
Ons doel is om alle behandelwijzen en alle therapeuten in de complementaire zorg met elkaar te verbinden, omdat we geloven dat we elkaar op die manier versterken.’
‘We richten ons in eerste instantie op het ontzorgen van therapeuten. Onlangs werd bijvoorbeeld de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) ingevoerd. Als therapeuten de consequenties van deze nieuwe toetredingsregels voor zorg- en jeugdhulpaanbieders zelf moeten uitzoeken, kan dat overweldigend zijn, dus nemen wij dat uit handen.
We werken de regels uit en de beroepsorganisaties passen deze vervolgens aan hun specifieke therapievormen aan. Ons doel is om het gemakkelijker te maken voor therapeuten, maar uiteindelijk zijn het de overheid en zorgverzekeraars die de meeste regels bepalen.’
Soms komen aanpassingen vanuit nieuwe wet- en regelgeving. ‘Maar er komen ook suggesties vanuit onze eigen organisatie, omdat we vinden dat bepaalde maatregelen noodzakelijk zijn. Helaas zijn er therapeuten die de strengere eisen niet meer willen volgen en zich uitschrijven bij de beroepsorganisatie en RBCZ, maar wel doorgaan met hun praktijk.
Ik wijs hen er altijd op dat zij nog steeds onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) vallen en dat ze dus, als ze zich niet aan de regels houden en/of een klacht krijgen, zelf de gevolgen moeten dragen.’
‘Het klachtrecht, waarbij cliënten een klacht kunnen indienen als ze niet tevreden zijn, blijft essentieel. De Wkkgz geldt sinds 2018, de onlangs ingevoerde Wtza is eigenlijk een controlemechanisme, net als de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
De regelgeving is complex en dat maakt het voor zzp-therapeuten soms lastig om alles bij te houden. Daarom is het handig als een organisatie zoals de onze deze zaken voor hen uitzoekt.’
Belangenorganisatie
‘Onze voorzitter Boudewijn Gelaudie en ik zijn echte verbinders. Het bestuur van RBCZ functioneert harmonieus, wat prettig werkt. We streven ernaar om met alle betrokken organisaties en mensen in gesprek te blijven en te begrijpen wat er speelt. We maken beleid voor drie jaar, vragen elk jaar input van de beroepsorganisaties en haken in op de actualiteit.’
‘In 2023 hebben we ons bijvoorbeeld beziggehouden met de vraag of RBCZ alleen een kwaliteitsregister is, of ook een belangenorganisatie. Dit zorgde eerst voor discussie, maar gaandeweg realiseerden we ons allemaal dat wij, doordat we zijn gegroeid én door wat er bijvoorbeeld in ons vakgebied is gebeurd tijdens de coronapandemie, een belangrijke speler zijn geworden. Tijdens de pandemie werden we namelijk door beroepsorganisaties benaderd om te bemiddelen bij de overheid, en dat is ons uiteindelijk ook gelukt. Ondanks verschillen moeten we samen verder, en dat lukt goed.
Onderzoek naar samenwerking
‘RBCZ wil graag de samenwerking tussen de complementaire en de reguliere zorg stimuleren,’ zegt ze. ‘Daarom zijn we het project Communicatie Complementaire Zorg (COCOZ) gestart.
Dit omvatte drie proeftuinen waarin complementaire en reguliere zorgverleners bij elkaar kwamen. De doelstelling was dat zij elkaar beter zouden leren kennen en zouden gaan begrijpen, en dat dit samenwerking mogelijk zou maken.
Uit het COCOZ-project is een wetenschappelijk onderbouwde waaier ontstaan met zes indicaties. Deze maakt het voor reguliere zorgverleners gemakkelijker om patiënten door te verwijzen naar complementair werkende behandelaars.’
‘Dit project is door wetenschappers uitgewerkt. Ondanks, of misschien wel dankzij, dit resultaat blijven we streven naar samenwerking met en verbetering van de gezondheidszorg. Er zijn mooie ontwikkelingen gaande en we hebben de tijd mee, want de zorg staat onder druk.
Mensen beginnen in te zien dat er meer mogelijkheden zijn om beter te worden. Helaas blijft de financiering hiervan wel een uitdaging. Het is heel belangrijk om door te gaan met het verbeteren van de samenwerking tussen complementaire en reguliere zorg en er zo samen voor te zorgen dat de zorg als geheel toegankelijk blijft voor iedereen.’
‘We vinden het ongelooflijk belangrijk om, overal waar dat kan, samen te werken met anderen. Onlangs kreeg ik een tip over het tv-programma Nadia: ik slik mijn depressie weg dat gaat over depressie bij jongeren.
In één van de uitzendingen sprak een hoogleraar psychiatrie over de vele therapieën die beschikbaar zijn naast medicatie. Ik vind dat positief, want het laat zien dat er in de gezondheidszorg steeds meer aandacht komt voor complementaire therapievormen. Juist daarom wil RBCZ mensen die op zoek zijn naar een betrouwbare behandelaar helpen.’
Ellen Vunderink
Meer informatie over de vijf koepelorganisaties:
Register Beroepsbeoefenaren Complementaire Zorg (RBCZ), rbcz.nu.
Koepel Alternatieve Behandelwijzen (KAB), kab-koepel.nl.
Nederlandse Associatie voor Psychotherapie (NAP),
nap-psychotherapie.nl.
Complementaire BeweegZorg Groep (CBZG).
Nederlandse Vereniging voor Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ), nvaz.nl.
